maandag 27 augustus 2012

Huisdieren

Wie laat er nou ook een halfvolle afvalbak een week lang in huis staan terwijl het zo warm is dat de mussen dood van het dak vallen?
Wie? Ik!
Als ik mijn vakantiekoffer heb ingepakt, naar de auto heb gesjouwd, en de achterbank van diezelfde auto met veel moeite naar voren heb geklapt in zijn vakantiestand, doet mijn gammele rug zo'n pijn dat ik alleen nog maar kan neervallen op de bank. Nu ook nog de afvalbak leegmaken en de vuilniszak naar buiten sjouwen - dat wordt me te veel.
Die kan best een week zo blijven staan, maak ik mezelf wijs: hij sluit goed af en er zit niets in dat kan bederven.

Als ik een week later vrolijk en bruinverbrand weer thuiskom, en achteloos mijn kauwgommetje in de afvalemmer gooi, word ik geconfronteerd met de gevolgen van mijn zelfbedrog.
Zodra hij opengaat, stijgt een wolk van vliegjes op uit de bak. Wild wuivend en proestend sla ik ze van me af. Brrrr... wat een griezels. Ze zijn maar klein, maar ze zijn met zoveel...
Als ik eten klaarmaak, moet ik voortdurend de vliegjes wegslaan. Als ik een appeltje eet, eten zij mee en intussen vliegen ze opdringerig mijn mond, ogen en neusgaten binnen. Ik word er beroerd van.

In plaats van lekker rustig na te genieten van mijn vakantie, moet ik direct aan de slag.
Vuilniszak buiten in de ondergrondse afvalcontainer gooien. Afvalbak stevig schoonboenen met chloor.
En de tientallen overgebleven vliegjes eigenhandig vermoorden.
Dat blijkt nog niet mee te vallen: in tegenstelling tot hun grotere mede-insecten, laten zij zich niet electrocuteren door mijn electrische vliegenmepper: ze vliegen triomfantelijk door de bespanning heen. Vliegen zelfs vrijwillig nog een keer terug voor een tweede passage, om er bij mij genadeloos in te peperen dat ik hen niets kan maken.
Nu word ik pas echt kwaad. Wie is hier de baas in huis, zij of ik?!
Met in elke hand een slipper, ga ik op jacht. Zodra een fruitvliegje stilzit op muur of raam, sla ik hem dood. Na een hele middag fruitvliegjagen, kom ik als overwinnaar uit de strijd.

Althans, dat denk ik. Totdat ik mijn blinkende, grondig gereinigde, van een nieuwe vuilniszak voorziene afvalemmer weer open. Opnieuw komt er een peleton fruitvliegjes naar buiten vliegen. Hoe is dit in vredesnaam mogelijk? Waar komen ze vandaan? Ik had ze verdorie toch uitgeroeid?

Met mijn Ipad op schoot ga ik zo ver mogelijk bij de bak vandaan zitten googelen op het woord 'fruitvliegje'. Ik vind websites vol afschrikwekkende verhalen over fruitvliegplagen, en over de verbijsterende snelheid waarmee de beestjes zich voortplanten. Dat hebben ze dus inderdaad schaamteloos gedaan, in mijn vuilniszak! Viezerikken.

Gelukkig wemelt het ook van de goedbedoelde tips en adviezen:
Kruidnagelen. Een 'fruitvliegenval' van witte wijnazijn met afwasmiddel. Een val van fruit met geperforeerd aluminiumfolie erover. De stofzuiger.
Ik probeer ze allemaal, maar helaas... De vliegjes nemen schaterlachend plaats op het randje van de 'val', genieten met volle teugen van de witte wijnazijn maar zijn immuun voor zowel Dreft als Dubro. Als ik hen opzuig met de stofzuiger fladderen ze een minuut later alweer achteloos mijn Miele uit, en zowel de kruidnagelen als het rotte fruit negeren ze hooghartig.
Ze hebben nog steeds voornamelijk belangstelling voor mijn toch zo grondig gereinigde afvalbak. Elke keer dat ik die open, komen er tien keer zoveel naar buiten als de keer daarvoor.

Ik weet niet meer wat ik moet doen... De gemeentelijke ongediertebestrijding langs laten komen? Mannen in witte pakken met afschrikwekkende spuitapparaten, alleen maar voor mijn minivliegjes?
Nee, dat gaat me te ver. Misschien kan ik me maar beter schikken in mijn lot, en er het beste van maken. 'If you can't beat them, join them': ik heb nooit huisdieren gewild omdat ik geen zin heb in voederen, uitlaten en dierenartsbezoeken. Met mijn fruitvliegjes hoeft dat allemaal niet: ze zijn volledig 'self-supporting'. Ze kosten niets, ze zoeken hun eigen voedsel, ze laten zichzelf uit in mijn keuken, als ze ziek zijn hoeven ze niet naar de dierenarts, en ze gaan ze dood zonder mij daarmee lastig te vallen.
En ik zal de overledenen niet missen, want tussen het opeten van mijn voedselresten door hebben ze zich vol overgave en veelvuldig voortgeplant.
Vanaf nu woon ik samen, met talloze dankbare huisgenoten.


Loes Gouweloos
augustus 2012




Geen opmerkingen: