Ons vrouwenclubje hijst zich op de hometrainers in de sportschool.
Terwijl we relaxed fietsen en keuvelen, marcheren de mannen naar binnen.
Zwijgend, met strakke, vastberaden blikken. Glimmende wielrenbroekjes, shirts met licht-gevende reclameteksten, Nike-schoenen, zweetband om hun voorhoofd, handdoek quasi-nonchalant om hun nek, zilverkleurige bidon in de hand.
'Goedemiddag!', roepen wij vrolijk.
Ze antwoorden niet: ze zijn hun trainingsschema aan het instellen, dat is een serieuze zaak.
Alsof er een officieel startschot heeft geklonken, beginnen ze allemaal tegelijk te trappen. Niet ontspannen, zoals wij, maar in een moordend tempo.
Al snel hijgen ze als postpaarden en gutst het zweet van hun lichamen.
Inmiddels zijn wij uitgefietst, we gaan naar de andere fitness-toestellen. Maar overal worden we weggekeken door hijgende, zwetende, woest kijkende mannen die op hun hartslagmeter checken of hun hartslag niet daalt terwijl de vrouwen veel te lang in de leg-press blijven zitten kletsen.
Kreunend en steunend tillen ze gewichten die veel te zwaar voor hen zijn.
Terwijl wij na afloop gezellig een glaasje Spa drinken, strompelen de mannen voorbij, op weg terug naar de kleedkamer. Hijgend, puffend, kreupel, volkomen uitgeput.
Als wij buiten op onze fietsen stappen en elkaar vrolijk gedag zwaaien, vallen zij als een blok beton in hun auto neer.
Thuisgekomen, vertellen ze trots hoe diep ze zijn gegaan. Maar dat ze wel veel dorst hebben gekregen. Dus ja, graag een biertje. En nog een. En nog een.
Loes Gouweloos
zaterdag 26 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten