‘s Avonds sluit ik mijn deur met een aandoenlijk koperen kettinkje, het enige stukje ouderwetse Duitse degelijkheid in deze hotelkamer met minibar, ISDN-aansluiting, en dubbele ramen die vanwege de airco niet open kunnen.
De volgende ochtend ga ik Berlijn bekijken. Vastberaden trek ik de deur open.
Althans, dat is mijn bedoeling. Maar niet die van het kettinkje. Hard trekken, zacht duwen, luid vloeken, niets helpt. Een kier van tien centimeter, dat is alles. Mijn claustrofobie slaat genadeloos toe.
Rustig blijven, geen paniek! Ik heb het ding naar rechts geschoven, dan moet het toch ook weer naar links kunnen?
Maar mijn analyse levert niets op. Diep beschaamd bel ik de hotelreceptie. In mijn beste Duits leg ik mijn probleem uit. De receptioniste snapt me niet.
Ik krijg het steeds benauwder. Snak naar frisse lucht in mijn luxe hotelkamer met gesloten deur en ramen. Als ik wanhopig mijn kettingverhaal heb herhaald, begint de receptioniste iets te begrijpen. Maar helpen kan ze me niet: 'Dafür brauchen Sie ein Techniker'.
Ze hangt op. Het angstzweet breekt me uit. Zet de airco op de hoogste stand, gooi koud water over mijn gezicht.
Dan, als mijn wanhoop zijn toppunt heeft bereikt, wordt er aangeklopt. Ik gluur door de kier.
Daar staat hij: de Techniker. Een reus in een blauwe overall, met een gigantische bierbuik en handen als kolenschoppen. In een daarvan heeft hij een grote ijzeren gereedschapkist. Ik wijs trillend op de koperen ketting en stamel dat ik 'aufgeschlossen' zit.
'Ach so'. De Techniker lacht meewarig. Hij steekt een dikke worstvinger naar binnen en drukt zwijgend op een minuscuul klein knopje naast de ketting. Dan duwt hij zachtjes tegen diezelfde ketting, die soepel uit het slot glijdt.
Met een zwierige beweging en een triomfantelijke blik duwt mijn Duitse Bevrijder de deur open: 'Bitte schön!'
Loes Gouweloos
dinsdag 21 oktober 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten