Groen en geel. Oh, wat ergerden we ons!
Elk jaar voordat we met het gezinnetje op vakantie vertrokken, controleerde mijn vader alle banden van zijn Kevertje. Mijn moeder, mijn broertje en ik zaten al in de auto, de bagageruimte lag volgestouwd, het huis was hermetisch afgesloten. De pret kon beginnen.
Mijn vader stapte als laatste in, haalde de autosleuteltjes tevoorschijn, en dan – altijd – bedacht hij zich. Elk jaar opnieuw stapte hij weer uit en begon met zijn sleuteltje omstandig alle ongerechtigheden uit de vier banden te pulken.
Als we dachten dat hij eindelijk klaar was, reed hij de auto een klein stukje naar voren, totdat de wielen een halve slag gedraaid waren, en dan begon het neurotische ritueel opnieuw.
“Hou toch op Pa, zo’n paar steentjes, dat kan toch geen kwaad?!”, riepen wij.
“Hou je mond! Er hoeft maar een spijker tussen te zitten, of een schroef, of een erg scherp steentje, en we krijgen een lekke band. En dat is levensgevaarlijk in de bergen.”
“De bergen…”, snoven we minachtend. Mijn broer en ik wilden al jaren naar de Alpen, maar we kwamen nooit verder dan de Ardennen of hooguit het Zwarte Woud.
“Er is nog nooit wat gebeurd, hou er toch mee op. Die banden kunnen wel ergens tegen. We willen weg!”
Maar mijn vader ging onverstoorbaar en consciëntieus verder met zijn karwei. Zijn verantwoordelijkheid als huisvader drukte zwaar op hem.
“Ik houd meer in mijn handen dan het stuur alleen”, zei hij altijd plechtig.
Zeker een kwartier later, als mijn broertje en ik al half gaar waren gestoofd op de hete achterbank, vertrokken we eindelijk richting Ardennen. Maar niet dan nadat mijn vader ons op veelbetekenende toon het astronomische aantal steentjes had meegedeeld dat hij uit de banden had gewipt. Aan zijn toon konden we horen dat hij ons zodoende had gered van een gewisse dood op de Belgische snelweg.
* * *
Het is nu bijna vijftig jaar later, mijn ouders zijn vorig jaar overleden, en ik heb in een nostalgische bui besloten dat ik terug wil naar het jaarlijkse vakantiedoel uit mijn jeugd.
Ik ga met een vriendin naar een mooi chalet in de Ardennen.
De dag voor vertrek pak ik de auto alvast vol, dan kunnen we morgenochtend direct vertrekken.
Ik weet niet waarom - ik doe het anders nooit -, maar vanuit een soort automatisme kijk ik naar mijn banden. Die zitten vol kiezelsteentjes, want ik woon vlakbij en bouwterrein. Voordat ik het weet, wip ik ze met mijn autosleuteltje uit de groeven van de banden. Onzin natuurlijk, maar toch…
Als ik de tel al ben kwijtgeraakt, tref ik een ongerechtigheid die maar niet wil loslaten. Ik moet al mijn kracht gebruiken om er beweging in te krijgen.
Pssssssssssst!, hoor ik opeens.
Geschrokken druk ik de schroef – want dat is het – weer terug in de band.
Geschrokken rijd ik naar de garage. Het is nog net geen sluitingstijd.
Geschrokken hoor ik de monteur vertellen dat er niet één maar twee schroeven in mijn band zitten. Vakkundig dicht hij de gaatjes: “Het is maar goed dat u uw banden heeft gecontroleerd, want u was gegarandeerd met een lekke band langs de weg komen te staan. En of het u gelukt zou zijn om die zelf te repareren…”
Hij heeft helemaal gelijk.
En hij niet alleen. Na een halve eeuw moet ik het toegeven, ook al is het postuum:
Er is nog iemand die gelijk heeft…
vrijdag 18 december 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten