Vrouwen kunnen niet rijden’, beweren veel mannen nog steeds. Met zo veel stelligheid dat je zou verwachten dat ze zich baseren op grondig wetenschappelijk onderzoek.
Maar helaas. Als je doorvraagt, blijkt dat ze zich baseren op een steekproef van welgeteld één persoon: hun eigen vrouw.
Vervolgens gaan ze – zeer onwetenschappelijk – generaliseren: hun vrouw kan niet rijden, dus kunnen alle vrouwen niet rijden.
Hun vrouw kan niet behangen, dus kan geen enkele vrouw behangen.
Hun vrouw kan niet logisch denken, dus kunnen vrouwen niet logisch denken.
Dat kunnen die mannen wél. Dat vrouwen niet kunnen rijden, leiden zij namelijk af uit het feit dat zij al van verre zien of er een vrouw of een man achter het stuur zit.
Tsja… Ook ik zie dat. Als er van verre een roestbak met knetterende uitlaat veel te hard komt aanscheuren, weet ik zeker dat daarin een man zit die denkt dat hij Michael Schumacher is.
Toch concludeer ik daaruit niet dat álle mannen roekeloos rijden.
Maar als er bij mij in de buurt binnen een week twee ernstige auto-ongelukken gebeuren, beide tengevolge van roekeloosheid van de mannelijke bestuurder, dan ga ik ernstig twijfelen.
En als ik lees dat volgens de verzekeraars mannen zes keer zoveel ongelukken veroorzaken als vrouwen, weet ik het zeker.
Mannen kunnen niet rijden, maar ze dénken van wel.
Zelfoverschatting dus. Dat is het enige verschil met vrouwen.
Die kennen zichzelf, en stemmen hun rijgedrag daarop af.
Daarom rijd ik al 25 jaar schadevrij. Logisch. Toch?
Loes Gouweloos
donderdag 7 augustus 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten