Anderhalf jaar geleden begonnen we met Nederlandse conversatieles, omdat ze zo snel mogelijk haar inburgeringsdiploma wilde behalen. Al pratend, raakten we bevriend.
Intussen leerde ik ook veel van háár. Over de Islam, over de Arabische taal, over haar vlucht voor Saddam Hussein die haar halve familie had uitgemoord. En over eten, want koken was haar passie. Elke week serveerde ze me zelfgebakken kleicha (spreek uit: kleedje), deegballetjes gevuld met pruim. Altijd vers, warm uit de oven.
De ingrediënten kocht ze in een speciaal winkeltje in het centrum van onze woonplaats Alphen aan den Rijn. Maar de rest van haar boodschappen deed ze gewoon in het naburige winkelcentrum, de Ridderhof.
De Ridderhof. Een doorsnee winkelcentrum in een doorsnee nieuwbouwwijk in een doorsnee provinciestad. Maar op 9 april plotseling wereldnieuws. Omdat een niet zo doorsnee Alphenaar er met een automatisch wapen zes mensen doodschoot, zichzelf om het leven bracht, zeventien mensen verwondde, en honderden nietsvermoedende winkelende mensen traumatiseerde. Op een zonnige zaterdagochtend moesten zij opeens rennen voor hun leven.
Een van hen is Zairah. Zij is op weg naar haar wekelijkse bezoek aan de oer-Nederlandse groenteman in de Ridderhof. Dat is zo’n ‘aardige man’, vertelt ze:
“Ik stond op rollende trap. Ik ben bijna boven. Opeens ik hoor: tektektektektek. Ik wist meteen wat het was. Ik ken die geluid, uit mijn land. Mensen zeiden: vuurwerk. Ik weet: nee, schieten! Ik zeg: wij moeten weg, rennen! Maar rollende trap ging omhoog, mensen bleven daarop staan, ik kon niet terug.
Toen ik was boven in winkelcentrum, geluid komt steeds dichterbij. Toen kwamen allemaal mensen aanrennen, ze wilden naar de uitgang. Ik ben meegerend. Langs C1000, naar trap bij uitgang.
Om mij heen gingen alle glazen van de winkels kapot. Steeds meer kogels. Ik heb gebukt achter muurtje en ben toen heel hard de trap afgelopen.
Net op tijd. Maar binnen zijn zoveel mensen doodgegaan en gewond. Zo erg…”
Ik zwijg geschrokken. Stel je toch voor dat Zairah een minuut eerder die roltrap was opgegaan, dan had ze de schietpartij misschien niet overleefd...
Net als haar vriend Nadim, die – ook al ‘zo aardige’ – Syrische meneer die altijd naast haar zat op school tijdens de inburgeringscursus.
Beiden gevlucht uit hun onveilige vaderland. Beiden wilden ze niets liever dan een nieuw bestaan opbouwen in het veilige Nederland.
Maar Nadim is doodgeschoten door een doorgedraaide Nederlandse jongeman, en Zairah is door het oog van de naald gekropen.
“Ben je niet vreselijk geschrokken?”
Ze knikt, met neergeslagen blik.
“Wanneer durfde je weer terug te gaan naar de Ridderhof?
“Ik ben snel weer gegaan”, zegt ze zacht, “direct nadat het weer open was. Zoveel bloemen… Ik moest huilen, voor de mensen die zijn doodgeschoten. Voor Nadim, en ook voor mijn Nederlandse buurman uit de flat. Was moeilijk, maar ik ben toch gegaan, naar mijn groenteman.
Ik heb haar een doos kleicha gegeven. Toen moest zij ook een beetje huilen.”
De volgende dag spreekt de burgemeester tijdens de officiële herdenkingsdienst.
“We gaan samen verder”, zegt hij vastberaden, “de saamhorigheid is heel groot.”
Mijn ouders zeiden wel eens dat het goed zou zijn als het weer eens oorlog werd. Enorm kwaad kon ik daarom worden. Maar nu begrijp ik het.
Een beetje dankzij de burgemeester, maar vooral dankzij Zairah en haar aardige Nederlandse groenteman.
Loes Gouweloos