Hoe het komt, dat weet ik niet. Maar ik heb er wel een mening over: ik ben tegen.
Tegen al die mensen met een mening waarom ik niet heb gevraagd. Tegen alle opiniepeilingen bij het minste geringste incidentje.
Ik heb er genoeg van. Van al die radioprogramma’s waarbij de luisteraar wordt gevraagd te bellen om zijn mening in slecht Nederlands de ether in te blèren.
Van de opiniepanels van Een Vandaag, Twee Morgen en Drie Overmorgen.
Van de ingezonden brieven die dagelijks krantenpagina’s vol in beslag nemen en van de columns waarvan elke zichzelf respecterende krant er elke dag minstens vijf publiceert.
Op tv moet elke wielrenner een mening hebben over de mensenrechten in China, elke minister over de voetbaluitslagen, elke soapster over de verkiezingen in Servië-Montenegro.
Niemand durft zeggen te dat ie daar geen zin in heeft. Beteuterd draven ze op bij Pauw & Witteman, Knevel & Van den Brink, De Wereld Draait Door, Jensen en Netwerk. Met het zweet op het voorhoofd proberen ze serieus over te komen terwijl ze praten over iets waar ze nog nooit over hebben nagedacht.
Waarom moet iedereen over alles een mening hebben?
Waarom nemen we al die columnisten, commentatoren en zogenaamde deskundigen serieus? Waarom moet Jan met de Pet zo nodig in een straatinterview of ingezonden brief vertellen wat zijn mening is over de stijging van de zeespiegel?
Waarom zijn er mensen die daarnaar luisteren, die dat lezen, die dat serieus nemen?
Zo veel meningen, zo veel commentaar, zo veel kritiek, zo veel oordelen, veroordelen en vooroordelen, zo veel soundbytes en flinterdunne huisgemaakte levensfilosofietjes.
En zo weinig feiten, zo weinig bespiegelingen, zo weinig enerzijds-anderzijds.
Dat kost te veel tijd, te veel moeite, dat scoort niet.
Maar ik, die zichzelf columnist noemt, ik stop ermee. Niet meer kort door de bocht om mijn redacteuren een plezier te doen.
Minder beweren, meer observeren.
Beschouwen, denken, dromen. Ik blijf schrijven om te ontroeren, te boeien en te amuseren. Maar aan meningen doe ik niet meer.
Waarom niet? Weet niet / geen mening.
Loes Gouweloos
vrijdag 5 september 2008
maandag 1 september 2008
Koffie of thee
Wil je koffie of wil je thee?" De woorden worden altijd in één adem genoemd.
En toch is er een wereld van verschil tussen koffie en thee. En tussen koffiemensen en theemensen.
Tot welke soort je behoort is meestal een kwestie van opvoeding. De drank waarmee je vroeger thuis bent opgegroeid, daar raak je nooit meer vanaf.
En je hebt automatisch een hekel aan het alternatief. Niemand vindt koffie en thee even lekker, iedereen heeft een zeer sterke voorkeur. En weinig begrip voor de andere partij - het is beangstigend hoe fanatiek beide kanten 'hun' drank verdedigen en hoe weinig ze zich kunnen inleven in de tegenstander. Mensen die overigens de beste vrienden kunnen zijn, begrijpen niets van elkaar als het over hun verschillende voorkeur gaat qua koffie en thee.
Ik ben er heilig van overtuigd dat koffie en thee karaktervormend zijn. Je wordt ermee grootgebracht, net als met of zonder de Bijbel, met of zonder slaag, en je draagt de gevolgen voor de rest van je leven met je mee. Je voorkeur valt nooit meer te veranderen. Pogingen daartoe van partners die voelen hoe hun verhouding lijdt onder de controverse, zijn bij voorbaat kansloos. Ze zullen ermee moeten leven: de één is koffiemens, de ander is theemens.
Zelf behoor ik tot de eerste soort. Ik kan 's morgens onmogelijk op gang komen zonder koffie. De rest van de dag kan ik makkelijk zonder, maar het eerste wat ik drink nadat ik wakker ben geworden, is een kop koffie. Dat geeft energie, dan kan ik er die dag weer tegenaan.
Thee heeft dat effect niet, integendeel. Vandaar waarschijnlijk dat je koffie met een paar kloeke slokken achter elkaar naar binnen giet, dan komt de 'shot' lekker hard aan.
Wie dat met thee doet, maakt zich schuldig aan heiligschennis. Aan een kopje thee dien je te nippen. En er horen koekjes bij, en een Wedgewood-servies, en dames met twin-setjes en parelkettingen.
Het is echt niet toevallig dat het woord 'theemuts' wel bestaat en het woord 'koffiemuts' niet.
Koffie is Rotterdam, thee is Den Haag.
Koffie kun je makkelijk drinken terwijl je met iets anders bezig bent, je werk bijvoorbeeld.
Bij thee dien je je te houden aan het ritueel van de fluitketel, het 'trekken', het behoedzaam inschenken uit een theepot, het wolkje melk, en niet te vergeten de onvermijdelijke mierzoete lekkernijen.
Het komt allemaal door de herkomst. Koffie is een aftreksel van stevige, keiharde bonen uit heftige, Zuid-Amerikaanse macholanden.
Thee wordt getrokken uit tere, kwetsbare blaadjes uit mystieke oosterse landen, en die blaadjes dienen met de uiterste zorg te worden behandeld.
En dat vind je terug in de drinkers: de recht-voor-zijn-raap koffiedrinkers, die in een oogwenk een 'bak pleur' uit een gebarsten mok achterover slaan, versus de fijnbesnaarde theedrinkers (meestal trouwens drinkSTers).
Die stoppen overal mee, als ze al iets aan het doen waren (koffiedrinkers wérken ook veel harder), om zich vol overgave en met de pink omhoog te wijden aan het Heilige Theeritueel.
Het is een wonder dat er geen verenigingen of politieke partijen zijn waarin de koffie- en theedrinkers de belangen van hun groepering verdedigen, want we hebben het hier echt niet over een simpel genotmiddel: het gaat om een levensstijl, een overtuiging, en bij thee welhaast om een geloof.
Misschien is het ook daarom dat ík het bij koffie houd. Het smaakt steviger, maar het ís ook steviger. Eerlijker, echter, geen flauwekul, geen gedoe met 186 kunstmatige smaakjes in een sigarendoos.
Daar heb ik geen trek in en geen tijd voor. Gewoon inschenken en opdrinken. Zonder koekje, zonder maniertjes, zonder bijsmaak.
Loes Gouweloos
En toch is er een wereld van verschil tussen koffie en thee. En tussen koffiemensen en theemensen.
Tot welke soort je behoort is meestal een kwestie van opvoeding. De drank waarmee je vroeger thuis bent opgegroeid, daar raak je nooit meer vanaf.
En je hebt automatisch een hekel aan het alternatief. Niemand vindt koffie en thee even lekker, iedereen heeft een zeer sterke voorkeur. En weinig begrip voor de andere partij - het is beangstigend hoe fanatiek beide kanten 'hun' drank verdedigen en hoe weinig ze zich kunnen inleven in de tegenstander. Mensen die overigens de beste vrienden kunnen zijn, begrijpen niets van elkaar als het over hun verschillende voorkeur gaat qua koffie en thee.
Ik ben er heilig van overtuigd dat koffie en thee karaktervormend zijn. Je wordt ermee grootgebracht, net als met of zonder de Bijbel, met of zonder slaag, en je draagt de gevolgen voor de rest van je leven met je mee. Je voorkeur valt nooit meer te veranderen. Pogingen daartoe van partners die voelen hoe hun verhouding lijdt onder de controverse, zijn bij voorbaat kansloos. Ze zullen ermee moeten leven: de één is koffiemens, de ander is theemens.
Zelf behoor ik tot de eerste soort. Ik kan 's morgens onmogelijk op gang komen zonder koffie. De rest van de dag kan ik makkelijk zonder, maar het eerste wat ik drink nadat ik wakker ben geworden, is een kop koffie. Dat geeft energie, dan kan ik er die dag weer tegenaan.
Thee heeft dat effect niet, integendeel. Vandaar waarschijnlijk dat je koffie met een paar kloeke slokken achter elkaar naar binnen giet, dan komt de 'shot' lekker hard aan.
Wie dat met thee doet, maakt zich schuldig aan heiligschennis. Aan een kopje thee dien je te nippen. En er horen koekjes bij, en een Wedgewood-servies, en dames met twin-setjes en parelkettingen.
Het is echt niet toevallig dat het woord 'theemuts' wel bestaat en het woord 'koffiemuts' niet.
Koffie is Rotterdam, thee is Den Haag.
Koffie kun je makkelijk drinken terwijl je met iets anders bezig bent, je werk bijvoorbeeld.
Bij thee dien je je te houden aan het ritueel van de fluitketel, het 'trekken', het behoedzaam inschenken uit een theepot, het wolkje melk, en niet te vergeten de onvermijdelijke mierzoete lekkernijen.
Het komt allemaal door de herkomst. Koffie is een aftreksel van stevige, keiharde bonen uit heftige, Zuid-Amerikaanse macholanden.
Thee wordt getrokken uit tere, kwetsbare blaadjes uit mystieke oosterse landen, en die blaadjes dienen met de uiterste zorg te worden behandeld.
En dat vind je terug in de drinkers: de recht-voor-zijn-raap koffiedrinkers, die in een oogwenk een 'bak pleur' uit een gebarsten mok achterover slaan, versus de fijnbesnaarde theedrinkers (meestal trouwens drinkSTers).
Die stoppen overal mee, als ze al iets aan het doen waren (koffiedrinkers wérken ook veel harder), om zich vol overgave en met de pink omhoog te wijden aan het Heilige Theeritueel.
Het is een wonder dat er geen verenigingen of politieke partijen zijn waarin de koffie- en theedrinkers de belangen van hun groepering verdedigen, want we hebben het hier echt niet over een simpel genotmiddel: het gaat om een levensstijl, een overtuiging, en bij thee welhaast om een geloof.
Misschien is het ook daarom dat ík het bij koffie houd. Het smaakt steviger, maar het ís ook steviger. Eerlijker, echter, geen flauwekul, geen gedoe met 186 kunstmatige smaakjes in een sigarendoos.
Daar heb ik geen trek in en geen tijd voor. Gewoon inschenken en opdrinken. Zonder koekje, zonder maniertjes, zonder bijsmaak.
Loes Gouweloos
columns, verhalen, essays, gedichten
Geloof en ongeloof,
Maatschappelijke vraagstukken
Abonneren op:
Posts (Atom)