Op een bankje bij de Rotterdamse haven zit ik te genieten van de zon en van het schouwspel van de Wereldhavendagen. De prachtigste schepen zijn al aan mijn oog voorbij getrokken, en nu nadert het pronkstuk: een schitterende, oude, houten raderboot.
'Mooi ding hè, gisteren was tie d'r ook al', hoor ik opeens.
Naast me heeft een man plaatsgenomen van een jaar of 75. Een echte Rotterdammer, dat hoor ik meteen.
'O ja, was U hier gisteren ook?', vraag ik.
'Ik kom hier elke dag', antwoordt hij. Zijn stem klinkt wat melancholiek: 'Wat mot je anders hè, als man alleen.'
'O, u bent alleen.'
'Ja ja, vier maanden geleden is mijn vrouw gestorven. Agressieve vorm van borstkanker, het was zó afgelopen. Gelukkig heeft ze niet veel pijn gehad'.
'We hebben ons 45-jarig huwelijksfeest nog gevierd in het ziekenhuis. Ja ja, mevrouw, 45 jaar samen… Dat is nie niks hoor, dan kén je niet meer buiten mekaar'.
'Op een gegeven moment lag ze zó stil… Ik vroeg aan de zuster: 'Wat denk u nou, is ze nou…?'
Ik kon geeneens verschil zien met als ze sliep. Maar het was al gebeurd.
Gek hè, ik ben al 78, maar ik had het nog nooit gezien, dat iemand dood gaat.
Tsja, en nou ben ik dus alleen. Daarom kom ik elke dag maar effe hier kijken, naar de schepen, er is hier altijd wel íets te zien.'
'En uw kinderen, of heeft u die niet?'
'Ja ja, we… eh, ík heb een zoon. Maar die woont in Amerika. Die verdient daar goud geld, hij heeft een hele goeie baan. Daar heeft 'ie het ook zó druk mee dat ie niet op de begrafenis van z'n moeder kon komen'.
'Ach ja, zo gaat dat hè? We hadden hem al jaren niet meer gezien, maar op de één of andere manier miste ik hem wél toen ik daar alleen aan dat graf stond…
Maar ik ken het begrijpen hoor, zaken gaan voor'.
'En het is tóch een goeie jongen. Want wat denk U? Twee weken na de begrafenis plofte d'r in enen een enveloppe op mijn deurmat. En weet U wat daar in zat?
Een ticket voor een vliegreis naar Amerika.
Dus begin volgend jaar gaat ik hem opzoeken. Gaat ik voor het eerst van mijn leven vliegen, helemaal alleen. Heeft mijn zoon betaald, dat is toch wel een mooi doukeurtje, of niet soms?
Alleen moet ik eerst nog effe sparen van mijn AOW-centen, want de terugreis moet ik zelf betalen van mijn zoon.
Ja, die heeft alles piekfijn uitgedacht voor zijn ouwe vader. Ik zeg 't al: 't is een goeie jongen'.
'Nou mevrouw, ik moes maar weer eens gaan. Morgen kom ik hier toch wéér.
Fijn dat ik effe met U heb mogen praten.'
Loes Gouweloos
Met dank aan 'Kronkel'
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten