Jaren geleden kreeg ik een chronische ziekte en begon het Grote Inleveren:
Mijn lichaam kon een full-time baan niet meer aan. Bálen, weg status! Maar… ik kreeg tijd voor andere dingen. Ik ging schrijven en piano spelen. Dat kan ik blíjven doen, ook als mijn ziekte erger wordt. Ieder mens heeft onontwikkelde talenten, lang gekoesterde wensen, maar geen tijd. Ik ook, maar ik kreeg nu wél tijd. Inmiddels schenken mijn schrijverij en muziek me meer plezier en voldoening dan vroeger mijn o zo drukke, verantwoordelijke baan.
Mijn lichaam kon ook niet meer intensief sporten. Bálen, nooit meer tennissen! Maar rustig achter een golfballetje aanlopen, dat red ik nog wel. Dus geniet ik nu elke zomer van de geur van pas gemaaid golfgras, van hazen, fazanten en prachtige zonsondergangen terwijl ik mijn rondje loop.
Mijn lichaam kan zoveel niet meer dat ik daar soms mijn hart over moet luchten. Vroeger kon ik moeilijk praten over mijn problemen. Dankzij mijn ziekte heb ik dat geleerd, heb ik persoonlijker en diepere gesprekken, kan ik me beter inleven in anderen, heb ik nieuwe vrienden gemaakt -wijze mensen met soms ergere problemen dan ik.
Mijn geest heeft moeten wennen aan een lichaam met pijn en beperkingen. Dankzij mijn zwakke lichaam is mijn geest sterker geworden. Heb ik prioriteiten leren stellen. Heb ik 'nee' leren zeggen. Kan ik beter relativeren. Heb ik mijn talenten ontwikkeld. Heb ik mezelf beter leren kennen.
Als ik nu zou kunnen kiezen tussen mijn huidige leven en een leven zonder ziekte maar ook zonder de winst die die ziekte heeft opgeleverd, zou ik hard moeten nadenken… Misschien éven, een weekje of zo, om weer te ervaren hoe het is om een lichaam te hebben dat doet wat ík wil, om even nergens pijn te voelen.
Maar niet chronisch.
Loes Gouweloos
zaterdag 26 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten