In haar ene hand heeft ze een waterijsje. Haar andere kleverige hand rust in de mijne. Gezellig een dagje uit, samen met haar tante naar het Archeon. We kijken naar een Romeins gladiatorengevecht. Femke leeft hevig mee. Ik ook. We zijn allebei voor de 'schurk', degene die het slechtst ligt bij de meerderheid van het publiek. Dat schept een band.
Zeker als hij wordt ontwapend en languit in het zand valt. Zijn tegenstander heft het zwaard, klaar om de doodsteek uit te delen.
'Stop!' roept de scheidsrechter. 'Het publiek mag beslissen of hij dood moet gaan of mag blijven leven. Wie wil dat hij blijft leven, steekt zijn duim omhoog, en wie wil dat hij dood gaat, houdt zijn duim omlaag.'
Vastberaden maakt Femke haar hand los uit de mijne, vastberaden steekt ze een parmantig duimpje de lucht in. Tante is trots.
Helaas vormen we opnieuw een minderheid, onze held krijgt maar weinig stemmen, hij moet dood.
Zijn tegenstander trekt hem overeind en gaat achter hem staan. Toch nog onverwacht snijdt hij met zijn zwaard de keel open van onze favoriet. Die stort neer, terwijl het bloed uit zijn nek spuit.
Ik schrík ervan. Dit is wel erg realistisch voor een publiek dat grotendeels uit jonge kinderen bestaat. Zoals Femke, die is pas vijf. Gauw pak ik haar hand weer vast. Ze voelt mijn schrik en kijkt me glimlachend aan.
'Het is niet écht hoor Loes', stelt ze me gerust, 'het is gewoon tomatenketchup.'
Een uur later ben ik weer thuis en zet ik de televisie aan. Ik zie nog net het eind van het journaal, Harmen Siezen meldt: 'Zojuist bereikt ons het bericht dat Pim Fortuyn is neergestoken.'
Ik probeer niet te schrikken. Een messteek loopt vaak goed af.
Maar al een paar minuten later wordt het nieuws herzien, Fortuyn is niet neergestóken maar neergeschóten. Weer wat later meldt Siezen: 'Hij is geraakt in hoofd, hals en borst.'
Dan breekt er een uur aan waarin heel Nederland balanceert tussen hoop en vrees. We zien verontrustende beelden van een half ontkleed lichaam waarop ambulancebroeders hartmassage toepassen, we horen getuigen die snikkend vertellen dat Fortuyn er levenloos bij ligt. Niemand denkt nog aan of hij het wél of niet eens was met zijn denkbeelden. Iedereen is verbijsterd en wil alleen maar dat het niet echt is.
Het is bijna acht maanden na 11 september 2001 en opnieuw geloven we het niet.
Dit kán niet waar zijn. Een politieke moord, in Nederland.
Kennedy, Martin Luther King, de beelden staan na al die jaren nog op ons netvlies. Maar dat was in Amerika, hier gebeurt zoiets niet.
Het officieuze nieuws wordt officieel: Pim Fortuyn is dood. Nóg geloof ik het niet.
Maar dan komen er nieuwe beelden. Ik zie hem op de grond liggen, eenzaam en alleen, middenop een verlaten parkeerplaats. Lijkbleek, ogen dicht, een witte doek om zijn hoofd, kogelwonden in zijn hals en zijn hoofd. En om hem heen een grote plas bloed.
Voor de tweede keer deze dag verstijf ik van schrik.
Femke, waar ben je?!
Loes Gouweloos
zaterdag 26 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten