zondag 23 november 2008

Een historische dag

Het is 8 uur’, zegt de nieuwslezer.’ Dit is het ANP Nieuws van vrijdag 4 november.
Een historische dag. De Amerikanen kiezen vandaag een nieuwe president.

Ik zit naast mijn dode vader.
Ik strijk hem door zijn haren. Hij is nog warm. Op zijn kin en bovenlip parelen de zweetdruppels van zijn doodstrijd. Zijn mond hangt een beetje open. Net alsof hij slaapt. Net alsof hij zo weer zijn ogen kan opendoen en ik zijn blijde blik van herkenning zal zien.

Dan gaat de bel. Ik droog mijn tranen en doe open. Voor de deur staat een lang, slank meisje van een jaar of 19. Golvende blonde haren tot op haar taille. Strak lila truitje, strakke spijkerbroek, navelpiercing. Grote lichtblauwe ogen die mij geschrokken aankijken. En een zachte, onzekere stem:
‘Goedemorgen. Ik ben van de verzorging. Ik heb gehoord dat uw vader net is overleden.En uh… als u het niet erg vindt, mag ik dan alstublieft nog even naar hem kijken?

’Wat bedremmeld volgt ze me de huiskamer in. Ze gaat naast mijn vaders bed staan en kijkt neer op zijn uitgemergelde lichaam. Ze staart naar zijn gezicht, zijn ingevallen wangen, zijn gesloten ogen, en begint zachtjes te snikken.
Haar vingers frunniken aan een patiëntendossier dat ze tegen haar borst geklemd houdt.
Minutenlang blijft ze zo staan. Haalt af en toe haar neus op, pinkt een traantje weg.
‘Ach…’, zegt ze steeds weer. ‘Ach...’.
Ze blijft het maar herhalen.
‘Ach… Ik vond het zo’n lieve man. Ik heb hem tot vorige week nog verzorgd.’

‘Hoe heet je?’, vraag ik.
‘Lilianne’.

Nooit van gehoord. Mijn vader vertelde veel over de verzorgsters, en meestal was dat niet veel goeds. Hij moest niets hebben van hun goedbedoelde adviezen, van hun betuttelende toontje.
Er waren een paar uitzonderingen, maar die waren op de vingers van één hand te tellen.
De naam Lilianne heeft hij nooit genoemd.

‘Ach’, zegt ze weer. ‘Ik moest altijd zo om hem lachen. Ik moest er in het begin wel even aan wennen hoor, maar hij had zo’n leuke, droge humor. En hij vond het maar niets, al die vrouwen over de vloer.’

Ik probeer me mijn doodzieke oude vader voor te stellen in gesprek met dit engelachtige meisje met navelpiercing. Blijkbaar heeft hij een snaar bij haar geraakt. Zij ook bij hem?
Normaal gesproken zou ik hem dat direct hebben gevraagd. Dan had hij me ongetwijfeld een mooi verhaal verteld over een ‘aardig mokkeltje’, veel aardiger dan de meesten, die ‘wijven’ die de baas over hem probeerden te spelen in zijn eigen huis.
Maar ik kan het hem niet meer vragen. Ik kan mijn vader nooit meer iets meer vragen.
En zijn mooie verhalen zal ik nooit meer horen.

‘Nou, ik ga maar weer’, zegt Lilianne. Ze kijkt nog één keer naar mijn vader. Strekt haar hand naar hem uit maar trekt die weer terug. Dan draait ze zich om en loopt de kamer uit.
‘Bedankt dat ik nog even mocht kijken’, zegt ze met trillende stem, ‘en u heel veel sterkte hoor. Uw vader was een lieve man.’

Ik weet het Lilianne, ik weet het. Ook ik zal hem missen, meer dan jij ooit kunt begrijpen…
Vrijdag 4 november. Een historische dag.


Loes Gouweloos

1 opmerking:

Anoniem zei

wat een mooi logje... heel ontroerend.