Ik doe niet aan kerstmis. Gestopt. Geen boom in mijn kamer, zelfs geen
kunstboom. Geen stalletje, geen slingers, geen kerstliedjes, de onvermijdelijke
kerstkaarten leg ik op een onopvallend plekje neer, en op 25 en 26 december
kijk ik niet naar de tv en doe ik de gordijnen dicht.
Dit jaar ben ik voor het eerst van mijn leven door niemand uitgenodigd voor een
kerstdiner. Inderdaad, ik zou natuurlijk zelf iemand kunnen uitnodigen, maar de weinige
mensen die ik leuk genoeg vind om voor te koken en om een hele avond mee door
te brengen, hebben al afspraken gemaakt met hun familie.
Dit overigens, zo
vertrouwen ze me één voor één toe, met grote tegenzin... Allemaal zien ze op
tegen het versieren van de kerstboom, de gekunstelde gezelligheid, de
verplichte familiebezoekjes, de vreetpartijen, de sentimentele tv-programma's
en de kater na de 26ste.
Ik niet meer. Een gezin heb ik niet en mijn ouders zijn dood. De eerste keer
dat ik niet meer naar hen toe kon met de kerst, had ik het zwaar. Ik miste de
vanzelfsprekende familiebijeenkomst en ik miste mijn vader, mijn moeder en mijn
ouderlijk huis. Maar eigenlijk had dat niets te maken met kerstmis, het was
gewoon het gemis, dat in het begin nu eenmaal het ergst is.
Toen mijn ouders nog leefden, voelde ik - dat durf ik nu wel toe te geven - dezelfde
weerzin als nu mijn vrienden die nog wél op familiebezoek gaan. Elk jaar verplicht
mierzoete kerstkrans eten naast mijn moeder op de bank, in knellende kerstkleren,
en urenlang door elkaar heen praten over niets - met mijn familieleden, die
zich net zo zaten te verbijten en net zo slecht zaten te acteren als ik.
Sinds ik mijn ontkerstening wereldkundig heb gemaakt, ontmoet ik alleen maar
begrip en nauw verholen jaloezie. Ik heb nog niemand - echt helemaal niemand -
gesproken die niet onmiddellijk bekent net zo'n bloedhekel te hebben aan
kerstmis als ik…
Alleen zijn met kerstmis wordt verward met eenzaam zijn met kerstmis. De
televisie voorop, met schijnheilige documentaires over 400.000 Nederlanders die
met de kerst alleen zijn, en die dus
zielig en eenzaam zijn. Hopelijk laten ze zich niets aanpraten, want dat zijn
ze niet. Integendeel: de overige 16 miljoen Nederlanders zijn al of niet
stiekem jaloers. Het is dat ze het zichzelf aandoen, anders zou ik hén bijna
zielig vinden...
Want eigenlijk zouden ook zij wel twee dagen echt vrij willen
zijn. Lekker niksen in hun ouwe kloffie, uitrusten van een jaar hard werken,
fijn naar buiten gaan.
Waarom maken we elkaar nog steeds wijs dat we het leuk vinden om twee dagen
lang op elkaars neuzen te zitten, ons vol te vreten en te drinken, en liedjes
te zingen waarvan de teksten allang niet meer tot ons doordringen?
Waarom laten
we elkaar niet met rust? Waarom doen we elk jaar weer alsof we dit gedoe
gezellig vinden? Waarom schaffen we dat hele 'feest' niet af?
Ik weet het niet. Maar ík schaf het wel af. Op 25 en 26 december doe ik alleen
wat ik leuk vind: lekker lezen, mooie muziek luisteren, wandelingetje maken, relaxen
in bad, en vroeg naar bed.
En dan, op 27 december, als iedereen zich volgevreten, doodmoe en met een
houten kop naar zijn werk sleept, dan kom ik weer fit, fris en fruitig
tevoorschijn.
Ik verheug me er nu al op...
Fijne feestdagen!
Loes Gouweloos, 22 december 2012
zaterdag 22 december 2012
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten