zaterdag 26 juli 2008

Beet!

Een paar meter voor me vliegt een glimmend voorwerp door de lucht. Ik kan nog net op tijd remmen.
’Verdomme, wéér mis’, gromt de hengelaar langs de rand van het Aarkanaal. Met een nijdig gezicht hijst hij zich overeind en raapt zijn vishaakje op, vlak voor mij op het fietspad. Keurt me geen blik waardig, laat staan een excuus.
Terwijl hij er toch bijna voor had gezorgd dat ik ’s lands eerste eenogige columniste was geworden.
Even bekomen van de schrik. Op een bankje achter de hengelaar. Een erg dikke vijftiger. Blootsbuiks, oranje WK-pet, bierkrat binnen handbereik. Een van de vele drijvende kampeerders die elke zomer bezit nemen van het Aarkanaal.

Onze topsporter heeft zijn hengel inmiddels weer uitgeworpen. Een half uur lang tuurt hij naar de dobber. Er gebeurt niets. Zijn enige beweging is die van zijn hand naar het bierkrat. Dan gaat hij opeens met een ruk rechtop zitten. Zet de benen schrap, schuift zijn pet naar achteren, en trekt met een verbeten blik zijn hengel omhoog. Zo hard dat ik minstens een snoek van een meter verwacht.Er spartelt inderdaad iets aan het haakje. Iets héél erg kleins…
De hengelaar haalt zijn vangst dichterbij. Niet groter dan een sardientje. Zeldzaam in deze contreien. Hij mag dan ook helemaal alleen in een grote bruine emmer.

Als een prehistorische oermens zal onze held vanavond met een machtige ruk de kajuitdeur opentrekken. Hij houdt zijn trofee omhoog en buldert: ‘Schat, zet de pannen maar op het vuur. We gaan smullen!’.

Loes Gouweloos

Geen opmerkingen: