‘O goedemohge!’
Het klinkt wat verschrikt.
Als ik deze medebewoonster in onze flat tegenkom, steekt ze altijd haar neus in de lucht en loopt ze me voorbij alsof ik niet besta.
Ik zie Mevrouw Van Meerdervoort alleen tijdens de maandelijkse borrel. Verder spreek ik haar nooit. Ik ben niet van haar niveau. Zij is een echte dème, met bijbehorende dure kleding, een kapsel waarvan elk haartje altijd op zijn plaats zit, en een neusverblindend parfum.
Dat laatste ruik ik nu extra. Want dankzij de kleine wachtkamer van wat onze gemeenschap-pelijke huisarts blijkt te zijn, moet ze vlak naast me plaatsnemen.
Vandaar haar verschrikte ‘goedemohge’.
’Ook goedemorgen’, zeg ik. ‘Bent u ook zo benieuwd naar onze nieuwe huisarts?’
’Ach, wat zal ik zagge? Hij schijnt een buitenlander te zijn….’
Haar veelzeggende klemtoom op de eerste lettergreep van ‘buitenlander’ zegt inderdaad veel. En haar daarop volgende diepe zucht zegt alles.
Dan gaat de deur open en komt de ‘buitenlander’ met uitgestrekte hand op mij af. Hij stelt zich vriendelijk voor.
Ja, hij is de nieuwe huisarts, zegt hij, als ik tegenover hem zit in de spreekkamer.
En hij komt uit Irak. Heel even denk ik aan Mevrouw Van Meerdervoort. Hoe zal die straks reageren als hij haar hetzelfde vertelt?
’Hoe gaat het met u?’, vraagt de arts in vrijwel vlekkeloos Nederlands. Hij bekijkt mijn gegevens op zijn computerscherm. Nog voordat ik kan antwoorden, vervolgt hij: ‘Hoe is het nu met uw drankprobleem?’
’Drankprobleem?!’
’Ja, ik zie hier dat uw lever beschadigd is en dat u iets zou gaan doen aan uw drankprobleem.’
’Maar dokter, ik heb helemaal geen drankprobleem. Ik kom hier omdat ik mijn enkel heb verzwikt’.
Hij gelooft me maar half. Hij draait het scherm naar me toe zodat ik kan meelezen wat er in ‘mijn’ elektronische dossier staat.
Ik begin bovenaan te lezen, bij ‘Naam patiënt’.
’Dokter, dat is mijn dossier niet, dit is van iemand anders.’
De arts schrikt, draait snel het scherm terug, en vraagt me om mijn enkel aan hem te laten zien. Behendig doet hij er een zwachtel om.
Maar ik kan er nauwelijks aandacht voor opbrengen. Al mijn aandacht gaat uit naar de naam die ik zojuist op het beeldscherm heb gezien. Wraakzuchtige gevoelens maken zich van mij meester.
Als ik een minuut later de spreekkamer verlaat, mag Mevrouw Van Meerdervoort naar binnen. In het voorbijgaan ruik ik weer die zware parfum. Hoewel, ís het eigenlijk wel parfum?
’Tot ziens’, zeg ik tegen de neus in de lucht. ‘Ik zie u binnenkort zeker wel weer op de borrel?’
Loes Gouweloos
maandag 15 september 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
1 opmerking:
Hahahaha! Geweldig.
Een reactie posten