“Meneer Gouweloos”, vraagt de piepjonge keuringsarts, “wanneer heeft u voor het laatst auto gereden?”
“Meneer Gouweloos? Hoort u me? U bent hier toch voor uw rijbewijskeuring? Wanneer heeft u voor het laatst auto gereden?!”“Oh…uh…ja, ik ben doof. Aan één oor maar hoor. Verder mankeer ik niets. Ik ben in mijn hele leven nog niet ziek geweest, ik heb zelfs nooit griep gehad.”
“Ik zie hier anders in de gegevens van uw huisarts dat u vier jaar geleden een hartinfarct hebt gehad.”
“Een wat?““Een hartinfarct”.Hulpeloos staart hij voor zich uit. “Uh, o ja. Maar daar weet ik niets meer van. Toen was ik bewusteloos.”
Bewusteloos, pa?
Hoeveel keer heb je me niet trots verteld dat je geen sekonde buiten bewust-
zijn bent geweest? Dat je zelf 112 hebt gebeld en haarfijn hebt uitgelegd wat je
voelde. Dat ze binnen vijf minuten aanwezig waren, je de kleren van je lijf
hebben gerukt en een ECG hebben gemaakt. Dat je in een ambulance met gillende
sirene naar het ziekenhuis bent gebracht. Dat je toen bang was dat je dood zou
gaan in de ziekenwagen en dat je die angst nooit meer zult vergeten.
En daar weet je nu niets meer van?...
“Weet u de naam van de minister-president?”
“Van wie?”
“Van de minister-president, van de baas van ons land.”
“O, die. Ja, hoe heet ie ook alweer? Ik zie hem voor me. Uh…. Nee, ik weet het niet.”
“En hoe heet de koningin?”
Opnieuw duurt het zeker tien seconden voordat de vraag is doorgedrongen, alsof hij in een andere wereld leeft waar de klanken uit onze wereld vertraagd en verzwakt doordringen.
Heel zacht en heel langzaam zegt hij:“De koningin? Ja… Die was eerst prinses. Wacht even hoor. Juliana?…”
“Nee meneer Gouweloos, dat was de vorige koningin. Wie is nú de koningin?”
“Wacht, wacht… ik wéét het: Beatrix!”
“Góedzo meneer Gouweloos!”“Nu geef ik u een papiertje en een pen. Ik wil dat u daarop een wijzerplaat tekent. Nee nee, veel groter. Juist.
En nu moet u de wijzers zo tekenen dat ze op twaalf uur staan.”
Waarom zég je verdomme niks, pa?!
Waar is je trots gebleven? Je scherpe geest? Je scherpe tong?
Waarom zeg je niet dat ze kan doodvallen met haar wijzerplaat?
Dat je geen klein kind bent?
Waarom geef je haar niet de volle laag zoals je dat vroeger zo vaak bij
mij hebt gedaan?
Je kon me tot in het diepst van mijn ziel kwetsen.
Nu doe je dat weer, opnieuw onbewust. Maar nu doet het veel meer pijn dan
vroeger. Want nu ben je mijn vader niet meer. Ik herken je niet meer.
Als een brave, gehoorzame kleuter, tekent mijn vader met een magere, bibberende hand twee strepen die naar boven wijzen. Tergend langzaam. Het puntje van zijn tong hangt uit zijn mond.
“Goedzo!”
“Ja, goed he?”, probeert hij met een onhandig lachje.
“Zeker. Maar toch, meneer Gouweloos, u zei net dat u nooit ziek bent geweest. Maar dat is niet waar. Ik lees hier dat u kort geleden zelfs heel ernstig ziek bent geweest. U heeft twee weken in het ziekenhuis gelegen.”
“O, dat… Dat stelde niks voor. Ze hebben alleen een slangetje in mijn buik gedaan.”
“Waarom hebben ze dat gedaan?”
Vertwijfeld kijkt hij de arts aan.
“Hoe heet dat slangetje?”
Een catheter, pa! Zég het nou!
"Het is gewoon een slangetje….”
Zijn stem klinkt steeds onzekerder en wanhopiger. Hij voelt dat dit misgaat, dat hij afgaat, maar hij kan niets doen om het tij te keren.
“Meneer Gouweloos, ik ga dit formulier naar eer en geweten invullen en dan stuur ik het naar het CBR. U moet er rekening mee houden dat uw rijbewijs niet wordt verlengd.”
“Oh. Nou, jammer…”
Jammer, pa? Jámmer?!
Een kwartier geleden vertelde je me nog dat je wereld zou instorten als je geen
auto meer mag rijden. Dat je de auto heel erg zult missen, omdat die het
laatste beetje vrijheid is dat je nog hebt.
Ik wil niet alleen maar thuis in een stoel zitten, dat is geen leven meer”,zei
je, “dan ben ik liever dood.”
“Hoe ging het?”, vraagt mijn moeder gespannen, als ik mijn vader na afloop weer thuis aflever.
“Balkenende!”, klinkt het opeens triomfantelijk, “nu weet ik het weer!”
Hoofdschuddend kijkt mijn moeder naar mij.
“Hij wordt steeds warriger”, fluistert ze, “soms begrijp ik echt niet waar hij het over heeft. Bálkenende…"
"Maar zijn ogen zijn nog goed. Ik hoop zo dat dat rijbewijs nog één keer wordt verlengd. Al is het maar voor een jaartje.”
Loes Gouweloos
zaterdag 26 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten