zaterdag 26 juli 2008

Ouders

‘Ogutteguttegut, moet je ’n boertje laten? Toe maar lieffie, toe maar’.
Terwijl hun baby als een kwijlende theedoek over hun schouder hangt, kijken ze me stralend aan. Ouders…
Ik ben al heel wat vrienden kwijtgeraakt omdat ze zo nodig ouder moesten worden. Waren ze tot aan de blijde gebeurtenis leuke, kritische, breed geïnteresseerde mensen, na de geboorte van hun eerste veranderden ze als bij toverslag.

Opbellen op de meest normale tijden is opeens verboden. Dan zijn ze bezig de baby in bad te doen. Of te voeren. Of ze zijn hun peuter aan het voorlezen. En dat gaat altijd voor. Voor alles.
Dan maar op bezoek, ze zullen me toch niet de deur wijzen omdat de baby in bad moet?
Nee, dat niet. Maar ik moet wel kijken. Naar hoe de baby in bad gaat.
En luisteren naar verhalen over Pampers en doorbrekende tandjes en luiereczeem. En ik mag niet meer praten over waar we het vroeger altijd avonden lang over konden hebben: de wereldpolitiek, de nieuwste films, de zin van het leven, mooie muziek.
De wereld is opeens niet groter dan de babykamer en het consultatiebureau. En pás op, géén kritisch woord: dat is kwetsend, en baby’s zijn vertederend. Punt uit.
En ook al houdt die vertedering een keer op, de verplichte bewondering houdt nooit op. Zelfs vrienden met tienerkinderen blijven me maar vertellen hoe geweldig slim die zijn, veel slimmer dan hun leeftijdgenootjes. En sportiever. En betere mensen. Elk gesprek komt op wonderbaarlijke wijze altijd weer op de kinderen uit.
In de loop der jaren ben ik zeer bedreven geraakt in het veranderen van onderwerp, maar hoe inventief ik mijn conversaties ook voer, binnen tien minuten hebben zij het altijd weer over hun nageslacht. Kennelijk is het onvoorstelbaar dat ik niet een hele avond geïnteresseerd kan blijven in hun geniale zoontjes en dochtertjes, laat staan in de zwemprestaties, schoolrapporten of gevatte opmerkingen van hun lijzige puistenpubers.

Er iets over zeggen helpt niet. De boodschap komt niet aan. Tenzij ik hem keihard breng, maar ik wil vrienden geen pijn doen. Dus het blijft zwijgen en het blijft zwoegen.

Een enkele keer houdt een vriendschap stand ondanks de ouder-terreur. De kinderen zijn de deur uit, de verhoudingen kunnen weer worden zoals vroeger. Ik slaak een zucht van verlichting, mijn wachten, zwijgen en zwoegen is de moeite waard geweest. Het wordt weer leuk, eindelijk…

Vergeet het maar! Het houdt nooit op. Want na de kinderen komen de kleinkinderen en alles begint opnieuw.
‘Ogutteguttegut, moet je ’n boertje laten?’


Loes Gouweloos

Geen opmerkingen: