dinsdag 3 maart 2009

High

Ik sta op de maan. Waar ik ook kijk, witgrijze hellingen. Hier groeit niets. Hier woont geen mens.
Dit is The Burren: een heuvellandschap van kalksteen, in het meest westelijke, meest verlaten deel van Ierland. Het is niet warm, maar wel heel helder. Stralende zon, strakblauwe lucht, en een daglicht zo fel als je dat alleen maar aan de Oceaankust aantreft. Mijn ogen doen er pijn van.
Vanaf een landweggetje kijk ik uit over de onafzienbare, kale hellingen. De weinige koeien hier zijn angstaanjagend mager, hun ribben steken bijna door hun ingevallen huid heen.

Dan gebeurt het. Vanaf de oceaan komt één wolk aandrijven. Zijn schaduw schuift langzaam over dit verlaten maanlandschap. Vanaf de kust reist hij statig landinwaarts, als een zwarte vlek over de witte heuvels.
Een magisch moment. Zelfs de vogels zwijgen, ik hoor de stilte.
Dit overstijgt mijn bevattingsvermogen. Ik ril. Niet van de kou, maar van - ja, wat is het precies? Een soort oergevoel, een besef van 'er is veel meer'. Het komt door die totale stilte en door het aanschouwen van die diepblauwe lucht met daaronder een mystiek, adembenemend schouwspel. Ik heb het gevoel dat ik contact heb met iets hogers. Ik ben high.

Een paar jaar later beklim ik met een groep reisgenoten een berg in Wales. Halverwege dwingt mijn slechte conditie mij om de tocht omhoog te staken. Ik laat de anderen verder zwoegen en zijg neer op een rotsblok. Nog nahijgend van de inspanning, kijk ik om me heen. Ik ben toch al hoger gekomen dan ik had gedacht. Wat een uitzicht...
En het gebeurt voor de tweede keer. Achter me zie ik mijn reisgenoten als steeds kleiner wordende stipjes in de verte verdwijnen. Ze naderen de top, ze zullen het wel halen.
Maar toch ben ik blij dat ik ben afgehaakt. Als je hier klimt, kom je ongetwijfeld hoog. Maar als je hier kijkt, word je high.
Voor me, aan de voet van de berg, raast de woeste branding van de blauwgroene Ierse Zee. Daarboven weer zo'n strakblauwe lucht. En als ik mijn handen neerleg, rusten ze op een reusachtig, bruin rotsblok. Waarschijnlijk ligt dat hier al eeuwen lang, misschien wel al duizenden jaren.
Dat rotsblok, dat uitzicht, de zoute geur van de zee, het machtige geraas van de branding, dat gevoel van absolute nietigheid - het wordt me weer te veel. Weer die rillingen, weer dat zweverige.

Na deze twee ervaringen weet ik zeker dat ik dit gevoel alleen maar kan krijgen in de meest verlaten streken van Ierland, Wales, Schotland. Het hoort bij de sfeer daar. Bij de totale verlatenheid. Bij de rauwe, uitgestrekte vlakten, de harde wind, de woeste zee. Bij de volslagen stilte. En bij het besef dat hier alles nog vrijwel hetzelfde is als duizenden jaren geleden, toen de Kelten er nog woonden.

Maar dan is het weer een paar jaar later. Ik ben op weg naar de Zwarte Haan, het meest afgelegen puntje van Friesland, daar waar de weg langs de Waddenzee doodloopt.
Het is bloedheet, ik snak naar een flink harde wind, dus ik klim snel de dijk op.
Het is hoogseizoen. Maar bovenop de dijk laat ik de vakantiedrukte ver achter me.

Moederziel alleen sta ik aan de rand van het einde van de wereld.
Voor me strekt zich de Waddenzee uit, glinsterend in de zon. Een blauwzwarte spiegel, zover het oog reikt. Daarboven een heldere lucht, zonder wolken, zonder vogels. In de verte de vage contouren van Ameland en Terschelling, als twee grijze strepen aan de horizon.

Het is windstil en doodstil. De lucht boven de dampende modderbanken lijkt te trillen.
Ik weet wat er gaat gebeuren. Dit gevoel is zo langzamerhand als een oude vriend, die niet vaak maar wel trouw om de paar jaar op bezoek komt.
Ik sluit mijn ogen en begroet hem: 'high'.

Loes Gouweloos

1 opmerking:

Anoniem zei

Ik weet, als Ierland-lover, precies wat je bedoelt. Als ik daar ben, komt er ook een soort sluier over me heen, een besef van geschiedenis, van er-is-veel-meer.