Klein meisje met je blauwe spijkerjackje, hoe gaat het nu met je?
Hoe oud ben je? Vijf? Zes misschien?
Je moeder had je meegenomen naar Apeldoorn. Samen naar de koningin kijken. En vooral naar de prinsessen. Zelf wil jij later ook prinses worden, vandaar.
Mama had thuis je haren gevlochten. In beide vlechten droeg je nu een mooi oranje lint, met een roodwitblauw randje. Prachtig gestrikt.
Terwijl mama jouw haren vlocht, reed een man rond in de bossen bij Apeldoorn, op zoek naar een gat in het cordon.
Toen hij dat een paar uur later had gevonden, gaf hij vol gas en reed in een rechte lijn op de bus af waar de koningin en de prinsessen in zaten.
Klein meisje, jij stond klaar om te zwaaien. Naar Beatrix, naar Willem-Alexander, maar vooral naar Maxima, want haar vind je de liefste en de mooiste van allemaal.
De Koninklijke bus draaide de hoek om. Daar was Maxima, je ogen begonnen te glinsteren.
Je maakte een klein vreugdesprongetje en deed je handje omhoog om te zwaaien.
Toen hoorde je een paar harde klappen. En geschreeuw. Een zwarte auto knalde tegen een stenen monument.
Het drong niet tot je door. Gelukkig maar. Jij keek naar Maxima. Dit was het moment waarop je al uren had gewacht. Al weken eigenlijk, je had er zelfs van gedroomd. Daar was ze dan, jouw favoriete prinses. Je begon te zwaaien.
Maar Maxima zwaaide niet terug. Ze zag je niet eens. Ze lachte niet eens. En dat was gek, want Maxima lacht altijd. Maar nu niet. Ze sloeg haar hand voor haar mond en keek met grote schrikogen naar de zwarte auto. En naar waar de zwarte auto vandaan kwam.
Jij stopte met zwaaien en volgde de blik van Maxima.
Klein meisje, klein prinsesje, wat je toen zag, dat zul je nooit vergeten.
Vlak bij je lagen mensen op de grond. Kermend, bloedend, roerloos.
Grote mensen, maar ook kinderen. Een paar meter bij je vandaan lag een donker meisje met een roze jurkje aan. Net zo oud als jij. Het bloed gutste uit haar mond.
Mensen gilden, huilden, kreunden.
De bus met Maxima erin reed snel weg en verdween uit beeld.
En jij kwam ín beeld. Op de televisie. Heel Nederland kon je zien.
Je sloeg je handje voor je mond, net zoals Maxima. Je begon te huilen. Je keek doodsbang in het rond. Op zoek naar mama, op zoek naar een arm om je heen, op zoek naar troost. Maar niemand zag je staan, je was helemaal alleen.
En je begreep het niet. Je begreep niet dat Nederland zojuist zijn laatste restje onschuld was kwijtgeraakt. En jij misschien ook wel.
Je was alleen maar heel erg geschrokken en heel erg alleen.
Die dode mensen hebben nauwelijks beseft wat er gebeurde.
De koningin is oud en wijs, die heeft al veel meegemaakt, ze komt er wel overheen.
En Maxima krijgt vast veel hulp als ze niet snel weer rustig wordt.
Maar jij, klein meisje? Wie helpt jou? Wie troost jou als je niet kunt slapen?
Zul je hier nog van dromen als je geen vijf meer bent maar vijftien? Of vijftig?
Wie legt jou uit wat er is gebeurd?
Wie legt jou uit waarom je veel te jong moest zien dat sprookjes niet bestaan?
Loes Gouweloos, 1 mei 2009
zaterdag 16 mei 2009
Abonneren op:
Posts (Atom)