zaterdag 9 augustus 2008

Brief van Bob

De naam op de enveloppe zegt me niets. Wie is Bob West? Een broer van Albert? Maar waarom zou die mij een brief sturen?
Al gauw wordt het me echter duidelijk. BoB is een afkorting. Van 'Bevolkingsonderzoek Borstkanker'.
Ik schrik niet eens zozeer van dat woord. Wel van het feit dat ik word opgeroepen voor dit onderzoek. Ik heb altijd gedacht dat alleen oude vrouwen daar naartoe moeten. En het erge is dat dat klopt. Dat staat namelijk in de begeleidende brochure. Het onderzoek richt zich op vrouwen tussen de 50 en 75 jaar, oudere vrouwen dus.
Toen ik 50 werd, beweerde ik stoer dat het me niets deed, dat ik me net zo voelde als voor die tijd. Maar nu breekt er iets in me. Door de brief van Bob. Daar staat het, zwart op wit, ik ben een oudere vrouw.
En dat borstonderzoek is ook niet een onschuldig experimentje dat is genoemd naar de voormalige Minister van Volksgezondheid, het is een serieuze zaak en het bestaat niet voor niets. Na de leeftijdsschok, voel ik nu ook de angst toeslaan. Stel je voor dat ze wat vinden?
'Bij 99% van de onderzochte vrouwen wordt geen afwijking gevonden', meldt Bob geruststellend. Ja ja, maar je zal net zien dat ik bij die één procent behoor, tobt de hypochonder in mij. Iedereen denkt toch dat het altijd een ander overkomt?

Mijn 70-jarige buurvrouw belt aan en vraagt me op vrolijk treiterende toon of ik 'nu zeker ook wel' een oproep heb ontvangen voor het borstonderzoek. En of ze mag meerijden.
'Natuurlijk, gezellig toch?', grap ik geforceerd.
'Ach joh', doorziet zij me met het begrip van de ervaren Bobber, 'het houdt niks in hoor, het is zo gebeurd.'

Via een wiebelige loopplank betreden we de zogenaamde 'mammobiel', een langgerekt soort caravan die een aantal weken in het stadscentrum staat om alle oude vrouwen van Alphen aan den Rijn op verdachte knobbeltjes te onderzoeken.
Bob heeft zijn best gedaan om zijn slachtoffers op hun gemak te stellen. De wachtruimte wordt opgesierd door enkele fleurige plastic planten en op de achtergrond klinkt Marco Bors(t)ato. Maar er hangen ook twee posters waarop foto's prijken van een inderdaad oudere vrouw, van wie de blote hangborsten in allerlei standen zitten vastgeklemd en platgedrukt in een reusachtig martelwerktuig met metalen platen. Een soort Kama Sutra voor de Oudere Vrouw. De foto's maken stapsgewijs duidelijk wat er tijdens het onderzoek wordt gedaan, en dat oogt behoorlijk pijnlijk.
Maar ik heb méér moeite met de ontelbare rimpels en de grijze permanentkrulletjes van het vrouwtje op de poster. Hoor ik dáárbij, bij dat soort zielige bejaarde types?
Tegenover mij zitten enkele lotgenotes. Die zijn gelukkig nog niet bejaard, maar wel zichtbaar gespannen. Om de paar minuten mag er een de fotografeerruimte binnen en komt er een ander naar buiten. Die krijgt dan kort daarop te horen dat de foto's gelukt zijn en dat ze binnen veertien dagen de uitslag in de bus krijgt.
Recidivistes krijgen zelfs een stempel in hun speciale 'paspoort', een blauw document dat me doet denken aan het Joris-Driepinter melkpaspoort uit mijn jeugd - lang, heel lang geleden…

In het minuscule kleedhokje klinkt Marco nog luider. Hoe meer de spanning stijgt, hoe harder hij blijkbaar nodig is.
Als ik me na de fotosessie net weer heb aangekleed, word ik teruggeroepen: een van de opnames is mislukt, ik moet opnieuw naar binnen.
Zie je nou wel?, flitst het door me heen, ze hebben wat gevonden.
Maar de fotografe bezweert dat het alleen een opnametechnische fout betreft.
Maar half opgelucht verlaat ik de mammobiel. De collectebus van het Wilhelminafonds, die opzichtig bij de uitgang staat, negeer ik met afgewend hoofd.

Over twee jaar kan ik opnieuw een uitnodigingsbrief verwachten van Bob. Maar eerst is het wachten op de brief die ik binnen twee wéken van hem krijg, met een bijlage die symbool staat voor mijn nieuwe levensfase: het blauwe borstenpaspoort.


Loes Gouweloos

donderdag 7 augustus 2008

Logisch

Vrouwen kunnen niet rijden’, beweren veel mannen nog steeds. Met zo veel stelligheid dat je zou verwachten dat ze zich baseren op grondig wetenschappelijk onderzoek.
Maar helaas. Als je doorvraagt, blijkt dat ze zich baseren op een steekproef van welgeteld één persoon: hun eigen vrouw.
Vervolgens gaan ze – zeer onwetenschappelijk – generaliseren: hun vrouw kan niet rijden, dus kunnen alle vrouwen niet rijden.
Hun vrouw kan niet behangen, dus kan geen enkele vrouw behangen.
Hun vrouw kan niet logisch denken, dus kunnen vrouwen niet logisch denken.

Dat kunnen die mannen wél. Dat vrouwen niet kunnen rijden, leiden zij namelijk af uit het feit dat zij al van verre zien of er een vrouw of een man achter het stuur zit.
Tsja… Ook ik zie dat. Als er van verre een roestbak met knetterende uitlaat veel te hard komt aanscheuren, weet ik zeker dat daarin een man zit die denkt dat hij Michael Schumacher is.
Toch concludeer ik daaruit niet dat álle mannen roekeloos rijden.
Maar als er bij mij in de buurt binnen een week twee ernstige auto-ongelukken gebeuren, beide tengevolge van roekeloosheid van de mannelijke bestuurder, dan ga ik ernstig twijfelen.
En als ik lees dat volgens de verzekeraars mannen zes keer zoveel ongelukken veroorzaken als vrouwen, weet ik het zeker.
Mannen kunnen niet rijden, maar ze dénken van wel.
Zelfoverschatting dus. Dat is het enige verschil met vrouwen.
Die kennen zichzelf, en stemmen hun rijgedrag daarop af.
Daarom rijd ik al 25 jaar schadevrij. Logisch. Toch?


Loes Gouweloos