zaterdag 26 juli 2008

Klem

De BMW voor mij rijdt tergend langzaam. De bestuurder zoekt de weg. Even inhalen dus.
Als ik langszij kom, geeft de BMW’er plotseling vol gas, zwiept naar links en zet zijn auto dwars op de weg. Ik kan niet om hem heen, ik moet wel stoppen.
Het portier zwaait open. Meneer stapt uit. Dreigend komt hij naderbij. Breedgeschouderd, borst vooruit, getatoeëerde armen, benen maximaal gespreid à la John Wayne. Gevechtsklaar.

Angstig druk ik de centrale portiervergrendeling in. Mijn raampje draai ik op een minimaal spleetje: net genoeg om mijn aanvaller van repliek te dienen, maar te klein om een vuist door te laten.

Dan gebeurt er iets vreemds. Zijn bloeddorstige blik verandert in een verwarde blik. Vermoedelijk had hij een man achter het stuur verwacht, liefst een mede-macho, net zo gevechtsklaar als hij. Nu ziet hij míj: een vrouw van middelbare leeftijd, die geen aanstalten maakt op zijn uitdagende houding in te gaan. Dat valt tegen: nu moet hij vechten met woorden. Dat is hij niet gewend. Maar ik wel.

"Wat doe je nou, vuil klotenwijf?"
Ik kijk hem zo hooghartig mogelijk aan.
"Ik haal u in."
"Dat mag helemaal niet, stom kutwijf!”
Ik voel een vreemd soort superioriteit en ga moedig in de tegenaanval:
"U méént het… Bent u soms van de politie?"
"En ben jij soms van de pot gerukt?" Ik haal onverschillig mijn schouders op, draai het autoraampje dicht, en kijk recht voor me uit. Oftewel: discussie gesloten, wegwezen.
Machteloos steekt hij zijn middelvinger omhoog, beent terug naar zijn wagen en stuift met piepende banden weg.
Gewonnen!, denk ik.

Wat zou híj nu denken?
Waarschijnlijk niets. Of hooguit: Voortaan eerst kijken of er een kerel of een wijf achter het stuur zit, alleen klemrijden als het een kerel is, en vooral: volgende keer beter.


Loes Gouweloos

Geen opmerkingen: