zondag 27 juli 2008

Ze schaakt

Haar geboorte kan ik me nog herinneren alsof het vorige week was. Het lijkt alsof ze bijna direct daarna kon lopen. Én praten. Voor mijn gevoel toonde ze me haar kunsten op de fiets pas gisteren. En nu, vandaag, heb ik voor het eerst met haar geschaakt.

Mijn nichtje is drie, en ze zet me bijna mat! Weliswaar met wat medewerking van mijn kant, maar toch…

Feilloos zet ze alle schaakstukken op de juiste plaats neer. Zonder aarzelen schuift ze rechtuit met de toren, diagonaal met de lopers, en maakt ze ingewikkelde paardensprongen. Ze denkt
zelfs regelmatig twee zetten vooruit, en zet zo al kleine aanvalletjes op die uitmonden in het slaan van mijn stukken.

Aan het begin van het partijtje heb ik nog gemengde gevoelens. Natuurlijk is tante trots dat ze een nichtje heeft met zo'n hoog IQ, maar aan de andere kant vraag ik me af of ze niet al te veel een wijsneusje aan het worden is.
Maar mijn zorgen zijn ongegrond. Femke schaakt wel, maar ze schaakt als een gezonde, speelse peuter:
Als ze een stuk slaat, slaat ze het ook écht. Met een zwierig gebaar zwiept ze de vijandelijke toren of dame van het schaakbord af. Het stuk landt met een boogje een meter verder op tafel.
Dit gaat gepaard met een triomfantelijke uitroep: "Tók!".
Vervolgens legt ze het spel stil: "Ik ben de scheidsrechter."
Doel van deze onderbreking is het geslagen stuk veilig terug te zetten in de doos waar de schaakstukken in worden opgeborgen, want "dan staat hij lekker bij de anderen".
Pas als ze het deksel weer heeft dichtgeschoven, mag de partij worden hervat.

Op een gegeven moment heeft ze zichzelf zo vast gezet, dat ik gewoonweg gedwongen ben een loper van haar te slaan. "Sorry Femke", zeg ik, "maar ik ga je loper slaan."
Niet begrijpend kijkt ze me aan: "Dat geeft niks hoor Loes, ik heb er toch nóg één!"

Na een minuut of tien begint ze haar geduld te verliezen. Opeens pakt ze een van haar paarden en maakt een lange serie sprongen achter elkaar. Die eindigt ruim naast het schaakbord, vlakbij een schaal met koekjes. Ze laat haar paard voorover buigen, met zijn neus op de lekkernijen, en deelt mee: "Even wachten hoor, het paard heeft honger."
Nadat het denkbeeldige koekje is opgegeten, springt het paard weer vrolijk terug naar het veld waar het vandaan was gekomen.

Met een uiterste krachtinspanning weet ik een remise uit het vuur te slepen.
Femke wil niet nóg een potje, want ze heeft inmiddels haar zinnen gezet op haar gloednieuwe kwartetspel: "Ik wíl niet meer schakelen, ik wil kroketten!"



Loes Gouweloos

Geen opmerkingen: