Ik wilde niet, maar ik moest van mijn moeder. "Dat hoort bij je opvoeding", zei ze.
Dus moest ik ook mee de stad in om een mooie jurk te kopen. Want dat hoorde erbij. Zeker als je, zoals ik, naar de sjiekste dansschool van Rotterdam ging. Die heette niet Meijer en Zoon, nee, die heette: 'Meyer et Fils'.
Daar ging ik dan, met frisse tegenzin, in de knalgele jurk die Ma zo mooi vond. En die zo'n hoog kreukgehalte had dat ik niet op de fiets kon. Dus ging ik met eerst de bus en dan de tram elke woensdagmiddag naar Meyer et Fils.
"Als je er eenmaal een tijdje op zit, ga je het heus wel leuk vinden", zei mijn moeder. Als extra lokkertje vertelde ze dat zíj op haar zeventiende jaar mijn vader had ontmoet op dansles.
Maar ik was pas 14, ik was nog niet toe aan dansles en al helemaal niet aan een verloofde. Trouwens, bij de jongens op mijn dansschool zat niet één potentiële echtgenoot. Ook de 'heren' waren namelijk 14, en begin jaren zestig waren jongens van 14 nog echt helemaal jochies. Ik weet zeker dat de meesten van hen de rest van de week nog rondliepen in een korte broek. Alleen al door dat beeld was ik niet in staat het vereiste gevoel voor romantiek op te brengen.
Tot overmaat van ramp had ik de pech dat al vanaf de eerste les dezelfde jongen op mij 'viel'.
Voortdurend vroeg hij mij ten dans. Weigeren mocht niet. Dames die heren ten dans vroegen: ondenkbaar. Dus ik zat aan hem vast, letterlijk en figuurlijk.
Zijn naam weet ik niet meer. Maar ik weet nog wel hoe hij er (niet) uit zag. Een lange slungel, een bril met een dik, zwart, hoornen montuur, haren die stijf stonden van de brilcream, en een gezicht vol acné-bulten.
Ik weet ook nog hoe hij voelde: hij had zeer zweterige handen. Na elke dans veegde ik het zweet dat was verhuisd van zijn handen naar de mijne, af aan mijn sjieke gele jurk. Maar hij veegde de zíjne níet af aan zijn speciale dans-confectiepak, dus bij iedere volgende foxtrot was het weer raak. Of beter gezegd: mis.
Ik walgde van die jongen. Hij zei nooit wat, maar keek me vanachter zijn borrelglazen wél de hele les schaapachtig verliefd aan, en liet me intussen in een moordend tempo alle hoeken van de dansvloer zien. Dat kwam omdat hij, alsof alles nog niet erg genoeg was, óók niet kon dansen. Hij had totaal geen maatgevoel. Maar wel heel lange benen.
"Grote-stappen-gauw-thuis", noemde de dansleraar hem daarom. Dan liet hij mijn brilcream-boy zien hoe het moest, en mocht ik heel even zweven in de bekwame armen van de ervaren meneer Meyer (of was het Fils?).
Maar die jongen was een hopeloos geval. Zodra ik weer werd teruggeduwd in zijn armen, beende hij opnieuw met mij én met zevenmijlspassen door de danszaal, zonder enige aandacht te schenken aan het feit dat mijn benen veel korter waren dan de zijne.
Aan het eind van elk nummer bracht hij me keurig terug naar mijn stoel. Dan kon ik even bijkomen. Maar zodra de volgende dans werd aangekondigd, kwam hij weer aanrennen. En altijd was hij ándere, veel leukere jongens vóór. Het voordeel van lange benen. Maar een nachtmerrie voor míj.
Toen ik eindelijk was 'afgedanst', slaakte ik niet één maar heel veel zuchten van verlichting. Ik hoefde niet meer naar Meyer et Fils. Ik kon weer lekker gaan slijpen, rock 'n rollen en twisten. In kleren die ik zelf leuk vond. En ik hoefde me niet meer elke week verplicht te laten voortsleuren door een zwijgende puistenpuber met zweethanden.
Loes Gouweloos
zaterdag 26 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten