zaterdag 26 juli 2008

Kaalslag

Pas nu besef ik wat een luxe het was. Als ik opeens een halfje brood of een pak melk nodig had, hoefde ik niet naar een verafgelegen winkelcentrum. Want vlakbij, op een pleintje aan het eind van mijn straat, was een mini-winkelcentrumpje. Daar kon ik alle eerste levensbehoeften kopen: brood, groenten, en boter, kaas en eieren. Handig én gezellig.

Maar een paar jaar geleden begon het, die gezelligheid werd steeds minder. Oorzaak? De buurtslager kreeg last van expansiedrift.

Eens was hij één van de anderen, samen met de buurtbakker, de buurtgroenteman en de buurt-zuivelman. Maar ineens veranderde er iets. Eerst kreeg hij ruzie met de eigenaar van het boter-kaas-en-eierenwinkeltje. Een goeiige, vriendelijke man in een soort blauwe stofjas, altijd in voor een praatje. Zijn winkel was het sociale trefpunt van de buurt. Rommelig, inefficiënt, maar oergezellig. Het lange wachten op een pondje kaas was helemaal niet erg, dan kon ik lekker bijpraten met buurtgenoten.
De zuivelman leek het type mens waar je onmogelijk ruzie mee kunt krijgen. Maar de slager lúkte het. Het conflict liep zo hoog op dat hij besloot tot een branchevervagende strijd op leven en dood. Hij ging óók boter, kaas en eieren verkopen. Onder de prijs. De klandizie bij zijn zachtaardige buurman liep zienderogen terug. En toen, toen stond het winkeltje opeens te koop. Er kwam een bloemist in. Leuk, maar bloemen zijn geen eerste levensbehoefte.

De overambitieuze ex-slager ging meedogenloos verder: hij ging brood verkopen. Broodroof dus - binnen de kortste keren stond de bakkerswinkel te koop.
Toen ging zijn zaak twee weken dicht. Het opschrift 'Slagerij' op zijn pui werd vervangen door een reusachtig, opzichtig bord. 'Troefmarkt', stond daarop.
Toen hij weer openging, was de winkel-met-toonbank veranderd in een klein supermarktje. Té klein voor winkelwagentjes, maar met mandjes kon je je net door de gangpaden wringen. Langs de schappen met koekjes, hondenvoer, chips, en… groenten. Exit groenteboer. In zijn pand kwam een afhaal-Italiaan.

De buurtsuper liep als een trein. De mensen deden al hun boodschappen tegelijk, hoefden niet lang te wachten, alles was super-efficiënt. De strijd leek gestreden.

Maar nóg was het niet genoeg. Ineens hing er een papiertje 'Te koop' aan de ruit van de snoepwinkel naast de buurtsuper. Nog geen week later had de slager dat winkeltje gekocht.
Hij brak de tussenmuur uit om zo zijn winkel ruimer te maken. Zijn overwinning was compleet: hij kon zijn bood-schappenmandjes gaan vervangen door flitsende, fonkelnieuwe winkelwagentjes. Super…

Toen gebeurde het onvermijdelijke: de slager en zijn vrouw waren in hun honger naar succes al vijf jaar niet meer met vakantie geweest, ze werkten 80 uur per week, het werd hen teveel, ze stortten in.
Pas toen beseften ze dat geld niet gelukkig maakt, pas toen begrepen ze dat er meer is in het leven dan een hoge omzet. De slager nam een baan aan als Hoofd Vleeswaren in een échte supermarkt. Een 36- urige werkweek, elk jaar vakantie, geen stress meer. Fijn voor hem. Fijn voor zijn vrouw.

Maar de buurt zit met de gevolgen. Voor onze inkopen moeten we nu kilometers fietsen naar een hypermoderne, drukke winkelpromenade. Een onverdraaglijke tegenstelling met het oude, gemoedelijke pleintje aan het eind van onze straat.
Waar eens het slagersimperium heerste, heerst nu een angstaanjagende rust. Geen kaasman meer, geen groenteman, geen bakker, zelfs geen slager.
Alleen nog hangjongeren, scheurende brommers van pizzacouriers, en grote plakkaten achter de ruiten van alle winkelpanden: TE HUUR.
Wat begon met een spannende prijzenslag, is geëindigd in een troosteloze kaalslag…


Loes Gouweloos

Geen opmerkingen: