zondag 27 juli 2008

Reintegratie

Net als ik sta te koken, wordt er aangebeld.
‘Dag mevrouw. Ik ben van de KPN en ik wil u graag helpen.’
‘Helpen? Maar ik heb helemaal geen probleem...’
‘Wel als u hoort wat ik u kan aanbieden. Mag ik eens vragen: belt u via KPN?’
Ik kan niet anders dan dat beamen.
‘En heeft u ADSL?’
Tsja, ook dat is waar.
‘Dan mag ik u een prachtige aanbieding doen: bellen en surfen in één.
Als ik even mag binnenkomen, zal ik het rekensommetje voor u maken.’
‘Daar voel ik weinig voor, het is etenstijd.’
‘Dat is waar mevrouw. Maar het duurt echt niet langer dan tien minuten’.

Ik zwicht. Waarom weet ik niet. Meestal kan ik telemarketeers en colporteurs prima afpoeieren. Maar iets in me kan deze slungelachtige, kale zestiger niet afwijzen.
Hij ziet eruit alsof hij de hele dag nog bij niemand is binnengelaten: moegestreden, wat kromgebogen, zweetvlekken onder de oksels van zijn KNP-overhemd. En toch probeert hij vrolijk en zelfverzekerd over te komen, als de onverslaanbare, succesvolle verkoper die zelfs een blinde analfabeet een 32-delige encyclopedie kan aanpraten.

Als hij aan mijn keukentafel zit, slaakt hij een bijna onhoorbare zucht:
de eerste horde is genomen. Hij haalt zijn zwart omrande bril van zijn neus en poetst de vlekken zorgvuldig weg met een geblokte jaren ’50-zakdoek.

Tijd voor horde nummer twee:
Uit zijn skaileren tas haalt hij een ordner tevoorschijn met beduimelde
KPN-brochures. Dan volgt een vers ingestudeerd verhaal over surfen, modems, basisbellen, daltarieven en megabytes.
Regelmatig knijpt hij zijn ogen dicht of werpt juist zijn blik ten hemel.
Dan is hij even een paar seconden stil, spiekt over de rand van zijn bril op een van zijn brochures, en spuwt vervolgens met licht trillende stem de volgende vakterm uit:

‘Bij een… uh… abonnement instapsurfen en bellen, en een download-snelheid van 1500 Kb, betaalt u slechts € 29.95 per maand. Of nee, pardon: € 19.95 per maand, zie ik hier zelfs staan. Met gratis spamfilter. Even kijken hoor… uh… ja, dat klopt geloof ik wel.’
Hij drukt zijn bril weer terug naar achteren:
‘Mag ik misschien uw meest recente telefoonrekening even zien?’
Natuurlijk mag ie dat.

‘Ja ja, ik zie het al’, klinkt het gewichtig, ‘ik kan u wel degelijk helpen mevrouw.’
Hij pakt pen en papier en begint met een rekensom die uiteindelijk een compleet A4’tje beslaat.
Telkens als hij klaar denkt te zijn, ontdekt hij weer een fout in zijn berekening, en begint hij – steeds heviger zwetend – opnieuw.
Hij ziet mijn meewarige blik en bekent blozend: ‘Ik doe dit werk pas twee maanden’.

Ineens begrijp ik het: dit is vast een voormalig monteur die boventallig is geworden en die nu via een perfect doortimmerd reïntegratieprogramma een half jaar de tijd heeft om te bewijzen dat hij op straat moet worden gezet.

De tien minuten zijn er al twintig als hij eindelijk tot de conclusie komt dat ik maar liefst € 4,05 per maand goedkoper af ben als ik op zijn aanbod inga.
Dat vind ik letterlijk de moeite niet waard. Maar ik durf het hem niet te vertellen. Laf zeg ik dat ik erover na zal denken.

Zijn gezicht klaart op, dit is kennelijk al meer dan hij gewend is:
‘Dan bel ik u over twee dagen op. En als u nog vragen hebt, bel mij dan gerust.’
Met een weids gebaar schuift hij me plechtig zijn vers gedrukte kaartje toe:
‘Ad Mak, KPN Sales’.

Als hij weg is, lees ik de brochure die hij heeft achtergelaten.
Daar staat: ‘Aansluiting: gratis!’
En daaronder in heel kleine lettertjes: Montagekosten: € 99.
Het gaat dus 25 maanden duren voordat dit geweldige KPN-aanbod me geld gaat opleveren. Bovendien heb ik helemaal geen zin in een monteur over de vloer, en evenmin in de onvermijdelijke technische problemen die altijd met zo’n overstap gepaard gaan.
Ik leef echt mee met Ad, maar als hij me terugbelt zal ik hem toch heus zeggen dat het feest niet doorgaat.

Twee dagen later staat hij opnieuw voor de deur, om acht uur ‘s avonds. Hij draagt nog steeds hetzelfde gekreukte overhemd. Zijn KPN-badge bungelt ondersteboven aan zijn borstzakje.
Hij veegt het zweet van zijn voorhoofd en en zegt vermoeid vrolijk:
‘Dag mevrouw. Ik had gezegd dat ik u terug zou bellen. Maar ik was toch in de buurt, dus ik dacht: ik ga maar even persoonlijk langs om te horen wat u heeft besloten.’
Met ogen die glinsteren van verwachting kijkt hij me hoopvol aan vanachter zijn opnieuw besmeurde brillenglazen.

Gelukkig ben ik nu voorbereid. Om te voorkomen dat ik me weer laat leiden door medelijden, bijt ik hem – harder dan de bedoeling is – toe:
‘Ik doe het niet. En het heeft geen zin erover in discussie te gaan. Mijn besluit staat vast.’
Hij knakt voorover, hapt naar adem, alsof ik hem zojuist hard in zijn kruis heb getrapt. Dan stamelt hij:
‘Maar ik kan u toch helpen?...’

Ik vertel hem over de kleine lettertjes en de € 99 montagekosten.
‘Oh, dat hebben ze er niet bij gezegd’, zegt hij zacht – meer tegen zichzelf dan tegen mij.
Kennelijk een hiaat in de KPN-reïntegratiecursus.

‘U kunt er niets aan doen hoor, u heeft echt uw best gedaan’, slijm ik, om mijn geweten te sussen.

Maar Ad luistert al niet meer. Met gebogen schouders sjokt hij de gang van de flat uit.
Nog even, dan staat hij op straat.


Loes Gouweloos

Geen opmerkingen: