'Maakt ú er maar iets van, want ik weet het niet meer!', verzucht mijn moeder ten einde raad tegen de kapper. En niet tegen zomaar een kapper, nee: tegen John Posthmus, de allerduurste kapper van Rotterdam. Ons bezoek aan zijn luxe kapsalon is het laatste redmiddel, de laatste hoop van mijn wanhopige moeder.
Al vanaf mijn peuterjaren voert zij een strijd op leven en dood. Tegen mijn haar. Zelf heeft ze krullend haar, dat prachtig in model valt.
Hoe anders is dat bij haar eerstgeborene… Ze had gedroomd van een schattig dochtertje met goudblonde krullen. In plaats daarvan kreeg ze mij…
Niet schattig maar kattig. En kippig, dus al vanaf heel jong met bril. En met dik, steil haar - niets mee te beginnen.
'Een steile bosduvel', zegt ze altijd. Of: melkboerenhondenhaar'.
Ze maakt staartjes in mijn haar. Doet er levensgrote, gekleurde strikken in. Maar zodra ik wegrijd op mijn autoped, vallen de strikken eraf.
Ze probeert het jarenlang met vlechten. Elke ochtend moet ik doodstil zitten terwijl mijn moeder lange vlechten in mijn haar maakt. Mijn 'pony-met-kruintjes' wordt met fixatief stijf naar achteren geplakt.
Elke avond wordt mijn haar weer uitgeborsteld. Dankzij de vlechten, de elastiekjes en het fixatief, zit het vol klitten. Hele plukken verdwijnen in de borstel. Au!
En: O, wat haat ik die truttige vlechten! Ik wil niet lijken op Heidi, ik wil los haar, dat wappert in de wind, zonder strikken, speldjes en diademen. Ook al zie ik er dan uit als 'Polletje Piekhaar' - aldus mijn vader, die hartstochtelijk met mijn moeder meelijdt.
Maar mijn haar in model knippen is een onmogelijke opgave voor de gemiddelde buurt-kapper.
Vandaar onze gang naar John Posthmus.
John kijkt fronsend naar mijn haren. Hij haalt er zijn vingers doorheen en laat mijn zware haardos dan weer misprijzend omlaag vallen.
Mismoedig schudt hij zijn hoofd: 'Veel te dik, en ik heb nog nooit zo'n steile haarbos gezien'. Mijn moeder veert op: Heeft zij het niet altijd al gezegd? Haar jarenlange lijden krijgt eindelijk een gewillig oor.
'Ik zal zien wat ik kan doen', zegt de high-society kapper, 'maar ik garandeer niets. Ik weet van bijna alle soorten haar wel iets te maken, maar er zijn grenzen…'
Dan neemt John de schaar ter hand.
Een uur later staan we weer buiten. Mijn hoofd is een stuk lichter. Mijn moeders portemonnee ook.
Thuis bestuderen we mijn nieuwe coupe. Dankzij een halve spuitbus Schwarzkopf-lak is elke krul op zijn plaats gebleven. Ik stink adembenemend. Maar mijn moeder is tevreden:
'Zie je nou wel: het kost wat, maar nu durf ik me eindelijk met je te vertonen'.
's Nachts moet ik een haarnetje om. Maar mijn 'bosduvel' laat zich niet zo gauw klein krijgen!
Als ik de volgende ochtend de huiskamer binnenkom, slaat mijn moeder haar handen voor haar mond van ontzetting:
'Al je krullen zijn verdwenen! En je pony is scheef afgeknipt. Heb ik dáár nou 50 gulden voor betaald? Trek je jas aan, ik breng je terug!'
Loes Gouweloos
zondag 27 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten