maandag 5 januari 2015

Stola ('Serious Request')

"Hands off our girls".
Dat was dit jaar het motto (pardon: de 'slogan') van de jaarlijkse nationale actie 'Serious Request'.

Elk jaar rond Kerstmis sluiten een paar radiopresentatoren (pardon: 'DJ's') zich op in een Glazen Huis in het centrum van een Nederlandse stad. Ze eten een week niet ten behoeve van een goed doel, en dit jaar waren dat verkrachte meisjes en vrouwen in oorlogsgebieden.

Maar veel meer dan naar die meisjes gaat de aandacht uit naar de DJ's die een week niet eten.
Als nationale helden worden ze 24 uur per dag gevolgd op radio en tv. Gevoed met heerlijke groentesapjes en heel veel aandacht slaan ze zich als volleerde martelaren door hun zelfverkozen week vol ontberingen.

Elke avond zijn ze uren op tv.
Radio op tv: ze zitten, ze kwekken nietszeggende teksten in hun microfoons, en onder in beeld lopen de nóg nietszeggender teksten mee van de sms'jes die worden verstuurd door hun fans.

Intussen halen schoolkinderen in het hele land geld op. Niet vanwege de verkrachte meisjes in oorlogsgebieden, maar om met hun school het meeste geld op te halen van alle scholen in hun stad. Nederlandse artiesten treden 'belangeloos' op om hun nieuwste plaat te 'pluggen', burgemeesters en ministers – bang om de aansluiting met het volk te missen - maken hun opwachting bij het Glazen Huis, en de lokale middenstand spreekt glunderend van een vervijfvoudiging van hun omzet.
Geen wonder dat het elk jaar weer een strijd is waar de actie plaats zal vinden.

Evenzeer als het een strijd is om het bedrag van het voorgaande jaar te overtreffen. De spanning wordt urenlang opgevoerd door hitserige collega-DJ's: nog drie uur, nog twee uur, nog één uur, het aftellen begint... Dan gaan de deuren van het huis open, vliegt het vuurwerk de lucht in, en stappen onder oorverdovend gejuich van een gigantische mensenmassa de radiojongens met gebalde triomfvuisten naar buiten. In een open wagen worden ze zwaaiend door de stad gereden. Langs de kant staat het volk te juichen alsof ze zojuist de wereldbeker voetbal hebben gewonnen.

Dan wordt het eindbedrag bekend gemaakt. Jawel hoor, weer meer dan vorig jaar. 'Holy fuck', 'unbelievable', ‘hoe ‘cool’ is dit?’.
Kortom: wat zijn we toch goed. Ons doel is bereikt.

Ons doel? Worden die verkrachte meisjes er echt beter van? Weten we dat nu al zeker?
'Holy fuck', inderdaad, eigenlijk was dat ons doel...
Maar dat waren we allang vergeten.

Net zoals de helden die elk jaar de Alpe d'Huez beklimmen in het kader van de kankerbestrijding.
Of de solozeilers die de oceaan oversteken tegen ALS, en de mannen die hun baard laten staan tegen prostaatkanker.
Zelf overweeg ik om mijn nagels een maand lang niet te knippen als protest tegen de wereldwijde meeëtersepidemie, en een week lang niet langs Schiphol te rijden omdat ik tegen neerstortende vliegtuigen ben. En ik ga een veiling organiseren: bij opbod verkoop ik mijn 'Stola tegen ebola'.
Ik zal de wereld eens laten zien wat een nobel mens ik ben!

Vroeger - in die goeie ouwe tijd waar ik steeds meer last van begin te krijgen - stortten we in stilte 100 gulden als er hongersnood was in Afrika. We vonden het al gênant om het aan onze vrienden te vertellen: ongepaste borstklopperij.

Nu vraagt elk goed doel om een opoffering, en elke opoffering om aandacht, publiciteit en heldenverering.

Waarom?

 
Loes Gouweloos
januari 2015

zondag 9 november 2014

Sinterklaaascolumn 2014

Bij de beesten af

In de hele discussie rondom Zwarte Piet, valt mij op dat een ander lid van het gevolg van Sinterklaas compleet vergeten wordt. En dat terwijl hij veel meer wordt uitgebuit dan die hele Piet.
Schandalig dat zogenaamde dierenliefhebbers als Marianne Thieme en Dion Gaus zich hullen in stilzwijgen.

Want wie wordt er al vanaf het vertrek uit Spanje gedwongen om dagelijks het dek op en neer te huppelen? En waar slaat dat op, op volle zee? Het is er koud, het waait hard, en er is niemand die het ziet.
Wedden dat Sinterklaas lekker binnen in de kajuit borstplaat zit te eten, terwijl zijn hondstrouwe paard - want daar hebben we het over - bij nacht en ontij op een glad dek moet huppelen?

En denkt iemand wel eens aan de leeftijd van Amerigo? Hij is net zo oud als Sinterklaas, 733 jaar. Dat is voor een paard nog veel ouder dan voor een mens. Maar ik heb nog nooit iemand horen aandringen op zijn pensionering. Dit hoogbejaarde paard moet waarschijnlijk tot zijn dood blijven werken - iets wat we geen mens willen aandoen. Het is bij de beesten af.

Eenmaal in Nederland, wordt het alleen nog maar erger. Dag in dag uit springt Sinterklaas, die met het klimmen der jaren alleen maar zwaarlijviger is geworden, op Amerigo's rug. Dat doet pijn!
En in de weken voor 5 december werkt hij elke dag over. Zowel weekenddienst als nachtdienst.
Uit onderzoek blijkt dat dat slopend is, zeker voor een bejaard paard.
En is het niet in strijd met de ARBO-wet om elke nacht over gladde en slecht verlichte daken te springen? Zeker tegenwoordig, met al die zendmasten en zonnepanelen. Het vereist heel wat behendigheid om die allemaal te ontwijken.

Toch gaat alle dank altijd weer uit naar Sinterklaas, en zeker ook naar die zogenaamd zielige Piet. Maar wie echt zielig is, is het paard.
Hij werkt het hardst, maar krijgt nooit complimenten. Alleen wortels - en iedereen weet hoe slecht een eenzijdig voedingspatroon is. Ook voor paarden geldt de Schijf van Vijf, zeker bij zware lichamelijke arbeid.

Tenslotte: ik vind het een grof schandaal dat het paard wit moet zijn. Dat is net zo goed discriminatie als dat Piet zwart moet zijn.
Daarom stel ik voor dat we vanaf 2015 Sinterklaas verplichten om afwisselend te rijden op een wit, een zwart en een gestreept paard. In ploegendienst.
En als hij weigert, moet hij door de Nederlandse regering en/of de Spaanse koning gedwongen worden om zich voortaan voort te bewegen op een brommer.
Op straffe van uitzetting naar zijn land van herkomst.


 

Loes Gouweloos
november 2014

woensdag 21 mei 2014

Geluk

Geluk

Een fietstochtje door de polders in de buurt van Alphen aan den Rijn.
De geur van vers gemaaid gras, het geluid van zingende vogels, de zon op mijn huid.
Ik geniet.

Dan een harde klap. Ik schiet over mijn stuur heen. Knal met mijn gezicht op de punt van een verkeerspaaltje dat ik niet had gezien. Daarna op het wegdek. Stuiter nog even door.
Dan is het stil. Doodstil.
Bloed, bloed, overal bloed. Maar vooral een ondraaglijke pijn in mijn nek. Ik kan niet bewegen. Ik kan niets zeggen. Maar ik denk: Ik ga dood, ik ga dood, ik heb mijn nek gebroken, ik ga dood!
Andere fietsers snellen toe. Schrikken van het bloed dat in straaltjes uit mijn hoofd gutst.
Maar ik denk alleen maar: mijn nek, mijn nek. Nee, ik wil niet dood. Ik wil niet dood!

112, ambulance, ziekenhuis. Een hele avond op de Spoedeisende Hulp.
Onderzoek na onderzoek. Foto's, hechtingen, pijnstillers, weer een onderzoek.

De pijn zakt een beetje. Ik beweeg mijn voeten. Ik beweeg mijn handen.
En langzaamaan besef ik: nee, ik ga niet dood, ik heb ontzettend veel geluk gehad.
Diagnose: kneuzingen van top tot teen. Ontelbare bulten en blauwe plekken. Scheurtje in mijn oogkas. Gebroken vinger. Een gezicht vol schaafwonden, en drie diepe gaten in mijn voorhoofd.
"Die littekens op uw gezicht zullen altijd zichtbaar blijven, mevrouw. Maar u heeft geluk gehad. Het heeft maar een haartje gescheeld. Hersenletsel, een dwarslaesie... Het kan een tijd duren, maar u zult weer helemaal genezen."

De eerste paar weken thuis ben ik uitsluitend bezig met overleven.
Ik weet met mijn verstand dat ik geluk heb gehad. Maar ik vóel alleen maar pijn, pijn, pijn.
Zwellingen van kruin tot kin. Slapeloze nachten. En steeds weer zie ik mezelf door de lucht vliegen, voel ik hoe mijn hoofd over het fietspad stuitert, zie ik plassen bloed.

Dan word ik langzaam wakker uit mijn roes. De pijn wordt minder, de zwellingen verdwijnen, het beeld van mijn ongeluk vervaagt.
Als een mol die boven de grond komt, kom ik uit mijn hol tevoorschijn. Ik knipper tegen het felle zonlicht, schuifel voorzichtig over straat, zijg neer op een bankje in het park.

En daar dringt het pas echt tot me door: ik leef, ik leef. Tranen van dankbaarheid.
Nu weet ik niet alleen dat ik geluk heb gehad, nu voel ik het ook. Domweg gelukkig, blij dat ik er nog ben. Zorgen van voor mijn val betekenen niets meer, lijken iets uit een heel ver verleden.

Ik hoop dat ik in staat zal zijn dat gevoel vast te houden.
Het schijnt dat je ontsierende littekens kunt laten weg-laseren. Maar ik ga dat niet doen, ik ga ze koesteren als een herinnering aan het geluk dat ik heb gehad.
Ik heb niets meer nodig dan dit: ademen, ruiken, horen, zien. Leven.

Gewoon een bankje in een park in Alphen aan den Rijn.
De geur van vers gemaaid gras, het geluid van zingende vogels, de zon op mijn huid.
Geluk.


Loes Gouweloos
mei 2014




zondag 16 maart 2014

Zin

Nabestaanden van mensen die zijn overleden aan een zeldzame ziekte, makkers van gesneuvelde Uruzgansoldaten, familieleden van omgekomen oorlogscorrespondenten: allemaal zoeken ze wanhopig naar de zin in de dood van hun overleden geliefde. Ze schrijven er boeken over, 'niet voor onszelf, maar om anderen te helpen die hetzelfde hebben meegemaakt, zodat de dood van onze dochter/makker/echtgenoot niet voor niets is geweest.'

Mensen die een natuurlijke dood sterven, zoeken zelf naar de zin van hun leven. Maar bij mensen die op een bijzondere of onnatuurlijke manier zijn gestorven, moet voor anderen ook de dood nog eens zin hebben.

Tot voor kort dacht ik altijd dat dat kwam doordat het het verdriet van de nabestaanden enigszins verzacht. Hun geliefde is weliswaar dood, en dat is vreselijk, maar zijn of haar  - meestal vroegtijdige - dood is niet voor niets geweest: anderen zullen er baat bij hebben. Dat troost.

Maar nu werd kort geleden ex-minister Els Borst vermoord. Een van mijn weinige favoriete politici: integer, deskundig, relativerend, beschaafd. Een frêle bejaarde dame, die met grof geweld in haar garage om het leven is gebracht.
Het laat me maar niet los. Haar dood is voor mij geen persoonlijk verlies, maar toch wil ik dat die zin heeft. De politie spreekt van een mogelijk in paniek geraakte inbreker die haar de hersens heeft ingeslagen.
En dat vind ik moeilijk te verteren.
Dankzij Els Borst kunnen tegenwoordig vele Nederlanders op een draaglijke manier sterven. De euthanasiewetgeving heeft dus zeker zin gegeven aan haar leven.
Maar haar eigen dood is voor mij - en naar verluidt voor vele andere Nederlanders - zo ondraaglijk dat ook die zin moet hebben.


Willem van Oranje werd doodgeschoten door een huurmoordenaar die hem namens de Spanjaarden de mond wilde snoeren.
Martin Luther King stierf voor zijn droom over gelijkheid van blank en zwart.
Pim Fortuyn werd vermoord om zijn standpunt ten aanzien van nertsen fokken. Niet echt groots en meeslepend, maar toch altijd nog beter dan te worden vermoord door een betrapte inbreker die een oude dame doodslaat en er zonder buit vandoor gaat.

Ik betrap mezelf erop dat ik wil dat de politie (eindelijk) een verdachte arresteert die  een godsdienstfanaat blijkt te zijn en die Els Borst met voorbedachte rade heeft vermoord vanwege de euthanasiewet. Dan is zij niet voor niets gestorven, dan heeft haar dood zin.

Onzin, want alleen al dankzij die wet heeft haar leven zin gehad. Dat is toch genoeg?

Als ze van ouderdom was gestorven, rustig in haar bed met haar geliefden om zich heen, had ik dat inderdaad genoeg gevonden.
Maar nu ze is vermoord, wil ik dat ook haar dood zin heeft.
Waarom?



maart 2014

Ongenoegen

"Eigenlijk slaat het nergens op, want we kunnen toch niet meer met elkaar lullen", sprak mijn oude vader op zijn sterfbed. "Maar zet mijn urn toch maar zo dicht mogelijk naast die van mama, dan zijn we toch weer een beetje samen."

Kort daarna overleed hij, en werd hij gecremeerd in hetzelfde crematorium als waar we nauwelijks een half jaar eerder afscheid hadden moeten nemen van mijn moeder.

Een paar maanden later zette ik samen met mijn broer twee urnen bij in de urnentuin van het crematorium in Capelle aan de IJssel. Een donkerblauwe voor mijn vader, een lichtblauwe voor mijn moeder, zij aan zij. Zoals mijn vader dat gewild had.

Dat is nu inmiddels vijf jaar geleden.
De huurtermijn is verstreken en dus ontvang ik een brief: willen wij de huurtermijn verlengen of niet? Ik bezoek de urnentuin nog regelmatig, leg bloemen neer, mijmer onder de hoge bomen over mijn vader en mijn moeder die ik nog steeds zo mis.
Dus ja, natuurlijk wil ik de huurtermijn verlengen. 

Het vreemde is alleen dat de brief uitsluitend gaat over de urn van mijn moeder. Mijn vader wordt doodgezwegen - een woordgrapje dat hij zelf gemaakt had kunnen hebben.

Na een paar weken besluit ik toch maar eens te bellen.
Het crematorium is inmiddels overgenomen door Dela, een uitvaartcoöperatie in Eindhoven. Dus word ik te woord gestaan door een jongedame met een onvervalst Brabants accent, die weliswaar heel vriendelijk is maar die niets weet van de urnentuin in het verre Capelle aan de IJssel.

Ze kan er ook niet even snel een kijkje gaan nemen, ze kan alleen in haar computer kijken:

"Het klopt dat de huur voor uw moeder moet worden verlengd. Maar voor uw vader heeft u betaald tot 2021, dus dat hoeft voorlopig nog lang niet."

"Pik in, 't is winter", zou mijn financieel gehaaide vader met glimmende pretoogjes hebben gezegd bij deze onverwachte meevaller.
Maar ik zit toch net iets anders in elkaar.
Ik wijs de Deladame erop dat de urnen van mijn ouders op dezelfde dag zijn bijgezet, in het zelfde 'vak', en dat we voor beide een huur van vijf jaar hebben betaald.

"Nee hoor, uw moeder staat alleen, in vak 19-014. En uw vader staat een eindje verderop, in een ander vak - samen met mevrouw Pollino."

"Mevrouw Pollino?! Nooit van gehoord. Dit kan niet kloppen. En dit zou mijn vader ook helemaal niet leuk hebben gevonden."
"Toch staat het zo in het systeem", is het antwoord. "Hij staat bij mevrouw Pollino, een nog jonge vrouw."
Ze probeert gedecideerd over te komen, maar ik hoor de aarzeling al doorklinken in de stem van de Deladame.
Ze belooft dan ook om contact op te nemen met het crematorium.

Intussen slaat mijn fantasie op hol.
Mijn vader hield wel van een goede grap. Hoe graag hij ook naast mijn moeder wilde staan, als hij nu zou weten dat hij naast ene mevrouw Pollino staat, had hij daar betere grappen over gemaakt dan ik nu op dit moment kan verzinnen.

Ik zie weer voor me hoe hij in de eenzame maanden na mijn moeders overlijden omging met de  thuiszorgmedewerksters. Ondanks zijn wankele gezondheid en zijn immense verdriet, gingen zijn ogen fonkelen als ze met hem in discussie gingen. Tot mijn verrassing ontpopte hij zich op zijn 88ste soms tot een onvervalste charmeur die met zijn humor de vaak nog jonge verzorgsters volledig om zijn vinger wond.
En nu zou hij dus, zelfs na zijn dood, gezellig in een tuintje staan met de jonge mevrouw Pollino.
Wat zou hij een plezier hebben gehad als hij dat wist!

Een uurtje later belt Dela terug, nog steeds met een Brabantse g:

"Dag mevrouw Gouweloos, ik heb het uitgezocht. Helaas is er een administratieve fout gemaakt. ("Tegenwoordig gaat er nergens meer iets goed!", hoor ik mijn boze vader weer uitroepen. Hij had helaas gelijk, zelfs nog vijf jaar na zijn dood).

"Uw moeder staat in vak 19-014 en uw vader in 19-015. Ze staan dus echt wel naast elkaar. Ik begrijp dat u zich zorgen maakt dat uw vader een eind bij uw moeder vandaan staat. Maar da' is gelukkig nie."

Ze vervolgt: "Het punt is dat het vaknummer van uw vader verkeerd was ingetypt: 19-055. En daar staat mevrouw Pollino. We hebben het gecorrigeerd, en nu staat uw vader ook administratief gezien gewoon weer naast uw moeder."

Mooi zo. Maar mijn nieuwsgierigheid is nu wel gewekt: "Als mijn vader niet naast mevrouw Pollino staat, wie staat daar dan wel? Van wie is dan die urn die bij haar in vak 19-055 staat?"
"Daar staat geen tweede urn. Mevrouw Pollino staat helemaal alleen. En nu ook administratief, want we hebben uw vader bij haar weggehaald."

Ach, arme mevrouw Pollino... Het kan niet anders of ze was gehecht geraakt aan haar weliswaar veel oudere maar o zo geestige vakgenoot. Nu moet ze hem, na al die jaren, alsnog afstaan aan zijn echtgenote en moet ze tot in de eeuwigheid alleen verder.

Mevrouw Dela doet mij met een harde klap in de werkelijkheid terug belanden:
"Dit betekent wel dat u nu alsnog een tweede factuur kunt verwachten voor verlenging van de huurtermijn."
Ik betwijfel of mijn vader mijn eerlijkheid op prijs zou hebben gesteld nu die geld blijkt te kosten. Maar ik ben blij dat ik voor de tweede keer sinds hun dood mijn ouders met elkaar heb kunnen herenigen.

De afsluitende opmerking van de Deladame is dan ook niet echt nodig, maar wel leuk:
"Sorry voor het ongenoegen."

 

woensdag 25 september 2013

Sprookjesprinses

"Prinses Beatrix heeft haar jukbeen gebroken na een onfortuinlijke val in huiselijke kring", zo meldt de Rijksvoorlichtingsdienst.
Over het algemeen is het taalgebruik van deze wat mysterieuze organisatie weliswaar zwaar koninklijk omfloerst, maar wel altijd even onberispelijk als het orkaanbestendige kapsel van dezelfde Prinses Beatrix. Maar de Koninklijke Smak heeft kennelijk zo'n schok teweeg gebracht dat men nu twee standaard Rijksvoorlichtingsdienstuitdrukkingen met elkaar heeft verward:
Op 31 januari pleegt de voormalige vorstin haar verjaardag te vieren in huiselijke kring. Dat wil zeggen: gezellig onder de slingers, met een kopje koffie en een moorkop, omgeven door haar talloze nakomelingen.
Maar een val maak je niet in huiselijke kring, dat doe je gewoon in huis. En bijna nooit te midden van je met papieren mutsen en roltongen getooide familieleden. Nee, je valt op een doodgewone donderdagmiddag, onverwacht, als je alleen thuis bent, meestal bij een alledaagse beweging of bezigheid. En die val in huis is niet onfortuinlijk - alsof een val ooit fortuinlijk kan zijn ("Hé, ik ben gisteren toch zo heerlijk gevallen! Moet jij ook eens proberen."). Een val is een val, alleen de afloop was – in dit geval - onfortuinlijk.

Maar afgezien van de taalfoutjes, prikkelt deze mededeling de fantasie, juist omdat hij zo vaag is.
Wat is er nu precies gebeurd? Heeft Beatrix bij het beeldhouwen een rondvliegend stuk speksteen tegen haar wang gekregen? Heeft ze op een wiebelig laddertje gestaan om een kapotte lamp te vervangen in een van de paleiselijke kroonluchters? Wilde ze nu eens lekker stevig de bovenste plank afstoffen van haar metershoge Rococo-boekenkast en is ze ten gevolge van haar multifocale brillenglazen half naast haar opstappertje gestapt? Is ze gestruikeld over een Perzisch tapijtje en onfortuinlijkerwijs met haar jukbeen op de punt van een slagtand gevallen van een van de vele jachttrofeeën van haar vader? Of moest ze weer zo nodig op haar afgesleten, maar o zo lekker zittende geruite sloffen lopen na de zoveelste koninklijke verplichting op knellende pumps, en is ze dientengevolge door haar enkel gezwikt en onfortuinlijk geland op een antiek Spaans kastje - geschenk van haar goede vriend Koning Carlos?
We weten het niet, dit soort intieme details betreffende de koninklijke familie gaat ons niets aan. Maar juist door de geheimzinnigheid waarmee ze omgeven zijn, zijn ze zo fascinerend.

Zo vraag ik me ook regelmatig af, als ik Beatrix of Maxima een lint zie doorknippen of met een bevroren glimlach op een feestelijke openingsknop zie drukken, waarom ze daarbij een tas aan hun arm dragen. Kunnen ze die niet even afgeven aan een van de talloze kleurloze hofdames die ook altijd zo opvallend onopvallend hun boeketten in ontvangst nemen?
Trouwens, waarom heeft onze geliefde ex-vorstin überhaupt een tas bij zich? Wat zit daarin? De sleutel van het paleis? Die past ook wel in haar zak, zou je zeggen. Evenals een zakdoek. En verder heeft ze toch niets nodig? Haar rijbewijs kan ze thuislaten: ze heeft een chauffeur. Geld heeft ze niet nodig: ze hoeft geen entree te betalen als ze de nieuwste attractie in de Efteling komt openen. En haar smartphone neemt ze al helemaal niet mee: stel je voor dat ze, tussen het lintknippen en champagne drinken door, plotseling haar telefoontje tevoorschijn haalt. Dat zou tot de wildste speculaties leiden. Wie moet ze op dit moment zo nodig bellen? En waarom? ("Ja, met mij. Ik ben hier goddank bijna klaar, zet de kaviaar maar alvast in de magnetron"). Wil ze haar lintknipmoment op haar Facebook-tijdlijn zetten? Of speelt ze Angry Birds?
Nee, nergens voor nodig, zo'n tas.

Of misschien toch wel: juist omdat hij geen praktisch nut heeft, draagt hij bij aan de geheimzinnigheid die de koninklijke familie omgeeft. Als we alles van De Familie - zoals zij zichzelf graag noemen - zouden weten, zouden ze niet meer boeiend zijn. Dan verliezen zowel de keizer als de prinses hun kleren en is het sprookje uit waarin nog altijd 90% van de Nederlandse bevolking zo graag wil geloven.
Daarom is het maar goed dat we niet weten hoe Prinses Beatrix is gevallen, hoe hard ze heeft geschreeuwd, wie haar heeft gevonden, en of ze haar stofdoek nog in haar hand had.
Alles wat we willen weten is dat ze spoedig herstelt en over een paar weken weer onverschrokken glimlachend haar werkzaamheden zal hervatten.

Loes  Gouweloos
september 2013

dinsdag 27 augustus 2013

Struisvogel

Rimpels, grijze haren, zakkende oogleden. Stuk voor stuk tekenen van ouderdom. Toch lig ik er geen seconde wakker van. Want het zit allemaal aan de buitenkant. Zolang mijn vitale organen het maar blijven doen, maak ik me geen zorgen. Maar als die het gaan laten afweten, ja, dan wordt het eng…
Daarom ben ik blij dat ik, zij het met de tong op de schoenen, gezond en wel bovenkom na een rustpauzeloze beklimming van een trap van zo’n 50 treden. Van het strand naar een terras op een Noordwijks duin.

Genietend van een espressootje en van het uitzicht op de zee, zie ik een echtpaar de trap opklimmen die ik zojuist ook bestegen heb.
Van deze afstand laat hun leeftijd zich moeilijk inschatten, temeer daar de man een pet draagt en de vrouw een rieten zonnehoed.
Hém kost de klim geen enkele moeite, en dat wil hij weten ook. Gekleed in een vuurrode korte broek en een helblauw poloshirt klimt hij vitaal en veerkrachtig de trap op. Met een verbetenheid die doet vermoeden dat hij aan een wedstrijd meedoet en als eerste boven wil zijn.
Zijn vrouw sjokt meters achter hem aan. Mouwloze witte strandjurk, wijd model - maar toch zit hij strak om haar lichaam: zij moet heel wat extra kilo’s mee naar boven torsen. Haar vlezige bovenarmen trillen na bij elke stap. Ik kan haar niet horen, maar aan haar wijd geopende mond zie ik dat ze kreunt van inspanning. En haar hoofd steekt steeds roder af tegen haar hagelwitte jurk.

De man lijkt nu toch te merken dat zijn vrouw niet meer naast hem loopt. Hij stopt en kijkt achterom. Uit zijn lichaamstaal spreekt een mengeling van ergernis en superioriteit. Met zijn handen in zijn zij wacht hij tot de vrouw naast hem staat. Ze overleggen kort. De vrouw wijst vermoeid naar een bankje op een tussenplateautje halverwege de trap.
Nog vier treden. Ze sleept zichzelf omhoog, en valt dan uitgeput neer op het bankje.

Nu kan ik het stel beter zien. Een jaar of zestig denk ik. Mijn leeftijd dus. De vrouw ziet eruit alsof ze ter plekke dood kan neervallen wegens een hartstilstand. Haar ogen puilen uit, ze hijgt en zweet en hapt naar adem. Ze doet haar hoed af en kijkt wanhopig omhoog naar haar man, die wijdbeens tegenover haar staat.
Hij is duidelijk niet van plan om naast haar te gaan zitten. Met één hand in de zij en de andere boven zijn ogen kijkt hij vastberaden en hardnekkig over haar heen, turend naar de zee. Alsof hij elk moment een schip verwacht waarop hij moet aanmonsteren.

Ooit, lang geleden, liepen ze hier hand in hand over het strand, op blote voeten, langs de zeelijn. Wisselden verliefde blikken uit, keken naar de zonsondergang, zagen alleen elkaar. Helemaal samen.

De vrouw geeft het op. Ze kijkt niet meer naar haar man, buigt haar rug en steunt haar voorhoofd in haar handen. Haar schouders gaan snel op en neer van het hijgen.
Terwijl haar man zijn gewicht verplaatst van zijn ene naar zijn andere been, wordt haar ademhaling heel langzaamaan wat rustiger. Na een minuut of tien hijst ze zichzelf overeind.
Samen alleen zetten ze hun beklimming voort. Nog twintig treden, nog tien.

Op zoek naar steun en medeleven, probeert de vrouw nog één keer de blik van haar man te vangen. Tevergeefs.
Haar blik dwaalt verder. Nog even, dan zal ze mij zien zitten. Een sekse- en leeftijdgenote.
Die begrijpt vast wel hoe ze zich voelt…
Opeens krijg ook ik het benauwd. Nog net op tijd kijk ik weg.
                                                                                                                         augustus 2013