'Die bal kunt u beter anders spelen', hoor ik opeens achter me.
Ik had hem al zien lopen over de baan. Als wij op hole 3 spelen, in ons recreatieve zomeravondtempo, snelt hij van hole 2 naar 4. Als wij even blijven praten, loopt hij geruisloos voorbij. Geen blik van afkeuring maar ook geen groet. Hij kijkt strak voor zich uit, een en al concentratie.
Een kleine man van onbestemde leeftijd. Zwart pak - een soort uniform -, zwarte pet, zwart snorretje. Stil, schichtig, onopvallend. Maar hier is hij buiten ons de enige speler, dus hij valt ons toch op.
'Anders spelen, hoe bedoelt u?, vraag ik.
Precies wat hij wilde horen.
Met een resoluut gebaar haalt hij mijn balletje weg en legt het zijne op de afspeelplek. En dat is niet zomaar een balletje. Nee, het is rood-wit-blauw geblokt. En kraakhelder. Dat komt omdat hij het voor elke afslag even schoonmaakt, met een fluwelen doekje.
'Kijkt u maar, dit is de meest efficiënte slag. Dat heb ik uitgerekend.'
Hij geeft een felle maar beheerste tik tegen zijn driekleurige balletje. Het kaatst supersnel tegen alle wanden en verdwijnt dan via een dubbele carambole in het gaatje. Een echte hole-in-one. Met een quasi-nonchalante blik pakt hij glimmend van trots zijn bal op.
'Nu u', zegt hij. Commandéért hij, want de succesvolle slag heeft zijn zelfvertrouwen in rap tempo vergroot.
We hebben beiden drie slagen nodig.
'Goed geprobeerd hoor', klinkt het met de ruimhartige superioriteit van de winnaar. 'Nu naar de volgende'. Opeens spelen we met zijn drieën, opeens is het serieus, terwijl wij alleen maar lekker ontspannen een rondje wilden lopen.
Bij de laatste hole zet de man zijn tasje neer. Ook dat is zwart, geheel in stijl. Hij gaat er eens even goed voor staan om ons uit te leggen wat we nú weer moeten doen.
'Ik zal u voordoen hoe wij wedstrijdspelers deze hole aanpakken'.
Wát? Wij wedstrijdspelers? Bestaan er officiële wedstrijden midgetgolfen?
Zo'n kinderachtig vakantiespelletje, zijn er mensen die dat serieus nemen?
Het antwoord is duidelijk. Onze professional poetst opnieuw zijn geblokte balletje en gaat klaar staan. Zijn stok is trouwens ook heel anders dan de roestige exemplaren die wíj net voor anderhalve Euro hebben gehuurd. Hij is goudkleurig en hij blinkt en schittert als een kroonjuweel. Aan de kant waarmee niet wordt geslagen zit een beige, leren strip. Dat heeft weinig nut, lijkt me, het zit er enkel en alleen om esthetische redenen.
Ik bekijk onze leermeester eens wat beter. Hij is helemaal geconcentreerd op zijn slag. Ons ziet hij niet, de omgeving ook niet, er telt maar één ding: een hole-in-one.
Wat ís dit voor een man, helemaal alleen met zijn midgetgolfuitrusting, overduidelijk zo bekend met de baan dat hij hier misschien wel elke dag komt?
Wat leidt hij voor leven? Heeft hij een baan? Een vrouw? Kinderen?
Vast niet. Hij is het type man dat eeuwig jongen blijft en eeuwig bij zijn moeder blijft wonen.
En dat kinderspelletjes nog net zo belangrijk vindt als toen hij een stille, verlegen kleuter was. Een dromertje, zei zijn moeder altijd. Als hij straks thuiskomt, vertelt hij haar trots hoeveel holes-in-one hij vandaag heeft geslagen.
Het dromertje legt aan en geeft zijn balletje een tik. Opnieuw een oogverblindende carambole, te snel om goed te kunnen volgen. Maar dit keer eindigt het balletje niet in het gaatje, het blijft ernaast liggen. Hij probeert zijn teleurstelling te verbergen. Tevergeefs.
'Slecht hoor, te hard geraakt', zegt hij geïrriteerd, terwijl hij het laatste tikje geeft. 'Twee slagen, niet best. Maar de opzet was goed, deze lijn is de beste. Dus die moet u ook proberen.'
Mijn vriendin gehoorzaamt braaf. Maar ook zij heeft twee slagen nodig.
'Nu u', beveelt hij mij.
En dan, opeens, heb ik er genoeg van. Hij is een lieverd en hij bedoelt het goed, maar zijn commanderende toon werkt averechts. Ik speel zijn spelletje niet meer mee, ik speel mijn eigen spelletje.
Ik kies een andere lijn voor de bal en ik sla. Recht vooruit, geen flauwekul, geen gewichtig gedoe, geen tactisch concept à la Louis van Gaal, gewoon de kortste weg.
'Plonk!', zegt mijn balletje.
'Eén slag', zeg ik zakelijk maar triomfantelijk.
Voor het eerst bespeur ik onzekerheid bij de zwartgeklede wedstrijdspeler, ik zie het in zijn ogen, die mijn blik nadrukkelijk ontwijken. Maar hij is een echte sportman, hij laat zich niet kennen: 'Mooie bal'.
Maar voordat ik 'Dank u' kan zeggen, voegt hij eraan toe:
'Maar u bent natuurlijk wel in het voordeel. U speelt met een wit balletje. En het is droog vandaag, dus daar profiteert u van. Die andere mevrouw speelt met een roze balletje, dus het is logisch dat zij twee slagen nodig had, net als ik.'
Hè?!
'Geeft niet hoor', stelt hij mijn verbouwereerde vriendin gerust, 'als het regent, bent ú in het voordeel. Roze balletjes stoten vocht af.'
'Goh…', zeggen wij in koor.
Onze bewondering helpt hem zijn zelfvertrouwen te herwinnen.
'Zo, dat was het', klinkt het gedecideerd. 'Nog één rondje, en dan zit de training er weer op voor vandaag.'
Voordat we hem zelfs maar goedenavond kunnen wensen, heeft hij zijn zwarte tasje opgepakt en is hij schielijk verdwenen. Terug naar hole 1.
Maar wij niet, wij gaan naar huis.
Als we wegrijden, kijk ik nog even naar de bijna verlaten midgetgolfbaan. De zon gaat al onder, het is doodstil, de wind is aangewakkerd en het begint te regenen. Maar hij merkt daar niets van.
Hij legt zijn rood-wit-blauwe balletje neer en hij denkt na over de meest efficiënte slag. Zo geconcentreerd dat hij niet merkt dat het inmiddels flink plenst.
Ach jee, dat wordt niks, denk ik.
Ik open mijn autoraampje en roep: 'Oehoe, roze balletje!'
Hij hoort me niet. Hij ziet me niet. Dat wordt vast wéér geen hole-in-one. Slecht hoor…
Loes Gouweloos
zaterdag 26 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten