maandag 27 augustus 2012

Noorse Kroon


Eindelijk! Al mijn halve leven wil ik naar Noorwegen, het land van de imposante fjorden, de eeuwige sneeuw en het noorderlicht. Nu is het eindelijk zover.
Na mijn mislukte rivierencruise van vorig jaar, waar ik een week lang werd ondergebracht in een lawaaierige hut ter grootte van een bezemkast, heb ik nu een chique zeecruise geboekt. Ik geniet van de luxe en het comfort. Als ik moe word, trek ik me even terug in mijn ruime hut - die op dit schip 'stateroom' heet - en vlei ik me neer op mijn dubbele boxspring. Heerlijk.

Ook het eten is heerlijk. Maar tijdens het diner voel ik opeens een hevige zenuwpijnscheut, vanuit mijn kies recht omhoog tot bij mijn wenkbrauw. De pijn wordt 's nachts alleen maar erger, ik doe geen oog dicht. Dat heb ík weer!

Na een lange zeereis open ik om 5 uur ‘s ochtends mijn gordijnen. In de verte zie ik heuvels. Dit is dan eindelijk Noorwegen, het land van mijn dromen.
Even later stappen we aan wal in Bergen. Mooie stad, maar ik heb er weinig oog voor. Ik heb de hele nacht niet geslapen, heb niet kunnen ontbijten, en crepeer van de kiespijn. Ik had me mijn eerste kennismaking met Noorwegen heel anders voorgesteld...

Ik kan het beroemde stadscentrum met de houten huisjes niet bekijken, want ik moet naar een tandarts, in een buitenwijk van Bergen. Na een op een kidnapping lijkende taxirit met onbekende bestemming, wacht daar de volgende tegenvaller: zojuist is de stroom uitgevallen. De patiënten zijn naar huis gestuurd, want de apparatuur werkt niet. De receptioniste heeft geen idee hoe lang de stroomstoring zal duren en of ik nog wel kan worden geholpen. Verslagen val ik neer in een stoel. Wat nu?...

Dan komt de tandarts binnen. Mijn beeld van Noorse mannen is gebaseerd op Scandinavische films: grofgebouwd, corpulent, peper-en-zoutkleurig haar.
Maar deze tandarts voldoet niet aan dat beeld. Integendeel. Voor me staat een man die zo is weggelopen uit een Hollywoodfilm: lang, slank, gitzwart haar, lichtblauwe ogen die onweerstaanbaar twinkelen, hagelwitte tanden en dito broek, en een tandartsshirt in dezelfde kleur als zijn ogen. Hij lacht me toe en zegt in perfect Engels: "I'm sorry, we have a power cut. But don't worry, I'll make sure you're gonna be alright". Een prachtige donkerbruine stem, en een betoverende glimlach - ik geloof hem direct.

Hij vertelt dat hier nooit stroomstoringen zijn, dus dat ik getuige ben van een historisch moment. Even verderop wordt aan de weg gewerkt, en bij het graven is vermoedelijk een kabel geraakt. En als dat niet de oorzaak is, zegt hij - verwijzend naar Anders Breivik - dan is het 'another terrorist attack'.
Leuk! Humor op het randje, daar houd ik wel van. Ik krijg de smaak te pakken, en antwoord dat de wegwerkers hetzelfde doen als hij, namelijk: boren.
Zijn ogen twinkelen nu nog mooier. "Yes, but they drill deeper…", zegt hij zacht.
Ik kan er niets aan doen: ik moet opeens denken aan het schunnige maar oh zo leuke liedje van Bette Midler, over de onweerstaanbare Doctor Long John.

Intussen heeft míjn Doctor Long John, die ik in gedachten heb omgedoopt tot Niels, de wachtkamer verlaten. Terwijl ik in mezelf het Midlerliedje zit te zingen,
floepen de lampen aan en beginnen de computers te piepen. We hebben weer stroom!
De receptioniste leidt me de behandelkamer binnen. Ik verheug me al op mijn weerzien met Niels. Wat mij betreft mag hij, à la Doctor Long John, heel 'deep' bij me gaan 'drillen' - ik geef me graag aan hem over...

Maar helaas: voor me staat een veel jongere tandarts. Leuke jongen, maar lang niet zo charismatisch als Niels.
Hij pulkt met een haakje in mijn pijnlijke kies.
Peng! Behendig vangt hij de gebroken vulling op die uit mijn mond naar buiten vliegt. Ik kuch en produceer een halve kies die spontaan heeft besloten om, uit solidariteit met de vulling, ook af te breken.
De jonge tandarts doet zijn monddoekje voor en pakt zijn boor. Maar die doet niets. En de lichten zijn ook weer uitgegaan. Opnieuw een stroomstoring...
Daar zit ik dan, op mijn eerste vakantiedag, in een Noorse tandartsstoel, met in mijn mond een gat ter grootte van een fjord.
De deur zwaait open. Daar is Niels weer. Hij kijkt naar het witte doekje waarop mijn kies plus vulling liggen uitgestald. "Wow…", zegt hij bewonderend, gevolgd door opnieuw die betoverende glimlach. "Don't worry, you'll be alright."

Als er even later weer stroom is, wordt mijn kies inderdaad vakkundig gevuld. Maar als ik weer thuis ben, moet er een kroon op.
Ik had liever een Noorse kroon gehad, aangebracht door Niels himself tijdens een zéér langdurige behandeling.
Maar ja, ik heb geen pijn meer, ik zal het ermee moeten doen. Nu kan mijn droomvakantie eindelijk beginnen.


Loes Gouweloos
juli 2012

Geen opmerkingen: