“Kijk, hier zit de morfinepleister”, zegt de huisarts. Hij ontbloot mijn vaders borst en wijst op het kuiltje boven zijn linkersleutelbeen. Alleen al door het omlaag trekken van het pyjamajasje, schokt mijn vaders uitgemergelde lichaam van top tot teen. Zijn gezicht vertrekt van pijn.
“Au!”, roept hij.
* * * * *
“Doet het veel pijn?”, vraagt mijn moeder.
Mijn vroegste jeugdherinnering. Ik ben een jaar of drie.
Elke zondagochtend mag ik, voordat we opstaan, een uurtje tussen mijn vader en moeder in bed liggen. Het warmste, het lekkerste plekje dat er is.
Zeker als je hard op je knie bent gevallen en pijn hebt. Mijn moeder aait over mijn knie en spreekt troostende woordjes.
Mijn vader zegt niet zo veel. Behalve dat wat hij altijd zegt op zondagochtend. Hoe raar het voor anderen ook mag klinken, het is ´ons zinnetje´, het staat symbool voor de liefde en de zielsverwantschap tussen mijn vader en mij. “Kom maar in mijn holletje”, zegt hij, en trekt me zachtjes naar zich toe.
Ik ga tegen mijn vaders sterke lijf aan liggen, en nestel mijn hoofd in het holletje, het kuiltje boven zijn linkersleutelbeen. Hij slaat zijn arm om me heen. Als een spinnende kat, lig ik innig tevreden in mijn vaders holletje.
“Lekker hè?”, zegt hij af en toe. Dan knik ik en kruip nog even extra dicht tegen hem aan. Hier ben ik veilig, hier voel ik geen pijn meer, dit is het mooiste plekje op aarde.
* * * * *
“Au!”, roept mijn oude vader opnieuw.
Het is het eerste woord dat ik versta sinds ik een uur geleden binnenkwam.
“Hoi pa”, zei ik toen. Hij strekte een broodmagere arm uit, ik pakte zijn hand, hij trok me naar zich toe, kneep in mijn hand en hield die minutenlang stevig vast.
En hij begon te praten, praten, praten. Onafgebroken, rusteloos, geagiteerd.
Maar ik kon hem niet verstaan.
Ik kan hem al weken niet meer verstaan. De oorzaak is onbekend, maar hoe hard mijn vader zijn best ook doet, hij kan alleen nog maar klanken uitstoten.
Ik kijk hem aan en zie mezelf: dezelfde kleur ogen, dezelfde oogopslag, dezelfde ziel.
Zijn blik is smekend, wanhopig. Loes, begrijp je me dan niet?!, zie ik hem denken.
Nee pa, ik begrijp je niet. Ik weet niet wat je me wilt vertellen.
Maar ik weet wel wat je voelt: pijn, wanhoop, je wilt contact maar het lukt je niet meer.
“Helaas is hij ongelooflijk taai, daarom duurt het zo lang”, zegt de huisarts. “Ik zal er nog maar een extra morfinepleister bij plakken”.
Ik doe een stap achteruit, zodat hij er goed bij kan.
“Loes! Loes!”, schreeuwt mijn vader.
De huisarts drukt de pleister stevig aan. “Zo, die zit goed vast”, zegt hij, en doet mijn vaders pyjamajasje weer dicht.
Het holletje is verdwenen. Voor altijd.
Loes Gouweloos
29 oktober 2008
vrijdag 7 november 2008
Abonneren op:
Posts (Atom)