Op weg naar mijn werk, rijd ik op de provinciale sluipweg.
Opeens zie ik in een flits een oude vrouw oversteken, zonder op of om te kijken.
De bestelwagen voor mij kan haar maar half ontwijken, en raakt het voorwiel van haar fiets. Ze valt. Middenop de rijweg, hooguit 50 meter voor mijn auto.
Nog nooit heb ik zo hard geremd. Ik hoor het oorverdovende gepiep van rubber op asfalt, ik schiet naar voren in de gordels. De vrouw ligt roerloos onder haar fiets en komt steeds dichterbij, als in een slowmotion-scène.
Ik zie witte permanentkrulletjes. En een beige mantel. Allerlei irrelevante details boren zich in mijn netvlies.
Zal ik op tijd stil staan? Of rijd ik zo meteen een hulpeloze oude vrouw dood?
Hoe zal dat voelen? Allerlei gedachten schieten door mijn hoofd. Intussen komt de vrouw steeds angstaanjagender dichterbij. Ik zie nu zelfs haar verschrikte blik.
Nog even…
Met een schok komt mijn auto tot stilstand. Ik ren naar voren. Mijn bumper hangt boven het draaiende voorwiel van de fiets. Daaronder ligt nog steeds de oude dame. Ik heb haar niet geraakt, Goddank. Het heeft hooguit 20 centimeter gescheeld.
Ik help haar opstaan.
"Ken je niet uitkijken?!" schreeuwt ze woedend.
Mijn opluchting maakt plaats voor verbijstering.
"Er is geen respect meer voor oude mensen", tiert ze verder. "Ik fiets omdat dat moet van de dokter, voor mijn gezondheid. Maar jij, jij rijdt me bijna dood en je biedt geeneens je excuses aan!"
Ik ga steeds harder trillen, na de schrik nu ook van woede.
De vrouw opent opnieuw haar mond, ongetwijfeld voor het volgende verwijt.
Ik stap in mijn auto en rijd weg. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik haar nog steeds middenop de weg staan. Wijdbeens. Met een gebalde vuist in mijn richting.
Loes Gouweloos
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten