zondag 16 maart 2014

Zin

Nabestaanden van mensen die zijn overleden aan een zeldzame ziekte, makkers van gesneuvelde Uruzgansoldaten, familieleden van omgekomen oorlogscorrespondenten: allemaal zoeken ze wanhopig naar de zin in de dood van hun overleden geliefde. Ze schrijven er boeken over, 'niet voor onszelf, maar om anderen te helpen die hetzelfde hebben meegemaakt, zodat de dood van onze dochter/makker/echtgenoot niet voor niets is geweest.'

Mensen die een natuurlijke dood sterven, zoeken zelf naar de zin van hun leven. Maar bij mensen die op een bijzondere of onnatuurlijke manier zijn gestorven, moet voor anderen ook de dood nog eens zin hebben.

Tot voor kort dacht ik altijd dat dat kwam doordat het het verdriet van de nabestaanden enigszins verzacht. Hun geliefde is weliswaar dood, en dat is vreselijk, maar zijn of haar  - meestal vroegtijdige - dood is niet voor niets geweest: anderen zullen er baat bij hebben. Dat troost.

Maar nu werd kort geleden ex-minister Els Borst vermoord. Een van mijn weinige favoriete politici: integer, deskundig, relativerend, beschaafd. Een frêle bejaarde dame, die met grof geweld in haar garage om het leven is gebracht.
Het laat me maar niet los. Haar dood is voor mij geen persoonlijk verlies, maar toch wil ik dat die zin heeft. De politie spreekt van een mogelijk in paniek geraakte inbreker die haar de hersens heeft ingeslagen.
En dat vind ik moeilijk te verteren.
Dankzij Els Borst kunnen tegenwoordig vele Nederlanders op een draaglijke manier sterven. De euthanasiewetgeving heeft dus zeker zin gegeven aan haar leven.
Maar haar eigen dood is voor mij - en naar verluidt voor vele andere Nederlanders - zo ondraaglijk dat ook die zin moet hebben.


Willem van Oranje werd doodgeschoten door een huurmoordenaar die hem namens de Spanjaarden de mond wilde snoeren.
Martin Luther King stierf voor zijn droom over gelijkheid van blank en zwart.
Pim Fortuyn werd vermoord om zijn standpunt ten aanzien van nertsen fokken. Niet echt groots en meeslepend, maar toch altijd nog beter dan te worden vermoord door een betrapte inbreker die een oude dame doodslaat en er zonder buit vandoor gaat.

Ik betrap mezelf erop dat ik wil dat de politie (eindelijk) een verdachte arresteert die  een godsdienstfanaat blijkt te zijn en die Els Borst met voorbedachte rade heeft vermoord vanwege de euthanasiewet. Dan is zij niet voor niets gestorven, dan heeft haar dood zin.

Onzin, want alleen al dankzij die wet heeft haar leven zin gehad. Dat is toch genoeg?

Als ze van ouderdom was gestorven, rustig in haar bed met haar geliefden om zich heen, had ik dat inderdaad genoeg gevonden.
Maar nu ze is vermoord, wil ik dat ook haar dood zin heeft.
Waarom?



maart 2014

Ongenoegen

"Eigenlijk slaat het nergens op, want we kunnen toch niet meer met elkaar lullen", sprak mijn oude vader op zijn sterfbed. "Maar zet mijn urn toch maar zo dicht mogelijk naast die van mama, dan zijn we toch weer een beetje samen."

Kort daarna overleed hij, en werd hij gecremeerd in hetzelfde crematorium als waar we nauwelijks een half jaar eerder afscheid hadden moeten nemen van mijn moeder.

Een paar maanden later zette ik samen met mijn broer twee urnen bij in de urnentuin van het crematorium in Capelle aan de IJssel. Een donkerblauwe voor mijn vader, een lichtblauwe voor mijn moeder, zij aan zij. Zoals mijn vader dat gewild had.

Dat is nu inmiddels vijf jaar geleden.
De huurtermijn is verstreken en dus ontvang ik een brief: willen wij de huurtermijn verlengen of niet? Ik bezoek de urnentuin nog regelmatig, leg bloemen neer, mijmer onder de hoge bomen over mijn vader en mijn moeder die ik nog steeds zo mis.
Dus ja, natuurlijk wil ik de huurtermijn verlengen. 

Het vreemde is alleen dat de brief uitsluitend gaat over de urn van mijn moeder. Mijn vader wordt doodgezwegen - een woordgrapje dat hij zelf gemaakt had kunnen hebben.

Na een paar weken besluit ik toch maar eens te bellen.
Het crematorium is inmiddels overgenomen door Dela, een uitvaartcoöperatie in Eindhoven. Dus word ik te woord gestaan door een jongedame met een onvervalst Brabants accent, die weliswaar heel vriendelijk is maar die niets weet van de urnentuin in het verre Capelle aan de IJssel.

Ze kan er ook niet even snel een kijkje gaan nemen, ze kan alleen in haar computer kijken:

"Het klopt dat de huur voor uw moeder moet worden verlengd. Maar voor uw vader heeft u betaald tot 2021, dus dat hoeft voorlopig nog lang niet."

"Pik in, 't is winter", zou mijn financieel gehaaide vader met glimmende pretoogjes hebben gezegd bij deze onverwachte meevaller.
Maar ik zit toch net iets anders in elkaar.
Ik wijs de Deladame erop dat de urnen van mijn ouders op dezelfde dag zijn bijgezet, in het zelfde 'vak', en dat we voor beide een huur van vijf jaar hebben betaald.

"Nee hoor, uw moeder staat alleen, in vak 19-014. En uw vader staat een eindje verderop, in een ander vak - samen met mevrouw Pollino."

"Mevrouw Pollino?! Nooit van gehoord. Dit kan niet kloppen. En dit zou mijn vader ook helemaal niet leuk hebben gevonden."
"Toch staat het zo in het systeem", is het antwoord. "Hij staat bij mevrouw Pollino, een nog jonge vrouw."
Ze probeert gedecideerd over te komen, maar ik hoor de aarzeling al doorklinken in de stem van de Deladame.
Ze belooft dan ook om contact op te nemen met het crematorium.

Intussen slaat mijn fantasie op hol.
Mijn vader hield wel van een goede grap. Hoe graag hij ook naast mijn moeder wilde staan, als hij nu zou weten dat hij naast ene mevrouw Pollino staat, had hij daar betere grappen over gemaakt dan ik nu op dit moment kan verzinnen.

Ik zie weer voor me hoe hij in de eenzame maanden na mijn moeders overlijden omging met de  thuiszorgmedewerksters. Ondanks zijn wankele gezondheid en zijn immense verdriet, gingen zijn ogen fonkelen als ze met hem in discussie gingen. Tot mijn verrassing ontpopte hij zich op zijn 88ste soms tot een onvervalste charmeur die met zijn humor de vaak nog jonge verzorgsters volledig om zijn vinger wond.
En nu zou hij dus, zelfs na zijn dood, gezellig in een tuintje staan met de jonge mevrouw Pollino.
Wat zou hij een plezier hebben gehad als hij dat wist!

Een uurtje later belt Dela terug, nog steeds met een Brabantse g:

"Dag mevrouw Gouweloos, ik heb het uitgezocht. Helaas is er een administratieve fout gemaakt. ("Tegenwoordig gaat er nergens meer iets goed!", hoor ik mijn boze vader weer uitroepen. Hij had helaas gelijk, zelfs nog vijf jaar na zijn dood).

"Uw moeder staat in vak 19-014 en uw vader in 19-015. Ze staan dus echt wel naast elkaar. Ik begrijp dat u zich zorgen maakt dat uw vader een eind bij uw moeder vandaan staat. Maar da' is gelukkig nie."

Ze vervolgt: "Het punt is dat het vaknummer van uw vader verkeerd was ingetypt: 19-055. En daar staat mevrouw Pollino. We hebben het gecorrigeerd, en nu staat uw vader ook administratief gezien gewoon weer naast uw moeder."

Mooi zo. Maar mijn nieuwsgierigheid is nu wel gewekt: "Als mijn vader niet naast mevrouw Pollino staat, wie staat daar dan wel? Van wie is dan die urn die bij haar in vak 19-055 staat?"
"Daar staat geen tweede urn. Mevrouw Pollino staat helemaal alleen. En nu ook administratief, want we hebben uw vader bij haar weggehaald."

Ach, arme mevrouw Pollino... Het kan niet anders of ze was gehecht geraakt aan haar weliswaar veel oudere maar o zo geestige vakgenoot. Nu moet ze hem, na al die jaren, alsnog afstaan aan zijn echtgenote en moet ze tot in de eeuwigheid alleen verder.

Mevrouw Dela doet mij met een harde klap in de werkelijkheid terug belanden:
"Dit betekent wel dat u nu alsnog een tweede factuur kunt verwachten voor verlenging van de huurtermijn."
Ik betwijfel of mijn vader mijn eerlijkheid op prijs zou hebben gesteld nu die geld blijkt te kosten. Maar ik ben blij dat ik voor de tweede keer sinds hun dood mijn ouders met elkaar heb kunnen herenigen.

De afsluitende opmerking van de Deladame is dan ook niet echt nodig, maar wel leuk:
"Sorry voor het ongenoegen."