Als klein meisje wist ze het al: later zou ze zangeres worden.
Vanaf haar kleuterjaren zong ze al dag en nacht. Haar moeder zei ook altijd: ‘Betty kon eerder zingen dan praten’, en dat zou best eens waar kunnen zijn.
Op de lagere school van het kleine Amerikaanse provinciestadje waar ze opgroeide, schalde haar hoge, heldere stemmetje boven alles en iedereen uit.
Zingen was alles voor haar, het schonk haar vreugde en troost.
Die troost had ze van jongs af aan ook wel nodig, want afgezien van een mooie stem, had de natuur haar niet royaal bedeeld. Ze was klein, mollig, pukkelig, en haar ogen waren heel erg slecht. Ondanks de nodige brilletjes en, later, brillen, was ze altijd vreselijk kippig geweest.
Ze nam zichzelf dan ook al op jeugdige leeftijd voor dat als ze eenmaal op het podium zou staan als zangeres, ze de mooiste gewaden zou dragen die er bestonden, en dat ze nooit een bril op zou zetten.
De mensen moesten háár zien, zij de mensen niet. Zíj moest alleen maar stralen en schitteren, en de sterren van de hemel zingen, dat was haar bestemming.
Toen ze wat groter werd, ging ze op zangles, en ook haar leraren waren diep onder de indruk van haar talent. Zij schoolden haar stem, en zelf werkte Betty ook vol toewijding aan het vervolmaken van haar geluid. Ze verdiepte zich in de klassieke muziek, en vooral in opera, want ze wist al gauw dat daarin haar toekomst lag.
Als ze een operarol zong, was het alsof de kleine, kippige Betty niet meer bestond, dan werd ze een schitterende gravin of een betoverende prinses, en werd ze begeerd door knappe prinsen en hartstochtelijke minnaars.
Misschien was het wel daarom dat ze de allermooiste rol die van Tosca vond.
Tosca, de heldin uit de gelijknamige opera van Puccini: ook in de opera zelf een zangeres, maar dan wel een hele mooie, die alle mannen het hoofd op hol doet slaan met haar schoonheid en verleidelijkheid. Ze worden zelfs zo jaloers om haar dat ze elkaar doden in hun strijd om de gunsten van Tosca.
En dan die prachtige aria´s die bij de rol horen, met als hoogtepunt het dramatische
Vanaf haar kleuterjaren zong ze al dag en nacht. Haar moeder zei ook altijd: ‘Betty kon eerder zingen dan praten’, en dat zou best eens waar kunnen zijn.
Op de lagere school van het kleine Amerikaanse provinciestadje waar ze opgroeide, schalde haar hoge, heldere stemmetje boven alles en iedereen uit.
Zingen was alles voor haar, het schonk haar vreugde en troost.
Die troost had ze van jongs af aan ook wel nodig, want afgezien van een mooie stem, had de natuur haar niet royaal bedeeld. Ze was klein, mollig, pukkelig, en haar ogen waren heel erg slecht. Ondanks de nodige brilletjes en, later, brillen, was ze altijd vreselijk kippig geweest.
Ze nam zichzelf dan ook al op jeugdige leeftijd voor dat als ze eenmaal op het podium zou staan als zangeres, ze de mooiste gewaden zou dragen die er bestonden, en dat ze nooit een bril op zou zetten.
De mensen moesten háár zien, zij de mensen niet. Zíj moest alleen maar stralen en schitteren, en de sterren van de hemel zingen, dat was haar bestemming.
Toen ze wat groter werd, ging ze op zangles, en ook haar leraren waren diep onder de indruk van haar talent. Zij schoolden haar stem, en zelf werkte Betty ook vol toewijding aan het vervolmaken van haar geluid. Ze verdiepte zich in de klassieke muziek, en vooral in opera, want ze wist al gauw dat daarin haar toekomst lag.
Als ze een operarol zong, was het alsof de kleine, kippige Betty niet meer bestond, dan werd ze een schitterende gravin of een betoverende prinses, en werd ze begeerd door knappe prinsen en hartstochtelijke minnaars.
Misschien was het wel daarom dat ze de allermooiste rol die van Tosca vond.
Tosca, de heldin uit de gelijknamige opera van Puccini: ook in de opera zelf een zangeres, maar dan wel een hele mooie, die alle mannen het hoofd op hol doet slaan met haar schoonheid en verleidelijkheid. Ze worden zelfs zo jaloers om haar dat ze elkaar doden in hun strijd om de gunsten van Tosca.
En dan die prachtige aria´s die bij de rol horen, met als hoogtepunt het dramatische
´Vissi d´arte´: ´Ik heb geleefd voor de kunst, ik heb geleefd voor de liefde´ zingt Tosca daarin.
Als Betty dat zong, was ze één met haar heldin. Dat kwam óók doordat ze het lied extra intens beleefde, omdat Tosca even later zelfmoord zal plegen door van de kantelen van de Engelenburcht naar beneden te springen.
Naarmate Betty zich bekwaamde in de zangkunst, werd het haar grote ideaal om haar eerste hoofdrol in deze opera te zingen: debuteren als Tosca, die wens liep als een rode draad door haar jeugd.
Als de zangoefeningen wel eens saai dreigden te worden, als haar leraren haar keer op keer bleven verbeteren, als regisseurs aanmerkingen maakten op haar uiterlijk, hield ze zichzelf altijd voor: ´Wacht maar, er komt een tijd dat jullie zullen pochen dat je met me hebt mogen werken. Er komt een tijd dat het publiek, de wereld, aan mijn voeten zal liggen. Na mijn debuut als Tosca´.
Naarmate Betty zich bekwaamde in de zangkunst, werd het haar grote ideaal om haar eerste hoofdrol in deze opera te zingen: debuteren als Tosca, die wens liep als een rode draad door haar jeugd.
Als de zangoefeningen wel eens saai dreigden te worden, als haar leraren haar keer op keer bleven verbeteren, als regisseurs aanmerkingen maakten op haar uiterlijk, hield ze zichzelf altijd voor: ´Wacht maar, er komt een tijd dat jullie zullen pochen dat je met me hebt mogen werken. Er komt een tijd dat het publiek, de wereld, aan mijn voeten zal liggen. Na mijn debuut als Tosca´.
Natuurlijk was de weg lang. Voordat een sopraanstem werkelijk gevormd is, zijn jaren en jaren van training noodzakelijk.
Talloze bijrollen zong Betty, en lang niet altijd rollen die haar lagen.
Maar ze moest er doorheen, het hoorde er allemaal bij, dat wist ze.
En die jaren van oefening wierpen wel hun vruchten af: haar stem werd rijper, haar zelfvertrouwen op het toneel groeide, de kritieken werden steeds beter, en langzamerhand kreeg ze ook grotere rollen aangeboden.
En toen, ze was bijna dertig, kwam het telefoontje dat ze in haar dromen al honderd keer gekregen had. Het was een bekend impresario, die haar vertelde dat vanaf oktober de opera ´Tosca´ zou worden uitgevoerd in Minnesota. En voor de hoofdrol had men aan háár gedacht... Natuurlijk hapte Betty onmiddellijk toe, en toen ze de telefoon had neergelegd, danste ze door de kamer van geluk. Haar droom was uitgekomen, ze ging Tosca spelen!
De maanden daarna gingen als in een droom voorbij. Natuurlijk werd er hard gerepeteerd, maar Betty was al zo één met haar rol, dat ze deze tijd beleefde als één van innig geluk. Ze zong en ze zong, steeds mooier, en in haar schaarse vrije tijd dacht ze alleen maar aan die grote avond, op 27 oktober, als ze zou debuteren en het publiek aan haar voeten zou liggen. En aan de dag erna, als alle kranten zich zouden uitputten in lovende recensies. Ze zag de koppen al voor zich: ´A Star Is Born´, ´Elizabeth Knighton Printy: De nieuwe Callas´.
De dag van de première besteedde ze uren aan het kleden en aan de grimage. Het resultaat was betoverend: ze zag er prachtig uit, als een echte Tosca. Toen men haar kwam waarschuwen dat ze over twee minuten op moest, haalde ze diep adem, zette haar bril af, en liep half ziende, half op de tast door de voor haar inmiddels overbekende gangen naar de coulissen. Het orkest zette in, Betty stapte het toneel op, en ze werd op slag Tosca: vanaf de eerste noot zong ze zoals ze nog nooit had gezongen. De zaal werd muisstil, men voelde dat men getuige was van een historisch debuut: wat een stem, wat een uitstraling! Men was in extase, en Betty voelde dat.
Bij de grote climax, ´haar´ ´Vissi d´arte´ gaf ze alles wat ze had. De adem van het publiek stokte, je kon een speld horen vallen.
Aan het eind van de derde akte, vlak voor haar zelfmoordscène, wist Betty zeker dat dit háár avond was, dat men over dit debuut nog tot in lengte van jaren zou spreken.
Als in een roes liep ze op de geïmproviseerde afgrond af.
In een flits zag ze nog de krantekoppen voor zich waar ze al jaren van had gedroomd.
Toen maakte ze de sprong...
(krantenbericht uit NRC Handelsblad 27-11-1996):
SOPRAAN ZWAAR GEWOND NA
SPRONG UIT VERKEERDE RAAM
Minnesota, 27 oktober: De Amerikaanse sopraan
Elisabeth Knighton Printy is gisteravond tijdens
een uitvoering van Puccini’s opera ‘Tosca’ zwaar
gewond geraakt. Tijdens de zelfmoordscène aan
het eind van de opera sprong de sopraan uit het
verkeerde raam, en maakte een val van vijf meter.
Achter het goede raam, dat maar één meter hoog
was, lag een matras klaar en stonden helpers te
wachten om haar op te vangen. Knighton Printy
is met een heupfractuur en twee gebroken benen
in het ziekenhuis opgenomen.
Reuter Press
Talloze bijrollen zong Betty, en lang niet altijd rollen die haar lagen.
Maar ze moest er doorheen, het hoorde er allemaal bij, dat wist ze.
En die jaren van oefening wierpen wel hun vruchten af: haar stem werd rijper, haar zelfvertrouwen op het toneel groeide, de kritieken werden steeds beter, en langzamerhand kreeg ze ook grotere rollen aangeboden.
En toen, ze was bijna dertig, kwam het telefoontje dat ze in haar dromen al honderd keer gekregen had. Het was een bekend impresario, die haar vertelde dat vanaf oktober de opera ´Tosca´ zou worden uitgevoerd in Minnesota. En voor de hoofdrol had men aan háár gedacht... Natuurlijk hapte Betty onmiddellijk toe, en toen ze de telefoon had neergelegd, danste ze door de kamer van geluk. Haar droom was uitgekomen, ze ging Tosca spelen!
De maanden daarna gingen als in een droom voorbij. Natuurlijk werd er hard gerepeteerd, maar Betty was al zo één met haar rol, dat ze deze tijd beleefde als één van innig geluk. Ze zong en ze zong, steeds mooier, en in haar schaarse vrije tijd dacht ze alleen maar aan die grote avond, op 27 oktober, als ze zou debuteren en het publiek aan haar voeten zou liggen. En aan de dag erna, als alle kranten zich zouden uitputten in lovende recensies. Ze zag de koppen al voor zich: ´A Star Is Born´, ´Elizabeth Knighton Printy: De nieuwe Callas´.
De dag van de première besteedde ze uren aan het kleden en aan de grimage. Het resultaat was betoverend: ze zag er prachtig uit, als een echte Tosca. Toen men haar kwam waarschuwen dat ze over twee minuten op moest, haalde ze diep adem, zette haar bril af, en liep half ziende, half op de tast door de voor haar inmiddels overbekende gangen naar de coulissen. Het orkest zette in, Betty stapte het toneel op, en ze werd op slag Tosca: vanaf de eerste noot zong ze zoals ze nog nooit had gezongen. De zaal werd muisstil, men voelde dat men getuige was van een historisch debuut: wat een stem, wat een uitstraling! Men was in extase, en Betty voelde dat.
Bij de grote climax, ´haar´ ´Vissi d´arte´ gaf ze alles wat ze had. De adem van het publiek stokte, je kon een speld horen vallen.
Aan het eind van de derde akte, vlak voor haar zelfmoordscène, wist Betty zeker dat dit háár avond was, dat men over dit debuut nog tot in lengte van jaren zou spreken.
Als in een roes liep ze op de geïmproviseerde afgrond af.
In een flits zag ze nog de krantekoppen voor zich waar ze al jaren van had gedroomd.
Toen maakte ze de sprong...
(krantenbericht uit NRC Handelsblad 27-11-1996):
SOPRAAN ZWAAR GEWOND NA
SPRONG UIT VERKEERDE RAAM
Minnesota, 27 oktober: De Amerikaanse sopraan
Elisabeth Knighton Printy is gisteravond tijdens
een uitvoering van Puccini’s opera ‘Tosca’ zwaar
gewond geraakt. Tijdens de zelfmoordscène aan
het eind van de opera sprong de sopraan uit het
verkeerde raam, en maakte een val van vijf meter.
Achter het goede raam, dat maar één meter hoog
was, lag een matras klaar en stonden helpers te
wachten om haar op te vangen. Knighton Printy
is met een heupfractuur en twee gebroken benen
in het ziekenhuis opgenomen.
Reuter Press
Loes Gouweloos
Geen opmerkingen:
Een reactie posten