Dit is mijn kans!
Al jaren erger ik me aan de foeilelijke reuzentuinkabouter die mijn buren op onze galerij hebben geplaatst. Knalrode muts, gele spade in de hand. Als ik de deur uitga, grijnst hij me gemeen toe. Als ik naar buiten kijk, is zijn opdringerige puntmuts het eerste wat ik zie.
Maar nu zijn mijn buren met vakantie. Ik zorg voor de geraniums. En… er wordt een zware storm voorspeld. In de zomer! Een duidelijk teken: ik krijg hulp van bovenaf.
De geraniums zet ik binnen. Maar mijn kwelgeest Paulus schuif ik juist naar voren, opdat hij de volle laag zal krijgen van de voorspelde ‘rukwinden tot 120 kilometer per uur’. Nu zal het lachen hem vergaan. Ik verkneukel me al bij het beeld van zijn armzalige overblijfselen.
Na een stormachtige nacht sta ik vroeg op.
Het is gelukt! Honderd scherven liggen verspreid over de galerij, de grijnzende Pauluskop ligt voorover in de goot. Ik geniet. Eindelijk ben ik verlost van mijn kwelkabouter.
Maar dan denk ik opeens aan morgen: dan komen mijn buren thuis. Ik hoor de verwijten al: waarom heb je Paulus niet in veiligheid gebracht, je weet toch hoe we aan hem gehecht zijn?
Geschrokken spoed ik mij naar het tuincentrum. Ik koop een peperdure tweelingbroer van Paulus en zet hem tussen de geraniums.
De volgende dag vertel ik mijn buren met mijn schijnheiligste gezicht dat ik hun geraniums én Paulus van een gewisse dood heb gered door ze tijdens de storm binnen te zetten.
“Hè, wat jammer”, zegt de buurvrouw. “We hadden langzamerhand zo’n hekel gekregen aan die tuinkabouter. Gisteren op de camping zeiden we nog tegen elkaar: “Daar zijn we vanaf. Zo’n storm overleeft hij niet.” Wat een tegenvaller…
Maar nu heb ik er echt genoeg van: morgen zet ik hem bij het grofvuil!”
Loes Gouweloos
zaterdag 26 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten