zondag 27 juli 2008

Zeker weten

Rond middernacht wandel ik de hal van mijn flat binnen. Het is doodstil en uitgestorven in het gebouw. Ik loop naar de lift.
En daar staat hij, ook hij moet naar boven. Een enorm grote, enorm zwarte neger met enorm gespierde armen en een enorme stierennek. Een man die mij, als hij dat zou willen, binnen enkele seconden machteloos kan laten spartelen en in deze verlaten hal alles met me kan doen wat hij wil.
Ik schrik en aarzel: moet ik consequent zijn en dapper doorlopen, het gevaar trotseren, en met hem de lift ingaan? Of moet ik voorzichtig zijn en gauw teruglopen, zonder gevaar voor moeilijke vragen, nu hij mij nog niet heeft gezien?

In discussies ben ik zeer politiek correct, ik discrimineer niet, zeker weten.
Maar nu, op dit late tijdstip met die grote zwarte man op een paar meter afstand, blijft daar niets van over. Wel woorden, geen daden.
Ik stap schielijk achteruit, terug de hal in, en maak mezelf wijs dat ik nodig nog even in mijn brievenbus moet kijken. Terwijl ik mijn post verzamel, kan de man dan met de lift naar zijn flat gaan, en daarna volg ik - in de dan weer lege lift.
Als ik de brievenbus openmaak, besef ik dat ik de krant van vandaag nog niet heb gelezen. Daar ligt hij, NRC Handelsblad, de kwaliteitskrant. Mooi, kan ik die nog even doorbladeren voordat ik straks naar bed ga. Ik bekijk de koppen om tijd te winnen, en besluit dan dat ik wel lang genoeg heb gewacht. De kust is nu ongetwijfeld veilig.

Maar ik heb me vergist. Als ik opnieuw naar de lift loop, staat de man er nog steeds. En nu ziet hij me wél. Hij ontbloot een rij hagelwitte tanden die in de donkere hal extra schitterend afsteken tegen zijn pikzwarte huid.
De lift is inmiddels gearriveerd en hij trekt de deur wijd open. Met zijn andere arm maakt hij een uitnodigend gebaar: na u…
Dit keer is er geen weg terug. Trillend van angst stap ik voor hem langs de lift in. In het voorbijlopen ontvang ik een stralende glimlach. Maar wat zit daarachter? Wat is hij van plan als we straks met zijn tweeën in de lift zitten?
Ik stel me op in het uiterste hoekje van de cabine en ontwijk zijn blik.
Teruglachen kan verkeerd opgevat worden, ik moet zo afstandelijk mogelijk doen.
De deur valt dicht. Daar gaan we, wat zal er gebeuren?
Ik kijk zo neutraal mogelijk voor me uit, op heuphoogte.
Daardoor zie ik dat mijn allochtone flatgenoot een krant onder zijn arm heeft.
'NRC Handelsblad', lees ik.
Ik voel de spanning van me afglijden en slaak een zucht van verlichting: als hij ook de NRC leest, is het goed.

Als ik een paar minuten later inderdaad ongeschonden achter mijn gesloten deur in mijn veilige flatje zit, is mijn paniek weg. Maar daarvoor in de plaats voel ik nu een diepe schaamte.
Was ik maar ineens die lift ingestapt, dan zou ik nu niet zo kwaad zijn op mezelf, denk ik.
Maar het was wel leerzaam, is mijn volgende gedachte. Of neem ik mezelf nu opnieuw in de maling? Want wat doe ik als ik weer in zo'n situatie kom? Opeens weet ik het allemaal niet meer zo zeker…


Loes Gouweloos

1 opmerking:

Anoniem zei

wat een heerlijke story .

een geweldig brokje nostalgie
de king-size badslippers ( met tien kalknagels)
leuke weblog ,benieuwd wat er nog meer komt...
groet W.Kamping