Nergens in dit doorgedraaide land ben je veilig voor het dag en nacht aanhoudende geknal.
'Vluchten kan niet meer', schreef collega Annie M.G. al jaren geleden. Nee, en vluchten voor de jaarlijkse vuurwerkterreur kan al helemáál niet meer.
Hoewel... Ik heb natuurlijk wel een ruimte in huis waar het lawaai minder doordringt: mijn inpandige badkamer. Kan ik allicht proberen...
Ik ben zo opgefokt en wanhopig dat ik de oudejaarsconference laat voor wat ie is. Ik vlucht mijn badkamer in. Deuren dicht, boek mee, drankje en hapje onder handbereik op de tegelvloer. Ik zit hier eigenlijk best goed.
Alleen de harde stoel die ik heb meegenomen, is niet echt comfortabel. En och, nu ik hier toch ben, waarom zou ik dan niet in mijn uitnodigende bad gaan liggen? Ook wel een beetje hard, maar als ik mijn yogamatje erin leg, zal die hardheid wel meevallen.
Zo gezegd, zo gedaan.
En jawel hoor, het werkt. Hé Annie, vluchten kan nog wél!
Met een kussen achter mijn hoofd en het matje onder de rest van mijn lichaam, lig ik een paar uur lang genoeglijk te lezen in mijn overigens lege badkuip. Het vuurwerklawaai klinkt aangenaam ver weg, gedempt door de deuren en muren tussen de boze buitenwereld en mij op mijn onderduik-plek.
'Tell the world I'm not in', ze bekijken het maar daar buiten!
Ik lees in mijn boek, en neem af en toe een slokje uit mijn glas en een hap uit een bak met 750 gram van mijn favoriete Johmasalade. Vanwege het oudejaarsavondfeest extra rijk gegarneerd met stukjes vrolijk oranje wortel, van plezier glimmende zilveruitjes, subtiel met peterselie bestrooide plakjes ei, en twee in een sierlijke punt gedraaide feestbolletjes kwaliteitsmayonaise.
Ik kalmeer, eindelijk. Mijn bonkende hartslag wordt rustiger, mijn hoofdpijn verdwijnt en mijn humeur wordt allengs beter.
Dan is het 12 uur. Nieuwjaar! Ik proost met mezelf en neem mijn laatste hap salade. Dan pak ik mijn boek weer op: ik ga lekker lui lezend het nieuwe jaar in.
!@?!(*#!#?!!
Een oorverdovende knal. Mijn hart slaat op hol en mijn oren piepen van de enorme dreun. Die kwam van heel dichtbij - ik weet zeker dat er een stuk vuurwerk tegen mijn raam is ontploft!
Zou de ruit stuk zijn? Heeft mijn bankstel vlamgevat?
Dit is een noodgeval, nu moet ik toch echt mijn onderduikadres verlaten. En snel ook!
Normaliter kom ik, ondanks gevorderde leeftijd en gevorderde artrose, nog redelijk snel mijn bad uit. Maar, zo besef ik nu, dat dank ik vooral aan de opwaartse druk van het badwater. En dat is er nu niet.
Ik probeer me op te drukken met mijn handen op de badrand. Maar telkens weer val ik terug op mijn yogamatje.
Ik probeer me om te draaien en op mijn knieën te gaan zitten. Maar dankzij het gerieflijk dikke matje is mijn badkuip zo smal geworden dat ik niet genoeg ruimte heb om te draaien.
Daar lig ik dan... Terwijl op luttele meters afstand mijn gordijnen misschien wel in lichtelaaie staan.
Maar dat is al niet eens meer mijn allergrootste zorg...:
Ik lig moederziel alleen in mijn bad. Ik kan er niet uit komen, en geen mens weet dat ik hier lig. Mijn telefoon ligt in de huiskamer. Ik kan niemand bereiken.
Hoe lang zal het duren voordat iemand me mist?
Leef ik dan nog?
En wat zullen ze denken, die stoere politieagenten die mijn voordeur hebben opengebroken en mij uiteindelijk vinden in de badkamer?
En wat staat er de volgende dag in de krant?
Wie begrijpt wat er is gebeurd? Met die overleden vrouw van 62, volledig aangekleed aangetroffen in een leeg bad, op een rood matje, met naast haar op de grond een leeg glas en een lege bak rijk gegarneerde Johma-zalmsalade?
Loes Gouweloos
januari 2013