zondag 27 juli 2008

Spotvogel

'Ik word gek van dat beest!’
Mijn moeder heeft het precies een dag volgehouden.
Maar nu is het genoeg. Ze klimt op een stoel en grijpt de houten koekoek vast.
‘Ik zal hem even uitschakelen, dan hebben we tenminste rust. Als we hier weggaan, zet ik hem wel weer aan.’
Ze verricht wat onduidelijke handelingen, maar inderdaad: vanaf dat moment hebben we geen last meer van de koekoeksklok, die elk kwartier oorverdovend tekeer ging.

We genieten van de rust in dit prachtige vakantiehuisje in Oostenrijk. Die rust wordt alleen verstoord door de verhuurster, die regelmatig argwanend poolshoogte komt nemen.
Haar argwaan is wel begrijpelijk: toen Frau Müller op de tweede dag van ons verblijf een zelfgebakken welkomst-appeltaart kwam brengen, had ze een hysterie-aanval nog net kunnen bedwingen. Dat kwam doordat mijn vader een tafelkleed op het dak had gelegd van zijn splinternieuwe Fiat 128, om de lak te beschermen tegen de brandende Tiroolse zon.
‘Mein Gott! Dat is mijn Perzische tafelkleed!’, had Frau Müller uitgeroepen. Ik kon nog net de appeltaart opvangen die ze van schrik uit haar handen liet vallen.
Mijn vader beloofde beterschap, maar haar argwaan was gewekt. En die bleef, tot de laatste dag.

Die laatste dag zou ze langskomen om de huur te innen en om te controleren of het huisje nog net zo was als voordat de familie Gouweloos er zijn intrek in had genomen.
Mijn ouders, mijn broer en ik hadden het hele huis schoongemaakt, alles netjes opgeruimd, en de Pers gladgestreken op tafel gelegd. We hadden niets te vrezen.

Behalve van de koekoeksklok. Want wat we ook probeerden, het lukte niet meer om hem in zijn oude staat te herstellen. Sinds mijn moeders ingreep, ging elk kwartier het deurtje veelbelovend open en deed de houten koekoek aarzelend een stapje naar voren. Vervolgens schraapte hij zijn keel, produceerde een licht kreunend geluid, en bleef dan als aan de grond genageld staan, met wijd opengesperde ogen.

We waren er aan gewend geraakt: er stond een stoel onder de klok en elk kwartier klom een van ons daarop en duwde het beestje geroutineerd terug naar binnen. Deurtje dicht, klaar.

Maar nu komt Frau Müller dus voor haar eindinspectie. Wat zal er gebeuren als de koekoek tijdens haar bezoek weer kreunend uit zijn hokje komt en vervolgens als door de bliksem getroffen stil blijft staan?
Zullen we een nieuwe klok moeten betalen? Zal Frau Müller flauw vallen? Zal ze de politie waarschuwen?

Het ene scenario is nog angstaanjagender dan het andere. We móeten voorkomen dat zij ontdekt dat haar klok kapot is.
Ze zal om kwart voor tien komen. En wij willen vóór tien uur vertrekken.
Het begint goed: ze is een minuut te laat, dus de koekoek is net weer veilig in zijn hok teruggeduwd. Nu moeten we er alleen nog voor zorgen dat ze voor tien uur weer weg is. Het verschuldigde bedrag ligt al precies gepast klaar. Frau Müller telt net nog even na: het klopt. Dan begint ze aan haar inspectieronde.

De tijd tikt weg.
Tien voor tien: Oh, wat hebben we de badkamer mooi schoongemaakt, wat zijn Hollanders toch ‘saubere’ mensen.
Vijf voor tien: De keuken ziet er ook piekfijn uit. En al het bestek is er nog, er ontbreekt niets.
Oké, wegwezen!
Maar nee hoor, Frau Müller begint eindelijk te ontdooien. Tevreden knijpt ze in haar gevulde portemonnee en poeslief informeert ze of we een fijne vakantie hebben gehad.
En of we nog eens terug willen komen.
Alle vier knikken we ijverig: ja, het was geweldig, ja, we komen vast nog eens terug.
Ik kijk op mijn horloge: het is één minuut voor tien. Naar de koekoeksklok durf ik niet eens te kijken.

Met een ferme handdruk neemt Frau Müller afscheid. Ze trekt de deur achter zich dicht en loopt het tuinpad af.
Opgelucht vallen we alle vier neer op de bank: even bijkomen voordat we vertrekken.

Dan gaat het deurtje van de koekoeksklok open. De koekoek stapt vastberaden naar buiten, schraapt zijn keel, en dan klinkt het tien keer achter elkaar - glashelder en triomfantelijk: ‘Koekoek’!


Loes Gouweloos

Geen opmerkingen: