dinsdag 27 augustus 2013

Struisvogel

Rimpels, grijze haren, zakkende oogleden. Stuk voor stuk tekenen van ouderdom. Toch lig ik er geen seconde wakker van. Want het zit allemaal aan de buitenkant. Zolang mijn vitale organen het maar blijven doen, maak ik me geen zorgen. Maar als die het gaan laten afweten, ja, dan wordt het eng…
Daarom ben ik blij dat ik, zij het met de tong op de schoenen, gezond en wel bovenkom na een rustpauzeloze beklimming van een trap van zo’n 50 treden. Van het strand naar een terras op een Noordwijks duin.

Genietend van een espressootje en van het uitzicht op de zee, zie ik een echtpaar de trap opklimmen die ik zojuist ook bestegen heb.
Van deze afstand laat hun leeftijd zich moeilijk inschatten, temeer daar de man een pet draagt en de vrouw een rieten zonnehoed.
Hém kost de klim geen enkele moeite, en dat wil hij weten ook. Gekleed in een vuurrode korte broek en een helblauw poloshirt klimt hij vitaal en veerkrachtig de trap op. Met een verbetenheid die doet vermoeden dat hij aan een wedstrijd meedoet en als eerste boven wil zijn.
Zijn vrouw sjokt meters achter hem aan. Mouwloze witte strandjurk, wijd model - maar toch zit hij strak om haar lichaam: zij moet heel wat extra kilo’s mee naar boven torsen. Haar vlezige bovenarmen trillen na bij elke stap. Ik kan haar niet horen, maar aan haar wijd geopende mond zie ik dat ze kreunt van inspanning. En haar hoofd steekt steeds roder af tegen haar hagelwitte jurk.

De man lijkt nu toch te merken dat zijn vrouw niet meer naast hem loopt. Hij stopt en kijkt achterom. Uit zijn lichaamstaal spreekt een mengeling van ergernis en superioriteit. Met zijn handen in zijn zij wacht hij tot de vrouw naast hem staat. Ze overleggen kort. De vrouw wijst vermoeid naar een bankje op een tussenplateautje halverwege de trap.
Nog vier treden. Ze sleept zichzelf omhoog, en valt dan uitgeput neer op het bankje.

Nu kan ik het stel beter zien. Een jaar of zestig denk ik. Mijn leeftijd dus. De vrouw ziet eruit alsof ze ter plekke dood kan neervallen wegens een hartstilstand. Haar ogen puilen uit, ze hijgt en zweet en hapt naar adem. Ze doet haar hoed af en kijkt wanhopig omhoog naar haar man, die wijdbeens tegenover haar staat.
Hij is duidelijk niet van plan om naast haar te gaan zitten. Met één hand in de zij en de andere boven zijn ogen kijkt hij vastberaden en hardnekkig over haar heen, turend naar de zee. Alsof hij elk moment een schip verwacht waarop hij moet aanmonsteren.

Ooit, lang geleden, liepen ze hier hand in hand over het strand, op blote voeten, langs de zeelijn. Wisselden verliefde blikken uit, keken naar de zonsondergang, zagen alleen elkaar. Helemaal samen.

De vrouw geeft het op. Ze kijkt niet meer naar haar man, buigt haar rug en steunt haar voorhoofd in haar handen. Haar schouders gaan snel op en neer van het hijgen.
Terwijl haar man zijn gewicht verplaatst van zijn ene naar zijn andere been, wordt haar ademhaling heel langzaamaan wat rustiger. Na een minuut of tien hijst ze zichzelf overeind.
Samen alleen zetten ze hun beklimming voort. Nog twintig treden, nog tien.

Op zoek naar steun en medeleven, probeert de vrouw nog één keer de blik van haar man te vangen. Tevergeefs.
Haar blik dwaalt verder. Nog even, dan zal ze mij zien zitten. Een sekse- en leeftijdgenote.
Die begrijpt vast wel hoe ze zich voelt…
Opeens krijg ook ik het benauwd. Nog net op tijd kijk ik weg.
                                                                                                                         augustus 2013