zondag 27 juni 2010

Tweede huwelijksreis

“Zo Henk, daar liggen we dan. Het hotel is wel veranderd he?”
“Wat wil je? Het is 40 jaar geleden.”
“Lekker bed wel. Wat gaan we nu doen?”
“…”
“Zoek je wat?”
“Mijn bril.”
“Je bril?”
“Ja, mijn bril. Ik wil nog wat lezen.”
“Oh…”
“Heb jij mijn bril gezien?”
“Wat wil je dan lezen?”
“Een boek. Waar is trouwens mijn boek gebleven?”
“Welk boek? Ik heb niks gezien.”
“Jij hebt toch de koffer ingepakt? Dat is jouw taak.”
“Lekker makkelijk. En jij maar zitten.”
“Ik heb gereden. Dan hoef jij alleen maar te zitten.”
“Omdat ik van jou geen kaart mag lezen.”
“Truus, daar hebben we het nou al zo vaak over gehad: je kan het niet.”
“Jij ook niet. Maar je bent te koppig om de weg te vragen. Wil ik best doen hoor.
Maar van jou mag het nooit. Daarom hebben we 90 kilometer omgereden.”
“Maar we zijn er wel gekomen. Zonder hulp. En nou heb ik nog steeds mijn bril niet.”
“Heb je hem niet in de lobby laten liggen?”
“De afspraak is: alle losse spullen bewaar jij in je tas. En zit mijn bril in jouw tas?”
“Henk, ik zit nou net lekker in mijn Hästensbed, nou ga ik er weer niet uit om in mijn tas te kijken.”
“Nou, dan kan ik dus niet lezen.”
“Dan doen we toch wat anders?”
“Wat dan? Een tv hebben we niet. Heb je daar niet op gelet toen je dit hotel uitzocht? Je wist
toch dat het WK Voetbal bezig zou zijn?”
“Jij altijd met je voetbal! We zijn op onze tweede huwelijksreis, Henk.”
“Vanavond speelt Brazilië, wat die allemaal niet kunnen met een bal…”
“Tsja…”
“Wat zeg je?”
“Ik zeg: ‘tsja…’ “
“Hoe bedoel je?”
“Oh niks. Laten we maar gaan slapen.”






Loes Gouweloos
juni 2010