dinsdag 27 november 2012

Tante Hannie


1957 was een enerverend jaar. Ik was zes, en achtereenvolgens maakten hun opwachting:
een broertje, een auto, een televisie.

Het broertje ligt tot mijn teleurstelling alleen maar te slapen in zijn wieg. Niks geen ‘speelkameraadje’, zoals mijn moeder had aangekondigd. Ik volg zijn groeivorderingen door regelmatig zijn dekentje van hem af te halen, zijn beentjes recht te trekken en mijn pop naast hem neer te leggen.  Zo constateer ik dat hij die met rasse schreden inhaalt. Maar dat is het dan ook, verder kan ik niets met hem.
De auto, een derdehands Volkswagen Kever, is er vooral voor mijn vader, die er trots mee naar zijn werk rijdt. Ritjes met het gezin zijn nog te lastig wegens mijn kersverse broertje, en kosten bovendien teveel geld aan benzine.

Maar de televisie…. Dat is een ander verhaal.
Wij wonen in een simpele driekamerflat in een Rotterdamse arbeiderswijk. Daar heeft in 1957 nog bijna niemand televisie. Maar wij wel: een  glanzend bruine kast met achterop een plastic po staat te pronken op een kastje in de hoek van de kamer.
Op zaterdagavond trekken mijn ouders kastje + televisie getweeën heel voorzichtig wat naar voren. Dan installeren ze zich op de bank en kijken naar een live gespeeld toneelstuk. Ik mag meekijken tot de pauze (!), daarna moet ik helaas naar bed.
Maar op donderdagmiddag is het míjn beurt! Dan is er namelijk een uitzending voor kinderen.
Ik heb hevig opgeschept over onze televisie bij de kinderen in mijn portiek en op school. Het gevolg is dat er zich elke donderdagmiddag een lange sliert kinderen meldt in de Ameidestraat 33b.  
We hebben lang niet genoeg stoelen, dus de meesten zitten op de grond. Ik niet natuurlijk, want ik ben de gulle gastvrouw. Daarom toren ik, gezeten in mijn vaders stoel, boven mijn vriendjes en vriendinnetjes uit. Trots kijk ik neer op de van voorpret rood aangelopen kinderhoofdjes.

Dan begint het. Eerst ‘Jeugdjournaal De Verrekijker’, voorafgegaan door een wapperende Nederlandse vlag (een ‘driekleur’ wil ik het niet noemen, want alles is nog in zwartwit).
Daarna de bloedstollend spannende poppenkastserie ‘Dappere Dodo’. Featuring de gelijknamige held, bijgestaan door Opa Buiswater, Baron Wilhelmus en Juffrouw Vulpen.
De spanning is te snijden. Ademloos kijkt de kinderschare toe.

Toch moet het mooiste nog komen. Dat is, elke week weer, het einde van de uitzending:
In beeld verschijnt de KRO-omroepster die het programma ook al heeft aangekondigd.
Dat heeft ze keurig netjes gedaan, maar haar áfkondiging is het hoogtepunt van de week voor alle televisiekijkende Nederlandse kinderen.
De omroepster, Hannie Lips, vertelt ons met droevige stem maar gelukkig ook met een lieve, moederlijke glimlach, dat het programma voorbij is. Maar, zo stelt ze ons gerust, volgende week is er weer een aflevering. Dan hoopt ze ons weer te zien.
En dan neemt ze afscheid. Ze recht haar rug, tovert een stralende glimlach op haar gezicht, en roept op zangerige toon: “Dág, kindertjes in het hele land!”
En daarbij wuift Tante Hannie – want zo noemen wij deze moeder aller kinderen – met naar de camera geopende handpalmen en gekruiste polsen vrolijk naar al haar jeugdige kijkertjes. Waaronder tien gehypnotiseerd toekijkende kinderen in een flatje in een Rotterdamse buitenwijk.
Twintig handjes gaan de lucht in, twintig polsjes kruisen zich, en tien stemmetjes kraaien het uit:
“Dág, Tante Hannie!”

Mijn moeder, voor wie tijdelijk geen plaats meer is in de kleine huiskamer, staat glimlachend in de opening van de keukendeur. Ze kan niet meezwaaien, want ze heeft mijn pasgeboren broertje op haar arm. Maar ze roept net zo enthousiast mee als wij.


                                                                * * * * * * * * * * *


Een warme herinnering uit de tijd dat geluk nog heel gewoon was.

Mijn eigen moeder en Tante Hannie, de moeder van ons allemaal, waren even oud. Een paar jaar geleden is mijn moeder gestorven, en vorige week is ook ons aller moeder – inmiddels 88 jaar oud – overleden. Op 19 november, mijn 62ste verjaardag.
In de krant staat dat de begrafenis in besloten kring plaatsvindt. We weten dus niet wanneer.

En dat vind ik jammer. Want ik weet zeker dat als we dat wel zouden weten, er vast wel een zestigjarige kleuter zou zijn die ergens een oproep zou plaatsen.
En dan zouden honderdduizenden senioren in het hele land op pakweg vrijdag 23 november om 11.00 uur allemaal tegelijk nog eenmaal hun polsen kruisen en wuiven met een mengeling van enthousiasme en melancholie.
En met z’n allen zouden we nog één keer roepen: “Dág, Tante Hannie!”


Loes Gouweloos
november 2012


Geen opmerkingen: