Huilen in het openbaar. Het lijkt wel alsof het steeds meer gebeurt.
In niet-westerse culturen is het al eeuwenlang heel gewoon. Maar wie had pakweg twintig jaar geleden gedacht dat duizenden Engelsen, midden op straat, zouden huilen toen er een prinses was overleden? Engelsen, het volk waar je dat juist het laatst van zou verwachten.
Maar ook wij Nederlanders hebben snel bijgeleerd. Rijen dik stonden we te huilen bij de uitvaart van Pim Fortuyn. Een Arena vol zat snikkend naar de kist van André Hazes te kijken.
Familieleden die herenigd worden in ´Spoorloos´, ´Vermist´ en ´Familiediner´vallen elkaar blèrend in de armen, terwijl er miljoenen mensen meekijken.
Maar ook in kleinere kring kunnen we er wat van. Waar vroeger de gordijnen dicht gingen bij een sterfgeval, en de familie zich afzonderde tijdens de zwaarste periode van de rouw, schreeuwt men nu het verdriet om het overlijden van een geliefde van de daken. Kijk maar naar de lange verhalen, gedichten en liedteksten in rouwadvertenties, op rouwkaarten, op condoleancekaarten.
Bij begrafenissen en crematies is de Kleenex niet aan te slepen.
Allemaal prima voor wie daar behoefte aan heeft.
Maar het lijkt wel alsof je niet deugt als je er niet aan meedoet, als je niet overal huilt. Ooit was zelfbeheersing een deugd, tegenwoordig is het een taboe.
Mijn ouders hebben me opgevoed tot iemand die zijn verdriet en problemen niet aan Jan en alleman laat zien. Dat hoorde niet, zeiden ze. Daar moest je anderen niet mee lastig vallen: een kwestie van beschaving.
In het afgelopen half jaar zijn mijn ouders allebei overleden. Ik mis hen vreselijk. Ik huil wat af. Maar wel als ik alleen ben, of hooguit onder vier ogen, met een goede vriend of vriendin. Ik kom ruimschoots aan mijn traantrekken, het zit wel goed met mijn verwerking en mijn rouwproces.
Maar menigeen is het daar niet mee eens: ´Je moet meer huilen, je houdt je in, dat is niet goed.´
Ja, ik houd me in. Als zij er zijn, althans. En daar voel ik me prima bij.
Ik zie er echt niet mooi uit als ik huil. Bovendien wil ik anderen niet in verlegenheid brengen. Sommige mensen kunnen omgaan met het openlijke verdriet van een ander, maar de meesten voelen zich opgelaten, weten niet hoe ze moeten reageren. Daar houd ik rekening mee. Een kestie van beschaving, zouden mijn vader en moeder hebben gezegd.
Raar toch, dat anderen altijd beter weten wat goed voor je is dan jijzelf.
En schandelijk dat je pas de aandacht krijgt waar je zo naar hunkert, als je in hun gezelschap je tranen de vrije loop laat. Tegenwoordig heeft troost een prijs: tranen.
Hoe meer tranen, hoe meer troost.
En zo wordt het verdriet nóg groter. Het is om te huilen.
Loes Gouweloos
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
1 opmerking:
hear, hear!
Een reactie posten