zaterdag 26 juli 2008

Kakbuurt

Bij mij in de straat woont een Wereldkampioen! Iedereen zou daar trots op zijn en het van de daken schreeuwen. Ik niet. Want ik heb alleen maar last van deze kampioen. Overlast. Het is namelijk een postduif.
Als hij alléén zou wonen in zijn kampioenen-til, had ik geen problemen. Maar hij woont samen. Met zeker 100 kampioenen in spe. Allemaal worden ze getraind om ooit net zulke prestaties te leveren als hun Grote Voorbeeld.
En tijdens die training laat hun baasje ze elke dag tientallen rondjes vliegen boven onze buurt.
Dus als ik 's zomers op balkon in de zon lig, vallen er grote, vieze spetters op mijn bruinende buik. Als ik lekker buiten zit te eten, landt er regelmatig een gore, grijze kledder duivensaus middenin mijn spaghetti. En mijn was buiten laten drogen is al jaren onmogelijk. Duivenpoepvlekken krijg je nóóit meer uit je kleren.
Dus ik had blij moeten zijn toen buurtgenoten onlangs een actie op touw zetten tegen de eigenaar van de duiven. Ze verzamelden handtekeningen, schreven aan de Gemeenteraad, klaagden hun nood in de plaatselijke pers. Eindelijk leken we verlost te gaan worden van de overlast. Geweldig!Maar ik vond het niet geweldig.
De duivenmelker is een eenvoudige middenstander, eigenaar van een plaatselijke hakkenbar. Daar ken ik hem van. Altijd vriendelijk, zeer behulpzaam, en… bezeten van zijn 'duiffies', zijn lust en zijn leven. Zijn royale twee-onder-één-kap woning kan hij zich waarschijnlijk alleen veroorloven dankzij de prijzen die hij met zijn kampioenen wint. Hij is een stuk ouder dan zijn meeste buurtgenoten, maar toch een gewone 'jongen', in tegenstelling tot zijn naaste buren.
Dat zijn gefortuneerde yuppen, mensen van stand - denken ze.
Daarom hoort hij niet thuis in hun buurt - vinden ze.
Door hem daalt de prijs van hun huizen - weten ze.
En dus moet hij weg. Fijn dat hij duiven heeft, hebben ze tenminste een smoes om hem weg te werken. En daaraan wil ik niet meewerken. Dus míjn handtekening krijgen ze niet.
Dan maar binnen mijn wasje drogen. Dan maar niet buiten eten.

Ik zit op mijn balkonnetje, veeg een verse kampioenenkledder van mijn parasol, zie mijn straatgenoot ijverig in de weer met zijn duiven, en denk: Van mij mag je blijven.
Liever warme poep dan kouwe kak!.


Loes Gouweloos

Geen opmerkingen: