Ik heb een nieuwe hobby: schommelspieden.Bijna dagelijks bestudeer ik het schommelgedrag van mijn buurtgenoten op het speelplaatsje voor mijn huis. En of het nu nature is of nurture, de man-vrouwverschillen zijn overduidelijk.
Eerst de moeders. Die duwen hun schommelende kind met twee handen voorzichtig naar voren, en adviseren hen voortdurend zich goed vast te houden. Daarbij proberen ze vergeefs geen angst te laten doorklinken in hun stem.
Dochtertjes die zo geschommeld worden, genieten. Innig tevreden, vrolijk zingend, blonde staartjes wapperend in de schommelwind. Ze krijgen er geen genoeg van. Dromertjes.
Dit in tegenstelling tot hun broertjes, de doenertjes. Die houden het hooguit een minuut vol, en beginnen dan ‘Harder!’ te roepen. Als moeder dat niet doet, springen ze met een verveeld gezicht van de schommel af en gaan voetballen.
In het weekend verschijnen de vaders ten tonele. Zwijgend, en onverschillig de andere kant op kijkend, geven zijn hun nageslacht af en toe met één hand een zet.
Ook dat verveelt na een minuut. Dus besluiten ze tot hardere zetten, zodat hun kind zich heel stevig moet vasthouden om niet van de schommel te vallen.
Meisjes gaan krijsen. Van opwinding, maar vooral van angst. Ze smeken al gauw of pappa alsjeblieft wil stoppen. Pappa’s die dat weigeren (‘doe toch niet zo kinderachtig!’) kunnen rekenen op hysterisch gekrijs.
Maar jongetjes genieten. Als ze nu ‘Harder!’ roepen, wordt er tenminste gehoorzaamd! Hoe harder pappa duwt, des te vastberadener ze worden. Terwijl ze hoog boven de klimrekken uit vliegen, verschijnt er een verbeten lachje op hun gezicht. Ze stoppen pas als zij zelf en pappa volslagen uitgeput zijn.
Dan lopen ze samen hijgend, zwijgend en diep voldaan naar huis.
Vrouwenschommelen en mannenschommelen: allebei leuk. But never the twain shall meet. Misschien geldt dat wel niet alleen voor schommelen.
Loes Gouweloos
zaterdag 26 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten