“Nee, televisie kijken gaat niet meer. Die beelden verspringen zo snel, daar
kan ik niet tegen”.
“Wat doe je dan?”, vraag ik de oude dame, “lees je? Dat heb je altijd veel
gedaan.”
“Ja, zeker. Maar nu interesseert het me op de een of andere manier niet meer.
Gek hè?”
“Muziek luisteren dan? Weet je nog hoe we hebben genoten van de klassieke
concerten waar we heen gingen?”
“Ja, dat was prachtig. Dan liepen de rillingen soms over mijn rug, zo mooi…
Maar nu heb ik die oorsuizingen. Dus ik kan niet meer naar muziek luisteren.”
Ik aarzel even, maar vraag dan toch: “Wat doe je dan wél?”
Er verschijnt een glimlach om haar lippen. Ze trekt zich met moeite een klein
stukje omhoog op de kussens. Met een broodmager armpje wijst ze naar buiten.
“Ik kijk naar de wolken. Ik heb mijn bed nu zo laten neerzetten dat ik die goed
kan zien. De wolken veranderen de hele dag door. Dat is zo prachtig om naar te
kijken. Daar kan ik echt van genieten.
Nou, en verder lig ik gewoon wat voor me uit te kijken en te mijmeren.”
Met haar grote bruine ogen kijkt ze me onderzoekend aan. Benieuwd of ik haar
begrijp.
Ik probeer het…
De oude dame is 92 en voor mij is ze een voorbeeld. Een voorbeeld van
levenskunst. Van alles uit het leven halen wat erin zit, tot het allerlaatste
moment. Van steeds weer zoeken naar dingen die je nog wél kunt in plaats van
treuren om wat je niet meer kunt.
Ze kan vrijwel niets meer en heeft 24 uur per dag verpleegkundige hulp nodig. Bij
alles. En toch kan ze nog steeds genieten.
Van de wolken. Van de bezoekjes van haar familie en kennissen. En van de
bloemen die we meebrengen. Telkens als ik een praatje met haar ga maken, neem
ik een bosje mee.
Ze heeft de kracht niet meer om het aan te pakken.
Maar als ik de bloemen onder haar neus
houd, ruikt ze eraan met gesloten ogen. Dan verschijnt er een gelukzalige
glimlach op haar gezicht.
“Ach, wat heerlijk. Dankjewel hoor. Wil je ze daar op tafel zetten, dan kan ik
er de hele dag naar kijken.”
Zo ligt ze de laatste maanden van haar leven in bed. Haar lijf is tenger maar ook
taai. En haar geest is nog taaier. Ze verzwakt zienderogen. Maar de blik in
haar ogen is nog zoals ie altijd is geweest: zacht, sprankelend, en volledig gericht
op degene die ze aankijkt.
Als ik binnenkom, zegt ze: “Loes, vertel me nu eerst eens hoe het gaat met je
rug. Ik vind het toch zo erg dat voor je dat je zoveel pijn hebt.”
Altijd belangstellend, ondanks haar eigen, toch veel ellendiger situatie. Ze
klaagt nauwelijks. Ook niet nu ze niets meer kan. Ze ligt vredig af te wachten.
Ze is kalm.
En ze geniet van de wolken.
Levenskunst dus. Ik weet niet of ik het ooit zo zal kunnen, daar kan ik alleen
maar op hopen. Maar in elk geval kijk ik nu al anders naar de wolken dan
voorheen. Dankzij de oude dame.
mei 2013
woensdag 31 juli 2013
Abonneren op:
Posts (Atom)