woensdag 10 september 2008

Het goede voorbeeld

Een klap, een schreeuw. Bloed spat uiteen op de vloer. En mijn geloof valt in één klap aan diggelen. Voorgoed.

Het was zo mooi begonnen: "Wíj geloven er wel niet in, maar er zijn een heleboel mensen die er wél in geloven. En daarom moet je ernaar toe."
Mijn ouders hadden hun best gedaan me hun eigen overtuiging niet op te dringen. "Wat je wilt geloven moet je later zelf maar weten", zeiden ze altijd, "dat moet je beslissen als je groot bent."

Brandend van nieuwsgierigheid ga ik na de zomervakantie van 1961 naar mijn eerste bijbelkennisles. Nu zullen alle stukjes op hun plaats vallen, nu zal ik het hele verhaal horen.
De lerares is een Hervormde dominee, een strenge vrouw met een grijs knotje en een brilletje waarover ze ons onheilspellend aankijkt terwijl ze de vaak gruwelijke maar o zo spannende verhalen vertelt uit het Oude en het Nieuwe Testament.
Ik hang aan haar lippen, maar ik blijf ook kritisch. Als ze vertelt dat Kaïn en Abel de enige nakomelingen zijn van Adam en Eva, ben ik zo vrij om mijn vinger op te steken en te vragen hoe de mensheid dan heeft kunnen ontstaan. Uit twee jongens, dat kan toch niet?
Ik kan een gevoel van triomf niet onderdrukken als ik voor het eerst wat onzekerheid bespeur bij de dominee. Ze ontwijkt mijn blik, talmt, zoekt naar woorden, en komt dan met de vondst dat er 'heel misschien, heel ver weg, in China of zo', ook nog wel een paar mensen hebben gewoond, maar dat dat niet in de Bijbel staat.
Beetje zwak antwoord vind ik dat, maar ik vergeef het haar want haar verhalen zijn zo mooi dat ik ze gewoonweg wíl geloven.

Om er zeker van te zijn dat we goed opletten tijdens haar niet verplichte vak, overhoort Juffrouw De Jong ons elke week. Dan stelt ze vragen over het verhaal dat ze de week daarvoor heeft verteld.

En tijdens zo'n overhoring gebeurt het. Juffrouw De Jong wendt zich tot Nicky, een helblonde sproetenkop met een eigenwijs kuifje, én de ondeugendste jongen uit de klas.
"En nu jij: wie sprak de woorden: 'God, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen'"?
Nicky weet het antwoord best, maar hij besluit er een grappige draai aan te geven, zoals hij dat met zoveel dingen doet - de reden waarom de hele klas hem zo leuk vindt.
Op een tergend langzame, jennerige toon, geeft hij het antwoord, zijn stem klinkt alsof hij met verbijstering geslagen is: "Jézus!…"

Ik wil lachen, maar daar kom ik niet aan toe. Want nu reageert ze wél razendsnel.
In een fractie van een seconde toont Juffrouw De Jong, Hervormd predikant en overtuigd Christen, haar ware gezicht.
Jezus vroeg dan wel zijn moordenaars om vergeving, maar zij gaat een elfjarig jongetje echt geen gewaagd grapje vergeven.
Ze grijpt een lange plastic liniaal. Haar mond heeft zich samengetrokken tot een witte streep, uit haar ogen spreekt pure haat. Ze strekt haar arm opzij.
En ze slaat. Zo hard als ze kan.

Een zwiepend geluid, een klap, een schreeuw. En daar ligt Nicky. Bloedend in het gangpad, met een diepe snee over zijn hele gezicht. Eerst is hij stil van schrik, zoals wij allemaal. Dan begint hij heel hard te huilen.
"Sta op!", schreeuwt Juffrouw De Jong met overslaande stem. "En d'r uit! Naar het Hoofd! Ga hem maar eens vertellen wat je hier net hebt gezegd!".
Nicky strompelt naar de deur, lijkbleek, met gebogen hoofd, zijn linkerwang bedekt met een mengsel van bloed en tranen. Zacht snikkend verdwijnt hij in de lange gang.

De klas is doodstil. Niemand durft iets te zeggen.
Ik ook niet. Maar ik dénk: Zo, dat is dus het Christelijk geloof. Preken over vergeving en over de andere wang toekeren, maar dat zijn alleen maar mooie woorden. Als een dominee zoiets doet, wil ik nooit iets met het Christendom te maken hebben.Ik ben naar Bijbelkennis gestuurd om kennis te maken met het geloof en om later een goed gefundeerde keus te kunnen maken. Maar dankzij Juffrouw De Jong weet ik het nu al zeker.
Mijn net ontluikende geloof is in de knop gebroken.
Nicky heeft aan die klap ongetwijfeld voor de rest van zijn leven een litteken overgehouden.
Ik ook.


Loes Gouweloos

Geen opmerkingen: