zaterdag 26 juli 2008

Muur

Ik sta op de Postdamer Platz in Berlijn. Urenlang zoek ik naar de plek waar ik twaalf jaar geleden heb staan huiveren van ontzetting.

Toen was het 4 mei 1989: voor het eerst in mijn leven stond ik voor de Berlijnse Muur. Het was koud, het regende, en in Nederland vond op dat moment de Dodenherdenking plaats.
Maar nog triester was de aanblik van die muur: onaantastbaar, middenop de Potsdamer Platz, bovenop de rails waar vroeger de tram overheen reed. Achter de Muur wacht-torens met gewapende soldaten, honderden rollen prikkeldraad, en in de verte - aan de oostkant - nóg een muur.
Al talloze keren had ik hem op tv gezien. Maar de werkelijkheid is altijd echter.
Pas nu ik hem zag, nu ik hem kon aanraken, nu ik fysiek voelde hoe sterk en ondoordringbaar hij was, pas nu voelde ik ook: die zal hier nog heel lang staan, het is ondenkbaar dat die Muur snel zal verdwijnen.

Mijn zoektocht is vergeefs: alles hier is onherkenbaar veranderd. Waar eens de Muur stond, pronken nu hypermoderne wolkenkrabbers, bioscopen, een casino, de onvermijdelijke McDonalds, en talloze cafés. Op de terrassen doen Berlijners en toeristen zich te goed aan Duitse biertjes en uitgebreide maaltijden. De welvaart is oogverblindend en indrukwekkend.
De vroegere grens is onzichtbaar geworden. Hardwerkende Oost- en West-Duitsers hebben in korte tijd een heel nieuw stadscentrum uit de grond gestampt, zij aan zij -één land, één volk.

Al die verhalen over de discriminatie van Oost-Duitsers in dit herenigde land - ik kan en wil ze niet geloven als ik zie wat ze hier samen tot stand hebben gebracht, en hoe ze hier samen in de zon op de terrasjes zitten te genieten.

In een souvenirwinkeltje staat achter de toonbank een oudere vrouw: sjofel gekleed, een onverzorgd uiterlijk, een doffe blik in haar ogen. Het Oost-Berlijnse type: arm, hardwerkend en zonder perspectief.
Ik vraag haar om postzegels voor verzending van wat ansichtkaarten naar Nederland. Opeens lichten haar ogen op: 'Dat maakt geen verschil meer', zegt ze.
En dan: 'Wir sind jetzt doch allen Europäische Union!'.
Ze zegt het trots, aan haar stem hoor ik dat ze blij is dat ze er nu echt bij hoort.
'Ja, mooi hè, dat de Muur nu weg is, dat alle Duitsers weer gelijk zijn?, zeg ik.

'Alle Duitsers gelijk?', klinkt het kwaad en verbitterd. 'Ik ben trots dat we bij Europa horen. Alle Europese toeristen die hier komen, zijn vriendelijk tegen ons.
Maar de West-Duitsers zijn hoogharig, arrogant, ze smijten het geld op de toonbank en zeggen niets, ze keuren ons geen blik waardig. Ze snauwen ons af, we krijgen de minste baantjes, we zijn tweederangsburgers.
Muur of geen Muur, ze kijken nog steeds neer op ons 'Ossies'. In ons eigen land horen we er nog altijd niet bij. En dat zal nog heel lang zo blijven.'

Even later sta ik weer buiten. Maar ik sta vooral weer met beide benen op de grond: de Muur is weg, maar de kloof is groter dan ooit.


Loes Gouweloos

Geen opmerkingen: