Horloge
Het is zuiver goud, dat weet ik zeker. Vol trots doe ik het om mijn pols. Ik kijk er elke minuut op, en zelfs ’s nachts houd ik het om.
Mijn eerste horloge. Gekregen voor mijn achtste verjaardag. Mijn ouders hebben me het met een plechtig gebaar overhandigd: ‘Je wordt nu zo groot, je krijgt je eigen horloge’.
Zelfs bij tien graden onder nul (dat kwam nog regelmatig voor in 1958) stroop ik mijn mouwen op, zodat het blinkende horloge en het bruine bandje van ‘zuiver leder’ voor iedereen goed zichtbaar zijn.
22 jaar later weer zo’n plechtig moment. Omdat ik dertig wordt, willen mijn ouders me een extra duur cadeau geven, dat lang meegaat. ‘Tijdloos’, zou je zeggen, maar in dit geval niet, want opnieuw krijg ik een horloge. En het mag wat kosten.
Met mijn vader loop ik een hele zaterdagmiddag door het centrum van Rotterdam. We beginnen bij een van de meest chique juweliers: Siebel.
De verkoopster doet het met eerbied om mijn pols: een stijlvol, zilveren Prismahorloge met een zwarte wijzerplaat en Romeinse cijfers. Prachtig. Ik ben verkocht. Een plattere horlogekast heb ik nog nooit gezien.
Die platheid blijkt het kenmerk te zijn voor klasse.
En voor een exorbitant hoge prijs: 400 gulden!
Teleurgesteld doe ik het pronkstuk weer af. Mijn vader ziet mijn teleurstelling en aarzelt. Ook hij vindt het horloge schitterend, maar 400 gulden…
‘Eerst nog even verder kijken’, zegt hij. Dat gaat dus niet door, denk ik.
We gaan winkel in, winkel uit. Juweliers, de Bijenkorf, V&D. Overal doe ik horloges om van een acceptabele prijs. Sommige zijn heel aardig, maar ik blijf terugdenken aan mijn eerste: mijn platte, zwarte Prisma design quartz.
Het gaat steeds harder vriezen en de wind wakkert aan. Na drie uur lopen, zegt mijn vader opeens vastberaden:’ We gaan terug naar Siebel. Die Prisma is gewoon de mooiste, en tenslotte word je dertig. En een horloge is niet zomaar iets, dat draag je de rest van je leven.’
Ik wilde niet liever.
Maar een paar jaar geleden stopte hij ermee.
De plaatselijke juwelier meldt ontdaan dat er geen onderdelen meer verkrijgbaar zijn. ‘Het was een prachtig model, mevrouw, een klassieker. Ik zou het bewaren als ik u was. Maar we krijgen het niet meer aan de praat.’
Daarna volgt een verhaal over de devaluatie van het horloge in het algemeen. Iedereen heeft meerdere horloges, het is een hebbedingetje geworden, een wegwerpartikel - de batterijen zijn duurder dan de horloges.
Vanaf dat moment koop ik bij elk bloesje een bijpassend horloge en als de batterij leeg is, koop ik een nieuw. Dik, plat, zilverkleurig, goudkleurig, met of zonder datumaanduiding, plastic bandje, leren bandje, metalen bandje. Ik heb er zeker tien, maar geen enkel horloge betekent nog iets voor me.
Als mijn nichtje zes wordt, probeer ik het nog één keer: ‘Je kunt nu klokkijken, dus je krijgt van je tante een echt horloge’.
‘Ik heb al een horloge!', zegt Femke, bijna beledigd.
Voor de beleefdheid doet ze het cadeau even om, maar als ik haar een paar weken later weer zie, is het mooie, dure horloge vervangen door een exemplaar met een Mickey Mousewijzer-plaat.
Inderdaad: horloges betekenen niets meer.
Of toch?
Drie maanden geleden is mijn moeder gestorven.
Voor de crematie is er de bekende ‘gelegenheid tot afscheid nemen’.
Femke, inmiddels een stoere aspirant-puber van elf, loopt de rouwkamer in.
Daar ligt haar oma: lijkbleek, koud, levenloos.
Femke kijkt even, verstijft van schrik, draait zich dan om en valt huilend in haar moeders armen. Ze krijgt koffie, ze krijgt kusjes, iedereen spreekt troostende woordjes, maar niets helpt.
Haar lieve, gekke oma, die zo veel van haar hield, met wie ze spelletjes deed, die haar steeds weer cadeautjes gaf waar ze al te groot voor was, die haar meer knuffelde dan wie dan ook.
Dat is nu voor altijd voorbij, opeens dringt het door. Femke is ontroostbaar.
Maar dan grijpt ze naar haar pols. Ze stopt met snikken, droogt haar tranen, en zegt met een nog wat onvaste maar toch sterke stem: ‘Ik heb gisteren een horloge gekocht. Daar staat in gegraveerd: ‘Van oma’, kijk maar.
Ik zal het altijd dragen. En steeds als ik op mijn horloge kijk, dan denk ik aan oma.’
Loes Gouweloos
vrijdag 1 augustus 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
1 opmerking:
Dag Loes,
Net terug van mijn vakantie en wordt verrast door mijn buurvrouw met haar nieuwe Website, geweldig.
Gefeliciteerd daar mee.
Toen het horloge verhaal gelezen, zo herkenbaar en zo ontroerend.
Moest hier even op reageren.
Wens je veel succes en vooral plezier met jouw Website.
Groetjes Roel
Een reactie posten